Blog Zuid-Soedan #6

Blog Zuid-Soedan #6

Door Sjoera Dikkers op 17 januari 2012 Delen  

We moeten op tijd bij het vliegveld zijn om terug naar Juba te kunnen vliegen. We vliegen met de VN mee. Volgens een van de hotelgasten mogen we van geluk spreken dat we in de ochtend vliegen: dan zijn de Russische piloten nog nuchter. 

Ik vind het jammer dat we maar zo kort in Malakal kunnen blijven. Je krijgt pas echt een beeld van het leven in Zuid-Soedan als je op het platteland kan rondkijken. Het leven daar is anders dan in de hoofdstad, hoewel er in de hoofdstad ook geen stromend water of elektriciteit is tenzij je dat zelf regelt met een generator en een tank met water rechtstreeks uit de Nijl.

Ik ben wel vaker in ontwikkelingslanden geweest, maar heb de situatie nog nooit zo ernstig gezien als hier. Aan alles is gebrek en de organisaties die hier werken doen dat onder heel ingewikkelde omstandigheden, in een samenleving die voor ons westerlingen maar moeilijk te begrijpen is. De strijd tussen stammen speelt een belangrijke rol, evenals de strijd tussen het noorden en het onafhankelijke zuiden. Het lijden van de gewone Soedanezen in Zuid-Soedan, en in het Noorden van de mensen daar, is te gruwelijk voor woorden. Boeken als ‘wat is de wat’ van Dave Eggers die het verhaal over de lost boys heeft opgeschreven of Deborah Scroggings van ‘Emma’s War’, zijn het lezen waard om iets te begrijpen van de geschiedenis van het land.

Na anderhalf uur vliegen over vlak savanne land zijn we weer in Juba. Het is er heet (37 graden) en stoffig. De rest van de dag zit bomvol met gesprekken met maatschappelijke organisaties en internationale donoren. We lunchen met mensen van Cordaid en Care. Maatschappelijke organisaties die met Nederlandse steun zorgen voor gezondheidszorg en onderwijs. De directeur van Care is een fragiel ogende kleine oudere dame, opvallend goedlachs. Ik vraag haar wat ik de mensen thuis moet zeggen omdat het geloof in ontwikkelingssamenwerking afbrokkelt. Ze is klip en klaar: ‘ontwikkelingshulp maakt verschil in het leven van de mensen. Mensen die heel veel geleden hebben. Voor die mensen betekent hulp hoop, betekent het menswaardigheid, en als je geluk hebt zegt zedraag je bij aan hun toekomst.’ Ware woorden.

In de middag komen we ook bij het hoofdkantoor van de VN waar vanuit de grootste VN-operatie ooit wordt geleid. We hebben een gesprek met de tweede vrouw bij de VN, Lise Grande. Een power lady die een en al daadkracht uitstraalt en waar je erg energiek van wordt. Ze geeft ons duidelijke boodschappen mee. De eerste is dat de kwestie tussen Noord en Zuid moet worden opgelost en dat Nederland een belangrijke rol te vervullen heeft omdat we door beide partijen als neutraal worden gezien. De tweede boodschap gaat over de lange adem. De opbouw van Soedan gaat lang duren en in dat proces gaat veel mis. Heb geduld zegt ze, en blijf betrokken. Beide punten zijn van cruciaal belang. Ze praat ons ook bij over de komende hongersnood. Door de instroom van vluchtelingen uit het noorden, de langdurige oorlog en de voordurende strijd is er niet genoeg voedsel om de mensen de droge tijd door te helpen. Voedselhulp zal dus heel hard nodig zijn. We hopen maar dat het westen genoeg geld beschikbaar zal stellen. Ik beloof het onder de aandacht van onze minister te brengen.

Na een lange serie gesprekken heb ik kort de tijd om te douchen en om te kleden. De ambassade heeft een receptie georganiseerd voor Nederlandse gemeenschap. De Nederlandse gemeenschap is niet zo heel groot. Ongeveer 80 man sterk. Een paar zakenmannen, een enkele teruggekeerde vluchteling en verder ontwikkelingswerkers die onder moeilijke omstandigheden verschil proberen te maken. Het is goed om hun verhalen te horen. Verhalen over wat lukt en wat mislukt. Over twee stappen vooruit en drie terug. Verhalen over kleine successen die het werken in Zuid-Soedan de moeite waard maken. Als je ze niet iedereen kan helpen, help er dan tenminste een paar mensen.

We zijn moe van alle indrukken, van de gesprekken over hoop en hopeloosheid. Over hoe ingewikkeld het is om prioriteiten te stellen in een land waar aan werkelijk aan alles gebrek een is. Mijn geloof in het belang van betrokkenheid van het westen en van ontwikkelingssamenwerking is weer gesterkt. Nog een nachtje in de warmte van Afrika en dan terug naar Nederland. Het is een bijzonder indrukwekkende reis geweest. Ik ben de ambassade in Juba dankbaar dat zij de reis voor Liesbeth Koenen en mij mogelijk hebben gemaakt.

Delen: