Bestrijden werkloosheid blijft topprioriteit

Bestrijden werkloosheid blijft topprioriteit

Door Marleen Barth op 29 oktober 2013 Delen  

De bestrijding van werkloosheid moet wat de Eerste Kamerfractie van de PvdA betreft nummer één blijven op de agenda van het kabinet. Door nu de juiste beslissingen te nemen kunnen we de toekomst van onze samenleving ten goede veranderen. Door te blijven bouwen aan een rechtvaardig, solidair en duurzaam Nederland. Ook, of misschien wel juist, in deze crisis. Want de crisis laat zien hoe groot de waarde van de verzorgingsstaat is: bij moeilijke omstandigheden willen we zorgen voor elkaar. Dat zei ik vandaag bij de Algemene Politieke Beschouwingen in de Eerste Kamer.

Mijn gehele bijdrage lees je hier: 

Voorzitter.

”Zeker in een hoogontwikkelde industriële samenleving zijn abrupte beleidsveranderingen niet mogelijk. Maar daarom zijn de kleine veranderingen niet onbelangrijk. De verlegging van het beleid met tien graden kan uiteindelijk het verschil zijn tussen oorlog en vrede. (…) Marges gebruiken is soms het verschil tussen een spiraal naar beneden of naar omhoog. Het verschil tussen uitzichtloosheid en perspectief, tussen hoop en wanhoop.”

Aan het woord is Joop den Uyl, in misschien wel zijn beroemdste essay, ‘De smalle marge van democratische politiek’. Wie het herleest, wordt verrast door de wijsheid en actuele waarde van dit 43 jaar oude verhaal. Nederland is een land van minderheden, waarin het sluiten van politieke compromissen onontkoombaar is. Naast Luxemburg en Zwitserland is Nederland bovendien het enige Europese land waar nog nooit een volledige kabinetswissel heeft plaatsgevonden. Een nieuw kabinet neemt altijd beleid van het vorige mee.

De marge van het kabinet Rutte-Asscher wordt ook nog eens zeer beperkt door de diepe internationale economische crisis waarmee ons land in 2014 voor het zesde achtereenvolgende jaar geconfronteerd wordt.

Het kabinet ziet zich gesteld voor de bijkans onmogelijke opgave om de overheidsfinanciën op orde te brengen, en tegelijkertijd te investeren in werkgelegenheid; te voldoen aan Europese eisen van begrotingsdiscipline, en tegelijkertijd de concurrentiepositie van ons land te versterken; de triple A-status, die Nederland op de financiële markten nog steeds heeft, te beschermen en zo de rente laag te houden, en tegelijkertijd te investeren in een solide, sociale en duurzame toekomst van ons land.
Dat lukt alleen maar met zorgvuldigheid, wijsheid en bedachtzaamheid. Geen hippe begrippen. Maar ze zijn broodnodig. Onze ingewikkelde maatschappij is een porseleinkast en zoals bekend richten te dikke, te onbeheerste of te snelle dieren daarin al snel een grote puinhoop aan.

Vanuit deze barre werkelijkheid heeft onze fractie het kabinet vorig jaar opgeroepen op zoek te gaan naar een zo breed mogelijk draagvlak voor zijn beleid. We zien dat het kabinet dat met verve heeft gedaan. Zowel politiek als maatschappelijk heeft het kabinet verbindingen gelegd, met als meest recente resultaat de afspraken met de Tweede Kamerfracties van VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP. Onze fractie acht het aan de hand daarvan bijgestelde pakket voor 2014 evenwichtig, en waardeert de verantwoordelijkheid die de drie oppositiefracties aan de overkant hebben willen nemen. Voor niemand in Nederland biedt de begroting een jubelverhaal; dat zit er in de huidige omstandigheden simpelweg niet in. Maar het kabinet heeft veel creativiteit aan de dag gelegd bij het zoeken naar draagvlak, het vormgeven van noodzakelijke bezuinigingen en het creëren van ruimte voor investeringen. En dat binnen, nogmaals, zeer beperkte bewegingsruimte.

Er zijn veel mensen die stellen dat deze crisis niet alleen een economische, maar ook of misschien wel juist een politieke crisis is. Nederland is in 2012 in een triple dip beland, omdat burgers de hand op de knip gingen houden. Dat deden zij, omdat ze zeer onzeker waren geworden. Van wangedrag van bankiers, van opeenvolgende kabinetscrises, van politieke pogingen om de smalle marge te ontkennen en radicale breuken te veroorzaken, en van een te lang vertoon van onmacht in Nederland en Europa om tot gezamenlijk gedragen maatregelen en oplossingen te komen. De paradox van onze huidige situatie is, dat mensen onzekerheid alleen aandurven als ze een beetje weten waar ze aan toe zijn. Onze economie zal alleen maar weer op gang komen als mensen in ons land weer risico durven nemen: verhuizen, een andere baan zoeken, in een onderneming investeren, kinderen krijgen. Allemaal besluiten waarbij gewone Nederlanders veel verder moeten kijken dan de paar jaar die hier op het Binnenhof al snel doorgaat voor ‘lange termijn’.

Om ons land uit deze crisis te halen, is daarom boven alles politiek-bestuurlijke samenwerking en vertrouwen nodig. Wat mensen willen ervaren van de politiek is ruimte en stabiliteit. Dat is de opgave waar wij als volksvertegenwoordigers ook hier in de Eerste Kamer voor staan. Terecht heeft het kabinet dat ook gezocht in de dialoog met maatschappelijke organisaties. In een jaar tijd verschenen er het sociaal akkoord, maar liefst vier akkoorden in de zorg, een natuurakkoord, onderwijsakkoord, energieakkoord en een woonakkoord.

Die akkoorden brengen ons land veel goeds. Sociale rust, zo essentieel om de internationale concurrentiepositie van onze open economie hoog te houden. Vrijwillige loonmatiging in de zorg, die het mogelijk maakt om tienduizenden banen in de langdurige zorg te behouden. Maar liefst 40.000 extra banen in natuuronderhoud en -aanleg. Hervatting van investeringen door woningbouwcorporaties. Ambitieuze doelstellingen om duurzaamheid te verbeteren door investeringen in niet-fossiele energie. Investeringen in de kwaliteit van leraren, cruciaal voor onze kenniseconomie. En, last but not least: voor het eerst lukt het een kabinet om de onstuimige groei van de zorg te beperken tot een aanvaardbaar niveau – met draagvlak onder aanbieders, professionals en patiënten. Dankzij de oproep van minister Schippers in Buitenhof en de daarop volgende zorgakkoorden kon de geplande, diep ingrijpende korting op het basispakket – nog een erfenis van het vorige kabinet – grotendeels ongedaan worden gemaakt, waarmee de solidariteit in de zorg gewaarborgd blijft. Allemaal resultaten van overleg met het maatschappelijk middenveld.

Geen misverstand: onze fractie steekt niet de vlag uit bij elk concreet resultaat van de akkoorden. We zullen de wetsvoorstellen die er uit voortvloeien beoordelen in loyaliteit én onafhankelijkheid, zoals het de Eerste Kamer betaamt. Maar de akkoorden bewijzen dat tientallen maatschappelijke organisaties met honderdduizenden mensen achter zich, bereid zijn om hun steentje bij te dragen om Nederland uit deze crisis te helpen. Dat is van onschatbare waarde om burgers weer perspectief te geven.

Voorzitter.

Joop den Uyl heeft onze fractie ook geleerd dat smalle marges geen rem hoeven zijn op grote dromen. Door nu de juiste beslissingen te nemen, kunnen we de toekomst van onze samenleving ten goede veranderen. De PvdA-fractie wil blijven bouwen aan een rechtvaardig, solidair en duurzaam Nederland in een rechtvaardige, solidaire en duurzame wereld. Ook, of misschien wel juist, in deze crisis.

Dat is ondenkbaar zonder Europese samenwerking. Het heeft er alle schijn van, dat na jaren van voortmodderen de Eurocrisis bedongen is. ‘De manier waarop’ zal de schoonheidsprijs nooit krijgen. Maar ‘het feit dat’ versterkt de veerkracht van ons continent. In 2014 zijn er zoals bekend Europese verkiezingen. De inzet bij die verkiezingen moet zijn, hoe Europa eraan gaat bijdragen dat haar burgers weer vertrouwen in de toekomst krijgen. Dat betekent investeren in welvaart en werkgelegenheid. En dat we onze Europese traditie van sociale rechtvaardigheid en sociale cohesie weerbaar maken tegen de keiharde winner-takes-all-mentaliteit die tegenwoordig niet alleen uit Amerika, maar ook uit Azië op ons afkomt. In tijden van Europese crisis lijkt dat een succesverhaal. Maar de keerzijde is armoede, uitsluiting en wanhoop voor honderden miljoenen mensen, gebaseerd op de meest fundamentele denkfout: dat er redenen zouden kunnen bestaan die legitimeren dat een mens zich meer waard mag wanen dan zijn medemensen.

Onze fractie heeft daarom waardering voor de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie, die een Nederlandse inbreng in het handhaven van de internationale rechtsorde vanzelfsprekend vinden. We zien hun collega van Hulp en Handel zich inzetten voor duurzame internationale economische groei die ook de allerarmsten op onze aarde bereikt. Alle drie bewindslieden tonen dat misschien wel het belangrijkste exportproduct dat Nederland heeft, ons voorbeeld van een solidaire, vrije, rechtvaardige high trust-maatschappij is.

Soms wordt het beeld geschapen dat Nederland vooral veel te verliezen heeft. Maar we hebben juist letterlijk een wereld te winnen. Onze fractie gelooft dat er maar weinig echt slechte mensen bestaan. Maar er bestaan veel slechte menselijke eigenschappen: hebzucht, vraatzucht, luiheid, ijdelheid, jaloezie. Deze crisis heeft ons maar weer eens met de neus op de feiten gedrukt, en getoond hoe belangrijk het is dat overheden wereldwijd hun burgers stimuleren tot goed gedrag. Om te voorkomen dat opgeklopte, onverantwoorde bubbels kunnen doorgaan voor duurzame economische groei. Om te voorkomen dat schaarse grondstoffen worden verspild en de aarde uitgeput raakt. En om te voorkomen dat de zwaksten in de samenleving de dupe worden: zij die niet snel, slim of mondig zijn; zij die geen stem hebben omdat ze onwetend, ziek of net geboren zijn, zij die getroffen worden door honger, geweld, ziekte of natuurrampen.

Na de val van de Berlijnse muur is lang uitgestraald dat hebzucht de belangrijkste motor van economische groei zou zijn: ”greed is good”. Deze economische crisis bewijst hoe pervers die veronderstelling is. Niet hebzucht, maar vertrouwen is de belangrijkste aanjager van een gezonde economie en welvaart. Dat vraagt om het terugdringen van uitbuiting en corruptie, het stevig aanpakken van mensen die anderen gebruiken of misbruiken voor eigen gewin, en een rechtvaardige toegang voor ieder mens tot natuurlijke rijkdommen. Dat lukt alleen met sterke overheden die intensief internationaal samenwerken. Onze fractie ziet graag een kabinet dat bouwt aan een Nederland dat als klein maar sterk land een voorbeeld voor de wereld kan zijn. Is de minister-president dat met ons eens?

Voorzitter.

Onze fractie heeft een aantal voorstellen die kunnen bijdragen aan een meer duurzame, rechtvaardige en solidaire toekomst. Bijvoorbeeld voor hoe we omgaan met aandelenkapitaal. Een Nederlandse uitvinding, ooit bedoeld als een vorm van betrokkenheid waarmee rendement kon worden behaald. Nu flitst het kapitaal computergestuurd de wereld over. Een directeur van een grote multinational vertelde me deze zomer dat de aandelen van zijn bedrijf gemiddeld drie minuten in dezelfde handen blijven… Wat zegt dat van de sociale kant van ondernemen?

Er zijn enkele jaren geleden voorstellen ontwikkeld om aandeelhouders die kiezen voor een langdurige relatie met een bedrijf daarvoor te belonen: het loyaliteitsaandeel. Die voorstellen zijn helaas in een la beland. Wij vragen het kabinet deze voorstellen af te stoffen en tot uitvoering te brengen. Dat beloont aandeelhouders die kiezen voor duurzame groei. Is het kabinet bereid daartoe met voorstellen te komen?

Een ander voorstel betreft de enorme sociale en economische gevolgen van internet. Internet verandert onze economie, onze veiligheid, de manier waarop we met elkaar omgaan, de internationale verhoudingen, en onze privéruimte. Het mooie van het internet is de ruimte die het biedt voor verbinding, ondernemingszin en creativiteit. Maar zonder goede regelgeving ontaardt internet in een vrijplaats voor de eerder genoemde slechte menselijke eigenschappen. We zien daar de tekenen al van: bedreigingen, berovingen, volledig uit de hand gelopen bespionering van burgers en doorgeslagen commercialisering. De virtuele ruimte is inmiddels net zo werkelijk als de fysieke ruimte. Dan kan de overheid toch niet achterover leunen? Als het internet volwassen wordt, moeten wij bereid zijn de grote dilemma’s die de virtuele revolutie veroorzaakt onder ogen te zien en van een passend antwoord te voorzien.

Willen we wel dat bedrijven vrijwel ongehinderd diep en actief ons privéleven kunnen binnendringen, om ons gedrag en onze voorkeuren te verkopen? Willen we wel dat we straks met een mogelijk massale opkomst van Google glasses elkaar de hele dag kunnen filmen zonder dat we merken dat dat gebeurt? We willen dat ons bankverkeer veilig is: chaos en destructie zullen ons deel zijn als het betalingsverkeer ooit langer dan een paar dagen uitvalt. Maar als we sluizen rond het betalingsverkeer op internet plaatsen, kunnen NSA en GCHQ daar ook in – na alle berichten van de afgelopen weken zal niemand meer betwijfelen dat NSA en GCHQ dat willen. Voor we het weten, zijn we onze privacy dan ook daar kwijt.

De PvdA-fractie vindt dat de overheid actief moet bevorderen dat er een publieke ruimte op internet bestaat, waar de commercie geen greep op kan krijgen. En net als in de fysieke wereld moet de overheid ook virtueel burgerrechten en veiligheid bewaken. Wij zouden het verstandig vinden als het kabinet een groep deskundige mensen bij elkaar brengt die met voorstellen komt voor nationale en internationale regelgeving die de vrijheid van goedwillende burgers op internet beschermt. En dat moet snel; afwachten betekent te laat zijn. Is het kabinet daar toe bereid?

Ook rond de ontwikkeling van de opbouw van onze bevolking verwacht onze fractie een actievere opstelling van het kabinet. Demografische ontwikkelingen zijn meebepalend voor onze sociaal-economische toekomst. Die kan bijvoorbeeld nieuwe ongelijkheid in ons land veroorzaken: tussen de Randstad, waar de bevolking volgens alle prognoses blijft groeien en waar een groeiend deel van het BNP verdiend zal worden, en de rest van het land, waar krimp de nieuwe werkelijkheid wordt.

Deze vooruitzichten vragen om verstandige keuzes en sturing, bijvoorbeeld van de ruimtelijke ordening die zo belangrijk is voor de leefbaarheid van ons drukbevolkte land. Maar wij horen ook al van banken die hogere hypotheekrentes willen vragen in krimpgebieden. Is het kabinet bereid om met een nota te komen over de gevolgen van bevolkingskrimp en –groei en de keuzes die daar het gevolg van zullen en moeten zijn?

In de Troonrede introduceerde de regering het interessante maar helaas te vluchtig uitgewerkte begrip participatiesamenleving. Wij hebben daar met spijt in ons hart misverstanden over zien ontstaan. Laten we als PvdA maar eens beginnen met het intrappen van een open deur: er kan en zal geen sprake van zijn dat een participatiesamenleving een einde maakt aan de verzorgingsstaat. Volgend jaar besteedt de overheid ruim de helft van al haar uitgaven aan twee doelen: zorg en sociale zekerheid. Die uitgaven zullen de komende jaren alleen maar verder stijgen. Juist deze crisis laat zien hoe groot de waarde van de verzorgingsstaat is: bij moeilijke omstandigheden willen we zorgen voor elkaar. De verzorgingsstaat is de diepste erkenning van het simpele feit dat met al onze kennis en technologische verworvenheden een ding nog steeds onveranderd is: dat narigheid van mensen meestal veroorzaakt wordt door botte pech, en succes maar al te vaak een kwestie is van geluk.

Wij moderne Westerse mensen denken graag dat we ons lot zelf in handen hebben, maar ook hier zijn de marges zo klein. Pech, ziekte, verlies, verdriet: we maken het allemaal mee. De verzorgingsstaat is deels welbegrepen eigenbelang: samen verzekeren we elkaar en onszelf tegen het lot dat iedereen een keer treft. Maar we hebben ook voorzieningen geschapen voor mensen die langdurig niet of nooit voor zichzelf kunnen zorgen. Beide elementen hebben onze samenleving veerkrachtiger gemaakt: we zijn met zijn allen veel beter in staat om tegenslagen op te vangen. Dat is van blijvende waarde.

Tegelijkertijd zien we onmiskenbaar dat de verzorgingsstaat de veerkracht van mensen en de samenleving ook juist kleiner dreigt te maken. Als de verzorgingsstaat niet goed werkt, maakt ze mensen passief. Dat geldt voor mensen die er een beroep op doen: lang niet elke cliënt wordt ondersteund om te komen tot een zo normaal mogelijk vervuld leven als vrij burger – met ziekte of handicap en al. Maar ook mensen die betalen voor de verzorgingsstaat geven nu hun solidariteit vooral passief vorm, met de verplichte premieafdracht op de loonstrook.

Dat kan de bedoeling niet zijn. Om solidariteit levend te houden, is meer nodig. 

Als de participatiesamenleving die het kabinet voor ogen staat er een is waarin iedereen de kans krijgt om mee te doen en er bij te horen; waarin zorgen voor elkaar vaker letterlijk precies dat is: zorgen voor elkaar; een samenleving waarin mensen met pech niet alleen vis krijgen, maar ook een hengel; als het doel is een samenleving van vrije mensen die zoveel mogelijk ruimte krijgen hun leven naar hun dromen in te vullen, ook als dat op eigen kracht (even) niet lukt, dan kan onze fractie prima meegaan met de idee van de participatiesamenleving. Die, nogmaals, heel goed samen gaat en hoort te gaan met de verzorgingsstaat – want de overheid blijft steunen en herverdelen.

Wel zijn wij benieuwd naar de concrete uitwerking van voorstellen van het kabinet in de grote decentralisatiewetten die op stapel staan. Onze fractie zal bij de beoordeling van die voorstellen met name letten op de vraag of burgers daardoor beter tot hun recht zullen kunnen komen. Wij verwachten ook lokaal een dienstbare overheid. Niet bureaucratisch, niet verkokerd, niet bezig met eigen agenda of belangen, maar oprecht de vraag van kwetsbare burgers als uitgangspunt nemen.

Wie een participatiesamenleving wil realiseren, zal aan drie zaken prioriteit moeten geven: aan werk, werk en werk. De bestrijding van de werkloosheid moet wat de PvdA betreft op nummer een staan van de agenda van dit kabinet. De grootste inspanning moet aan de voorkant van de verzorgingsstaat plaatsvinden. Eerst een baan, dan zien wat er nodig is om hem te houden. Deelt het kabinet die topprioriteit? Kan het ons een overzicht leveren van de verwachte resultaten van alle initiatieven en projecten die zijn gestart? Wij willen geen dure praatclubs! En wat vindt het kabinet van het voorstel van de dienstencheque, drie weken geleden weer eens tevoorschijn gehaald door PWC? Is het kabinet bereid een serieuze studie te wijden aan deze optie, die wellicht tienduizenden banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt oplevert en zwart werken terugdringt?

Voorzitter.

Ik rond af. Ik ben begonnen met de smalle marge van democratische politiek. De PvdA is en blijft een partij die, zoals Den Uyl in zijn essay schrijft, “medeverantwoordelijkheid aanvaardt voor gegroeide structuren en bereid is vanuit deze verantwoordelijkheid die structuren te hervormen. Voor velen heeft dit stellig de smaak van de politiek van compromissen en de haalbare kaart. Zij smalen op schroefjesverdraaiers en marginale veranderingen”. Maar het is dezelfde Joop den Uyl die ons tot op de dag van vandaag inspireert om je niet door beperkingen te laten ontmoedigen en niet voor moeilijke tijden weg te lopen. Wij verwachten daarom van dit kabinet dat het binnen de smalle marge blijft werken aan grote idealen.

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma