Blog Zuid-Soedan #4

Blog Zuid-Soedan #4

Door Sjoera Dikkers op 13 januari 2012 Delen  

We zijn in Malakal, de hoofdstad van de provincie Upper Nile. Deze provincie
ligt tegen de betwiste grens met het noorden aan. Aanpalende staten willen graag
bij Zuid Soedan horen, maar de regering van het Noorden laat ze niet gaan. Er
wordt nog geregeld gevochten en de spanning aan de grens is groot. In Malakal
zelf is daar niet veel van te merken, Stoffige hutjes, kleurige mensen,
onverharde wegen en veel ezelkarren. Afrika zoals we het kennen van de Novib
Kalenders. 

Onze eerste afspraak van de dag is met de lokale minister voor parlementaire
zaken. We worden ontvangen met zang en dans en onze beleidsmedewerker Liesbeth
Koenen en ik worden in traditionele doeken gehuld. Een ketting om onze nek maakt
het plaatje compleet. We moeten meedansen met de vrouwen en hoewel dat erg
ongemakkelijk voelt is weigeren geen optie. Er zijn foto’s gemaakt waarvan ik
stiekem hoop dat ze zoek raken.

De minister voor parlementaire zaken is een activistische vrouw die al heel
lang in de politiek zit. Ze heeft haar man en twee zonen in de oorlog verloren
en is gebrand op vrede en stabiliteit. Ze roemt de betrokkenheid van Nederland
en hoopt dat we extra geld komen brengen. Ik moet haar teleurstellen, zo werkt
het niet in Nederland. Zij neemt ons mee naar de gouverneur van Upper Nile state
voor een beleefdheidsbezoekje. Opzitten, beleefdheden uitwisselen en wachten op
het foto moment, is het recept. We zijn hier om het werk van enkele organisaties
te zien die met Nederlands geld worden gesteund, maar de dag wordt gekaapt door
de officials. Buiten wachten de lokale media op een staement. Ik heb namens het
Nederlandse volk onze betrokkenheid geuit bij de mensen van Zuid Soedan. Namens
u dus, ik hoop dat u daar mee akkoord gaat.

Het volgende bezoek is heel bijzonder. Een van de stammen van deze regio is
de Sjiluk.
Elke stam heeft een koning, zo ook de Sjiluk. Bij hoge uitzondering worden we
ontvangen door de koning. Iedereen is een beetje zenuwachtig. De koning woont
niet naast de deur. Per boot is het veiligst en makkelijkst en voor ons uit het
Westen natuurlijk ook het mooist. We worden vergezeld door twee soldaten, de
kolf van hun geweer zit met plakband vast. Best wel veilig, zo hopen wij.  Ik
blijf braaf in de rol van hoogwaardigheidsbekleder, formaliteit en hiërarchie
vinden ze hier heel erg belangrijk, maar van binnen maak ik een klein dansje.
Dat ik dit allemaal mag zien en ervaren vind ik heel erg bijzonder. De boottocht
duurt ongeveer een uurtje. We varen door een van de grootste wetlands van Afrika
waar veel van de vogels uit het Westen overwinteren. Lepelaars vliegen op,
paradijsvogels, heel veel reigers in verschillende soorten, ibissen en dan veel
kleine kleurige vogels die ik niet kan thuis brengen. Aan de oevers in het riet
grazen de grote kuddes koeien die hier als betaalmiddel gelden.

Na een uurtje varen door zijtakken van de Nijl wordt het smaller, nog wat
verder zitten we vast. Een visser helpt ons met de laatste 300 meter naar de
aanlegplaats van de koning. Kinderen hollen ons tegemoet. Je verwacht hier geen
paleis van een Sjiluk koning, maar we zijn toch echt waar we zijn wezen moeten.
De lokale chiefs, gehuld in roze gewaden, heten ons welkom.. De drie blanken
worden op een bankje gezet, de rest zit op de grond (ja, dat voelt inderdaad wat
ongemakkelijk) en het grote wachten kan beginnen. De broer van de koning komt
ons welkom heten en begint een verhit gesprek in een lokale taal met de
minister. Soldaten slenteren wat om ons heen, een geitje is de kudde kwijt, er
scharrelt een kip en verder gebeurt er niets. Na een uur worden we opgehaald
door een soldaat en mogen we door naar een van de hutjes. Schoenen uit en alleen
aan de linker kant lopen. Plastic kuipstoeltjes op een rijtje en een
comfortabele tuinstoel bij wijze van troon. De koning is een goedlachse oudere
man met veel levenservaring. Hij heeft het westen gezien, heeft bij een bank
gewerkt en is nu gerespecteerd hoeder van zijn volk. Zijn zorgen zijn terecht.
Hij benadrukt dat het goed is dat het Westen hen steunt, dat hij daar dankbaar
voor is, maar dat we wel moeten controleren waar het geld naar toe gaat omdat
hij niet zoveel vertrouwen in de politiek heeft. De lokale minister schuift wat
ongemakkelijk heen en weer. Met de stichtelijke woorden en een foto-moment nemen
we weer afscheid van de koning en gaan we weer richting de bootjes.

Bij de koning

De rest van het programma moet in een vaartje worden afgerond. Een schooltje
gebouwd door Care staat leeg vanwege de vakantie, maar ziet er goed uit. De
lokale gemeenschap heeft zelf bepaald wat prioriteit heeft, hebben zelf de
bakstenen betaald. De Nederlandse belastingbetaler (u dus) heeft ervoor gezorgd
dat het gebouw er verder kon komen. De leraren worden betaald door de overheid.
Zo dragen we heel concreet bij aan het verbeteren van de levensstandaard, het
onderwijzen van kinderen en het stimuleren van stabiliteit en vrede. Goed om te
zien dat de lokale gemeenschap zulke projecten als van hun zelf beschouwd, ze
dragen zelf bij en ze zorgen zelf voor het onderhoud. Zo kan je met weinig
ontwikkelingshulp heel veel bereiken. Met eigen ogen zien hoe dat soort
projecten lopen, dat was de reden waarvoor we naar Zuid-Soedan zijn afgereisd.
En hoewel er ook vast veel mis gaat, er corruptie is en chronisch gebrek aan
alles zie je dat de mensen zin hebben in de toekomst en deze zelf ter hand
nemen. Dat geeft goede hoop.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma