Blog Zuid-Soedan #2

Blog Zuid-Soedan #2

Door Sjoera Dikkers op 10 januari 2012 Delen  

De zon gaat om 07.00 uur op en schijnt meteen de kamer binnen. Wakker. De
ochtend begint met een bezoek aan het parlement. In een van de kamertjes huist
een stichting die zich bezighoudt met het trainen van Kamerleden en hun staf:
Awepa. We worden bijgepraat over de
problemen van een jong parlement: te weinig kennis van de wetgeving en
onvoldoende representatie van alle bevolkingsgroepen.

De ‘Sudan peoples liberation movement’ is de heersende partij. Vrijwel
uitsluitend bestaand uit Dinka’s, de stam die in de oorlog tegen het noorden het
hardst gestreden heeft. Er is geen oppositie. Zuid-Soedanese Kamerleden moeten
zich vooral bezighouden met wetgeving, aangezien er op dat punt veel te doen is.
We laten ons bijpraten over de budgetten die de parlementariërs te besteden
hebben in hun eigen regio en hoe de controle daarop verloopt. Staat allemaal nog
in de kinderschoenen, zo leren we.

Stammentwisten lopen dwars door de politiek heen. Democratie is maar een van
de manieren om het land samen te binden. De onderlinge strijd tussen de
bevolkingsgroepen is ook hier zichtbaar, in die zin dat we weinig verschillende
stammen vertegenwoordigd zien. De president heeft daarom extra Kamerleden
aangewezen die voor diversiteit, zowel in stam als in politieke voorkeur, moeten
zorgen. Er zijn nu 322 Kamerleden, dat moeten er 350 worden waarbij er nog een
aantal benoemd zullen moeten worden. Tribale lijnen verdelen de samenleving. Je
zou denken dat het logischer is om de politiek dan ook via de stammen te
verdelen, maar op die vraag komt niet echt antwoord.

Een blik op de Tweede Kamer van Zuid-Soedan leert al dat lang niet alle
Kamerleden in de zaal passen. De rijen met bankjes gaan tot 250 en voor de rest
zijn er klapstoeltjes bij wijze van Kamerzetels.

Door naar een afspraak met mijn Zuid-Soedanese collega’s: woordvoerders van
de commissie voor buitenlandse zaken. Ik vraag wat de grote problemen zijn. Het
conflict met de noordelingen, zo blijkt. De noordelingen bombarderen de
grensregio, maken ruzie over de verdeling van de laatste provincie en willen hun
greep op de olie-industrie niet loslaten. Ook voor het noorden is olie de enige
bron van buitenlandse inkomsten.

Er is veel buitenlandse druk nodig om te regering van het noorden te laten
inzien dat ze moeten stoppen met het geweld. Een bijkomend probleem is dat de
regering in het noorden niet echt meer wil luisteren naar het westen. Tel
daarbij op dat de Chinezen het noorden van wapens voorziet en je snapt dat de
uitdagingen voor Zuid-Soedan groot zijn.

Overal waar we komen wordt de rol van Nederland geroemd. Er is vrede dankzij
de goedgeefsheid van de Nederlandse belastingbetaler zei een van de
parlementariërs. Dat is wellicht wat te veel eer, maar dat we een rol van
betekenis hebben gespeeld is wel duidelijk.

Door naar een afspraak met de onderminister van Buitenlandse zaken. Grace
Datiro. Als banneling in Kenia getraind door de Nederlanders in politieke
vaardigheden. Nu op haar post. Bij de vragen over corruptie schuift ze wat
onwennig op haar stoel. Ongemakkelijk bij zo veel Hollandse directheid. We
hebben de juiste processen ingericht, is haar ontwijkende antwoord. Dat kan,
maar de nieuwe anticorruptieorganisatie heeft nog geen enkele bevoegdheid
behoudens signaleren. Dat blijft opletten geblazen. In de eerste plaats door de
Soedanezen zelf, maar ook door het westen.

Na de onderminister door naar de laatste afspraak, met de voorzitter van de
Eerste Kamer. Deze is er niet zoals bij ons om de wetten te beoordelen, maar om
te zien of alle regio’s wel eerlijk worden bedeeld. Deze Council telt 50 leden,
zijn nog maar net in functie en wat hun rol en positie is werd ons niet helemaal
duidelijk. De voorzitter had er alle vertrouwen in, zei hij. Dat is mooi. Ik
moet het nog zien. Het heeft geen zin om ongeduldig te zijn, de Soedanezen
zullen hun eigen ontwikkeling naar democratie doormaken en wat mij vandaag wel
duidelijk is geworden is dat een hele lange weg zal zijn. Ik volg ze graag.

We lunchen tussendoor met De Wageningse wetenschapper Rens Twijnstra. Hij
doet onderzoek naar de economische ontwikkeling van teruggekomen Soedanezen. Ook
door Soedanezen die in Nederland wonen. Interessant onderzoek.

Wij roepen steeds dat de diaspora (Soedanezen in het buitenland) bij moeten
dragen aan de opbouw van hun land. Hun vaardigheden opgedaan in het westen
zouden goed van pas komen. Het onderzoek van Rens loopt nog anderhalf jaar door,
maar de voorzichtige eerste indruk is dat de kansen voor de teruggekeerde
Soedanezen niet voor het oprapen liggen. In een samenleving die gebaseerd is op
connecties en niet op formele processen, gaat het er meer om wie je kent dan wat
je kan. Het is interessant om te leren wat we als Nederland kunnen doen om deze
mensen een duwtje in de rug te geven. Ben benieuwd naar zijn eindrapport.

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma