Biografie Willem Schermerhorn

Biografie Willem Schermerhorn

Biografie Willem Schermerhorn
Foto Wikimedia / Spaarnestad

Door Ruud Koole op 26 maart 2014 Delen  

Op 13 maart mocht ik in Amsterdam het eerste exemplaar in ontvangst nemen van de biografie van oud-premier Willem Schermerhorn: De man die in de put sprong, door Herman Langeveld. Lees verder voor de toespraak die ik daarbij uitsprak.

Gesproken woord geldt

‘Dank! Herman Langeveld heeft een kloek en mooi boek geschreven over een voormalig premier en belangrijk politicus.

Ik kon deze laatste dagen wat bladeren door de drukproeven. Wat een boeiend, veelzijdig, maar soms ook moeilijk leven heeft Willem Schermerhorn gehad. Het is allemaal tamelijk geserreerd door de biograaf opgeschreven, maar niet voor niets telt het boek niettemin zo’n 550 bladzijden tekst. Van die 550 bladzijden gaan de meeste over slechts twee jaren – een regeringsjaar en een tropenjaar – maar dat waren in de direct na-oorlogse periode dan ook heel bijzondere jaren, waarin Schermerhorn eerst premier was en daarna voorzitter van de Commissie-Generaal voor Nederlands-Indië, tijdens het moeizame proces van de dekolonisatie van Indonesië.

Ik vind het een grote eer dat ik het eerste exemplaar van deze biografie in ontvangst mocht nemen. In de uitnodiging voor deze bijeenkomst staat dat ik dat doe als lid van de Eerste Kamer en oud-voorzitter van de PvdA, en dat doe ik graag. Daarom zal ik straks een paar woorden zeggen over de relatie tussen Schermerhorn en de PvdA.

Maar eerst toch ook enkele wat meer persoonlijke opmerkingen: bij het doorbladeren van de biografie van Schermerhorn, kon ik soms enig gevoel van verwantschap met de hoofdpersoon niet ontkennen. Zijn protestantse achtergrond, komend van het platteland, een HBS-opleiding op de middelbare school, een wetenschapper die op enig moment in de nationale politiek verzeild raakt, de dekolonisatie van Nederlands-Indië, zijn Eerste Kamerlidmaatschap voor de PvdA; het kwam me allemaal erg bekend voor.

Tegelijk zijn de verschillen groot: natuurlijk alleen al de dramatische tijd waarin Schermerhorn politiek actief was; de jaren dertig, waarin hij streed tegen communisme en fascisme, zijn communistische broer verloor door de verschrikkelijke zuiveringen van Stalin; de rampzalige Tweede Wereldoorlog, waarin hij gevangen werd gezet in St. Michielsgestel en daar leidend werd in de discussies over de politieke vernieuwing die noodzakelijk was na de oorlog; zijn activiteiten in het verzet, zijn premierschap, enzovoorts. Grote verschillen dus. In het jaar dat hij overleed, 1977, stemde ik als student voor het eerst op de PvdA. Dus ook generatieverschillen.

Toch ook die verwantschap. Toen ik afscheid nam als voorzitter van de PvdA, kreeg ik van de vice-voorzitter een ets met daarop de afbeelding van Cincinnatus, de Romeinse veldheer op wie een beroep werd gedaan om de stad Rome te verdedigen, maar na de zege terugkeerde naar zijn akkers om daar meteen weer de velden te gaan ploegen. Op het partijbureau had ik eens verteld dat Cincinnatus een inspiratiebron voor mij was. Vandaar die ets. Symbool van iemand die zich uit burgerzin een tijd aan de publieke zaak wijdt, om daarna weer terug te keren naar zijn gewone werk. De Amerikaanse president Truman had een beeldje van hem op z’n bureau staan. De stad Cincinnatti is naar hem genoemd.

Schermerhorn zou je een moderne Cincinnatus kunnen noemen. Voor en na zijn zeer belangrijke politieke activiteiten in het algemeen belang, was hij actief en succesvol in de wetenschap.

In beide hoedanigheden bleef hij altijd lid van de PvdA, die hij mee had helpen oprichten. Vanuit de Vrijzinnig-Democratische Bond was hij in 1946 overgegaan naar de nieuwe doorbraak-partij. Politieke vernieuwing had steeds zijn grote belangstelling, maar hij werd na de eerste naoorlogse verkiezingen, die voor de nieuwe PvdA erg tegenvielen, niet beloond met de voortzetting van zijn premierschap. Ook was hij maar in een enkel gewest lijsttrekker geweest. Daar verloor hij het van die andere Willem – Drees – in de ogen van Schermerhorn destijds toch meer de verpersoonlijking van de oude SDAP en niet van de nieuwe PvdA (het is een mooi toeval dat volgende week het laatste deel van de biografie van Drees verschijnt, waar ik evenzeer naar uitzie), maar in die nieuwe PvdA zou Drees uiteindelijk een veel prominenter positie innemen.

Was het omdat Drees een betere politicus was, of was het gewoon de doorwerking van de zeer ongelijke krachtsverhouding tussen de oorspronkelijke bestanddelen, de SDAP en de VDB? Na lezing van enkele delen van de biografie ben ik geneigd naar het eerste, al speelde het tweede zeker mee. Schermerhorn was zeer aarzelend om een machtspositie te claimen en liet daarmee ruimte aan anderen om die in te vullen. Wellicht ook weifelde hij te veel, of uitte hij zich niet altijd even tactisch. Was hij daarom minder politicus dan Drees?

Na Schermerhorns overlijden ging Sicco Mansholt in op de vraag of Schermerhorn überhaupt wel een politicus was. Hij beantwoordde die vraag met: ‘Ja, in hart en nieren. Niet de zogenaamde beroepspoliticus, niet de partijleider, maar wel een politicus dan vanuit een als het ware onafhankelijke positie zich intensief bezig hield met de maatschappij’ (p. 547).

Op een cruciaal moment, echter, liet hij die onafhankelijke positie teveel achterwege. In het voorjaar van 1947, toen werd overwogen om tot de eerste politionele actie in Indonesië over te gaan, merkte hij tijdens een bezoek aan Nederland hoe groot het verzet binnen de PvdA was tegen een eventuele militaire actie. Maar toen hij daarna weer terug was gekeerd in Batavia, waar een oorlogstemming heerste, stelde hij op verzoek van partijvoorzitter Vorrink met Van Mook, de luitenant gouverneur-generaal, een gemeenschappelijke verklaring op, waarin dreigen met militair geweld onderdeel was van de te volgen politieke koers (p. 492). Het zou uiteindelijk leiden tot zijn later veel besproken, bekritiseerde en volgens Schermerhorn verkeerd begrepen ‘pesthaard’-telegram van 17 juli, ook al bleef Schermerhorn bij een groot deel van de partijleden populair vanwege zijn progressieve opvattingen over de dekolonisatie van Indonesië.

Met achteraf-wijsheid zou men kunnen verzuchten: had hij bij dit zeer principiële punt maar meer naar de partijleden geluisterd en minder naar een partijvoorzitter die teveel de eenheid in de coalitie voorop stelde. Zeg ik ook als oud-partijvoorzitter.

Wellicht had hierdoor, in de woorden van J.H. Scheps (p. 545), ‘een schonere bladzijde in het boek van de geschiedenis’ kunnen worden geschreven. Misschien had dan ook mijn vader, die als KNIL-militair oprukte naar Djocja tijdens die eerste politionele actie, niet later het verwijt gekregen dat hij in de ‘verkeerde oorlog’ had gevochten.

Schermerhorn bleef, ondanks de teleurstelling die hij ook zeker heeft ervaren, de PvdA trouw. In de jaren zestig was hij één van oudste supporters van de vernieuwingsbeweging Nieuw Links. Opnieuw politieke vernieuwing. En opnieuw stond hij hier anders in dan Drees. Drees keerde zich tegen de vernieuwers van Nieuw Links, Schermerhorn omarmde hen, ook al was hij het niet in alles met die beweging eens. Drees zou uiteindelijk het lidmaatschap van de PvdA opzeggen; Schermerhorn deed dat niet. Tegelijk betreurde hij het uittreden van Drees zeer, omdat ook volgens Schermerhorn ‘de socialistische overtuiging bij hem [Drees] ongeschokt is’. Hij correspondeerde hierover met Drees. In die correspondentie uitte hij zijn bedenkingen bij het partij-establishment, maakte hij zich zorgen tegen de steeds grotere machtsconcentratie in het bedrijfsleven en benadrukte hij dat hij tijdens zijn leven van vrijzinnig-democraat ‘overtuigd socialist’ was geworden (p. 543).

De door Herman Langeveld fraai weergegeven correspondentie tussen beide partij-iconen, laat zien dat zij op het einde van hun levens, ondanks hun verschillende inzichten, elkaar bleven waarderen.

En daarom is het ook zo mooi om als oud-partijvoorzitter en senator voor de PvdA dit boek in ontvangst te hebben mogen nemen. Ik feliciteer de auteur met dit resultaat. Ik raad het iedereen aan die geïnteresseerd is in de politieke geschiedenis van ons land en van de PvdA in het bijzonder. Om dezelfde reden zie ik uit naar het laatste deel van de Drees-biografie van volgende week. Gelukkig is de partij die twee zo verschillende grootheden heeft voorgebracht!’

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma