Bijdrage Marleen Barth aan Algemene Politieke Beschouwingen Eerste Kamer

Bijdrage Marleen Barth aan Algemene Politieke Beschouwingen Eerste Kamer

Door Marleen Barth op 13 oktober 2015 Delen  

De PvdA ziet voor Europa een grote, gezamenlijke opdracht. In onze turbulente, onzekere wereld, waarin vreedzaam samenleven en rechtvaardigheid voor zoveel mensen onder druk staan, is het belang om politieke tegenstellingen te overbruggen groter dan ooit, om ons continent en ons land goed te kunnen besturen. De opdracht van elk regering is om aan onze kinderen en kleinkinderen een veilige, welvarende, duurzame en solidaire wereld na te kunnen laten. Daarom hebben we behoefte aan een kabinet met een warm hart, een koel verstand, een vaste hand en een open oog voor de toekomst.

Dat zei ik vandaag in mijn bijdrage (pdf) aan de Algemene Politieke Beschouwingen in de Eerste Kamer.

Download mijn bijdrage (pdf) >
Download mijn bijdrage (htm) >

Mijn volledige sreektekst (Gesproken woord geldt)

‘Het gaat alleen goed met ons, als het goed gaat met ons allemaal.’

Voorzitter,

En weer staat Europa voor een grote, gezamenlijke opdracht. De Grote Recessie die ons werelddeel vanaf 2008 trof, betekende al een ongekend beroep op het vermogen tot samenwerking in de Unie. Met veel vallen en opstaan lijkt dat gelukt. Daar komen de vluchtelingen die Europa binnentrekken nu bij. Daar een houdbaar antwoord op vinden, vergt duurzame afspraken in de Unie. Opnieuw kost dat de nodige moeite en inspanning.

Het is verleidelijk om de vluchtelingen, die inmiddels ook ons land bereikt hebben, te zien als één geheel. Zo wordt er ook vaak over gepraat: we hebben het over ‘een vluchtelingencrisis’ of ‘een asielzoekersstroom’. We lijken te vergeten dat het hier over individuen gaat, over mensen.
Over Abdul bijvoorbeeld, 9 jaar oud. Hij verkoopt water en tissues in de straten van Instanbul om te helpen zijn vader, moeder, broertjes en zusjes in leven te houden. In het kamp waar hij woont, is voor hem geen onderwijs. In Syrië wilde hij dokter worden, maar het vermogen om te lezen en schrijven is hij inmiddels verloren.

Of het verhaal van Naser en Jumana Hamada. Zij overleefden gescheiden van elkaar de levensgevaarlijke tocht over de Middellandse Zee, en nu is hun dochter Salam deze zomer verdronken tijdens de zwemles in Nederland.

Mensen die in Syrië een leven hadden: dromen, een bedrijf, onderwijs, een toekomst. Alles is uit hun handen geslagen door een gruwelijke oorlog waarbij alle strijdende partijen vooral zoveel mogelijk burgerslachtoffers lijken te willen maken.

Het is belangrijk dat ook in deze crisis regeringen de verhalen van individuele mensen gewicht in de schaal toekennen. Zonder dat is werkloosheid een cijfer. Zonder dat zijn vluchtelingen alleen maar ‘zij’. Als we ons als politici en beleidsmakers laten wegglijden in zulk wij-zij-denken, doen we de mensen waar het om gaat tekort. Maar we doen dan ook de Nederlandse samenleving of, zo u wilt, de Nederlandse identiteit tekort. Toen vorig jaar de hele wereld meekeek terwijl de lichamen uit vlucht MH17 naar huis kwamen, snikte een Russische vrouw in mijn kennissenkring: “Voor jullie Nederlanders telt ieder mens”. Misschien beseffen we in Nederland met zijn allen wel te weinig hoe bijzonder en waardevol dat is, en hoe zuinig we daar op moeten zijn.

De verhalen van de vluchtelingen die in Europa een nieuwe, veilige toekomst zoeken, zijn nog niet af. Hen wacht nog perspectief, gastvrijheid en steun, maar ook ontworteling, angst, onbegrip en uitstoting. Het is hartverwarmend om te zien hoeveel mensen in ons land bereid zijn om vluchtelingen op weg te helpen. Maar het is ook belangrijk om bezig te zijn met wat dit voor onze samenleving betekent. Er komen ook mensen Nederland binnen die ver af staan van de vrijheid en de autonome waarde die elke man, elke vrouw en ieder kind hier heeft. Het is begrijpelijk dat die afstand weerstand oproept.

Angst is altijd een slechte raadgever, maar verdwijnt niet door hem te onderdrukken. Nederland kan de komst van vluchtelingen aan, maar dat gaat niet vanzelf. Er moeten taallessen en onderwijs worden georganiseerd, er zijn banen en huizen nodig –en die zijn er nu al niet voldoende voor iedereen. Daarnaast is het ook nodig om actief te investeren in de sociale cohesie in ons land. De verhalen van mensen die vluchtelingen in hun wijk ontvangen, doen er ook toe. Willen we dit laten slagen, dan moet het kabinet ook naar hen luisteren, hen serieus nemen en hun problemen helpen oplossen.

Wij zien hoe het kabinet, de staatssecretaris van Justitie voorop, het COA, betrokken gemeenten en maatschappelijke organisaties keihard werken om de eerste opvang te regelen. Wij vragen de minister-president vandaag wel: en dan? Gaat het kabinet met dezelfde grote inzet verder om er voor te zorgen dat vluchtelingen zo snel mogelijk hun draai in ons land zullen vinden? Komt er bijvoorbeeld extra ondersteuning voor scholen en volwasseneneducatie om mensen Nederlands te leren, hun talenten te ontplooien en hen te leren wat burgerschap in ons land inhoudt? Wat gaat het kabinet doen om de dialoog te stimuleren in onze samenleving, om angst en onbegrip over en weer te verminderen?

Ondertussen is het belangrijk oog te houden voor de reden waarom burgers van Syrië hun land verlaten. Het is pijnlijk om de machteloosheid te zien van Europa en de wereld om daar iets tegen te doen. Twintig jaar geleden kwamen er ook –veel meer dan nu- vluchtelingen naar Nederland, toen uit het voormalig Joegoslavië. Ook die burgeroorlog leek hopeloos. Het is en blijft beschamend dat Europa toen de VS nodig had om een eind te maken aan dat conflict. De oorlog in Syrië is nog complexer dan die in Joegoslavië was, en met de interventie van Rusland weer gevaarlijker geworden. Er zijn immers maar weinig illusies mogelijk over de intenties van Poetin met de regio, ons continent en de wereldvrede.

Dit conflict is alleen tot een einde te brengen door een gezamenlijk gedragen internationale politieke agenda, om te beginnen in Europa. Die agenda moet er dus komen, hoe moeilijk dat ook zal zijn. Dat is noodzakelijk voor Syrië, maar ook voor onszelf. Ons continent is voor de rest van de wereld nog steeds een baken van vrede, vrijheid en welvaart, dat zien de vluchtelingen heel goed. In de ogen van onze fractie is de keuze daarom simpel: als wij Europa niet naar de wereld brengen, dan komt de wereld naar Europa.

De Unie heeft daarom dringend behoefte aan een gezamenlijk plan dat een actieve bijdrage levert aan vrede en veiligheid in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Nederland zou bij het tot stand brengen daarvan haar traditionele voortrekkersrol moet willen nemen, zeker nu het voorzitterschap van de Unie voor de deur staat. Is het kabinet daar toe bereid, zo vragen wij de minister-president?

En wat betekent deze opgave wat hem betreft voor Europa zelf? Het wordt steeds duidelijker dat gezamenlijk optrekken binnen de Unie noodzakelijk is om grote mondiale problemen aan te kunnen, en tegelijkertijd zijn de middelpuntvliedende krachten groter dan ooit. Wat kan en wil het kabinet doen om de legitimiteit van Europa te versterken, zo vragen we de premier?

Is het kabinet bereid om met ons land ook een actievere rol op zich te nemen in de Verenigde Naties, om de stilstand rond Syrië daar te helpen doorbreken? Dat is toch zeer passend voor een land dat een zetel in de Veiligheidsraad ambieert?

Nog steeds staat Europa voor een grote, gezamenlijke opdracht: het bestrijden van de financieel-economische crisis. De minister-president en minister Dijsselbloem hebben er deze zomer belangrijk aan bijgedragen dat de Grote Recessie zich niet opnieuw heeft verdiept, door het ineenstorten van Griekenland en het desintegreren van de Unie te voorkomen. Je zou willen dat bij alle politieke leiders zo stevig tussen de oren zat wat het kabinet deze zomer weer in praktijk heeft gebracht: dat politieke stabiliteit en voorspelbaarheid onmisbare voorwaarden zijn voor welvaart en economische voorspoed.

Met vaste hand laveert het kabinet nu al drie jaar langs alle kliffen en draaikolken, vanuit de overtuiging dat politieke stabiliteit noodzakelijk is om ons land de weg omhoog weer te doen vinden. Eindelijk hebben we land in zicht: het gaat weer beter met de economie. De export groeit, het producentenvertrouwen gaat omhoog, de huizenmarkt trekt aan, bestedingen van consumenten nemen toe, de werkgelegenheid stijgt.

Nu komt het er op aan er voor te zorgen dat alle Nederlanders gaan profiteren van het economisch herstel. Dat gaat niet vanzelf. Uit het baanbrekende Sociaal-Cultureel Rapport van 2014 ‘Verschil in Nederland’, dat onder leiding van onze oud-collega Kim Putters is opgesteld, blijkt dat het met zo’n 70 procent van de Nederlanders goed tot zeer goed gaat. Maar zo’n 30 procent van de Nederlanders loopt risico op blijvende achterstand. Met name laagopgeleiden zijn kwetsbaar. Hun kans op werk wordt kleiner door technologische ontwikkelingen en robotisering; ze zijn veel vaker tegen hun wil aangewezen op tijdelijk werk, kleine aanstellingen of flexbanen.

Nederland is vergeleken met de rest van de wereld een egalitaire samenleving, en dat is een groot goed. Terecht besteedt het kabinet in de Miljoenennota de nodige aandacht aan ‘Verschil in Nederland’. We zien hoe de minister van Sociale Zaken zich inspant tegen foute flex en schijnzelfstandigheid, en hoe hard de bewindslieden van OCW trekken aan de kwaliteit van ons onderwijs; allemaal om mensen meer kansen te geven. Toch horen we graag vandaag van de minister-president of de urgentie niet verder omhoog kan en moet? Het gaat alleen goed met ons, als het goed gaat met ons allemaal. Wat kan het kabinet nog meer doen om blijvende kansenarmoede bij aanzienlijke groepen landgenoten te voorkomen?

Als het SCP vaststelt dat ruimte voor zelfontplooiing en grote delen van de sociale zekerheid voor de meest kwetsbare Nederlanders ontoegankelijk dreigen te worden omdat ze geen vaste baan meer kunnen krijgen, welke brede agenda stelt het kabinet daar dan tegenover? En als het SCP aangeeft dat de emancipatie via het onderwijs in ons land vertraagt, welke plannen gaat het kabinet dan ontwikkelen om er voor zorgen dat die snelheid weer omhoog gaat? Onderwijs moet sociale barrières voor nieuwe generaties doorbreken, niet reproduceren; is de minister-president dat met ons eens? Sluit ons onderwijs wel voldoende aan op de samenleving van overmorgen voor alle kinderen?

Een baan met fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden is nog steeds de beste basis voor een goed leven. Dat de werkloosheid in 2016 verder zal afnemen, is dus zonder meer positief. Wel zien we verschillende groepen te lang en te veel langs de kant staan. Het kabinet heeft de jeugdwerkloosheid terecht hoog op de agenda staan, en met succes: jongeren komen steeds sneller aan een baan. Twee groepen mensen dreigen echter structureel de aansluiting met de arbeidsmarkt te missen: ouderen en allochtonen. Daarom vragen we als PvdA-fractie vandaag speciaal voor hen aandacht.

De werkloosheid onder ouderen blijft tegen de trend in stijgen door een combinatie van de crisis en snelle technologische veranderingen. Dat is extra triest, omdat de 50-plussers van vandaag de jeugdwerklozen van de jaren ’80 waren. We mogen ons er niet bij neerleggen dat dezelfde generatie twee keer in zijn leven de tol van een economische crisis betalen moet. Is het kabinet bereid om de aanpak van werkloosheid onder ouderen te intensiveren, en zo ja, hoe?

Ook allochtonen vinden nog onvoldoende hun weg naar de groeiende arbeidsmarkt. De minister-president heeft wel eens gezegd dat zij zich dan maar “wat harder moeten invechten”, maar dat is ons net te makkelijk. Onderzoeken, onlangs nog hier in Den Haag, tonen keer op keer dat er wat wordt af-gediscrimineerd onder werkgevers. Dat moet het kabinet actief bestrijden. Dit land kent een wenkend perspectief: als je je best doet op school en hard werkt, heb je toegang tot een goed leven. We willen toch niet het risico lopen dat dat perspectief voor allochtonen slechts beperkte geloofwaardigheid heeft? Dat kan onze samenleving immers blijvend ontwrichten. Om nog maar te zwijgen van het negatieve effect op het groeivermogen van onze economie. Is het kabinet bereid de toegang voor allochtonen tot de arbeidsmarkt te verbeteren, en zo ja, hoe?

Mensen die juist chronisch tijd tekort komen, dat zijn (jonge) ouders. Het kabinet doet dit jaar een serieuze poging om hun worsteling om arbeid en zorg te combineren te verlichten. Als PvdA-fractie zijn we heel blij met de forse investeringen van het kabinet voor volgend jaar in kinderopvang, peuterspeelzalen en vaderschapsverlof. Deze zijn broodnodig en zullen zeker een positieve bijdrage leveren.

Maar… er blijft nog veel te wensen over. Nederland is absoluut geen koploper in het faciliteren van de combinatie van werken en zorgen. Ik zie jonge moeders die vastbesloten zijn om hun talenten niet onder de korenmaat te steken –en terecht, want meisjes presteren in het onderwijs aan alle kanten beter dan jongens. Ik zie ook jonge vaders die keihard werken: gemiddeld 40 uur per week, en dat is meer dan mannen werken in welke andere fase van hun leven.

Dat doen zij vast niet allemaal om de poepluiers te ontlopen. Veel jonge mensen wonen in een (te) duur huis, onder water geraakt door de economische crisis, en de kosten van kinderopvang zijn flink gestegen. Velen vallen sindsdien terug op informele opvang. Dat heeft mooie kanten. Maar je kunt als moeder ‘s nachts ook wakker liggen, als opa of oma opeens uitvalt en er op je werk net een belangrijke opdracht af moet. Of als vader, als je kind ongelukkig is op school en je het je niet kunt veroorloven om korter te gaan werken.

Voor deze jonge mensen, die de samenleving zo veel positiefs voor de toekomst te bieden hebben: hun werklust, hun ideeën, de nieuwe generaties die zij groot brengen; voor deze jonge mensen zou het toch allemaal niet zo moeilijk moeten zijn? Als overheid zouden we hen toch juist maximale steun moeten willen bieden? In ons vergrijzende land hebben we er toch met zijn allen belang bij, dat zij wel varen?

Graag vraag ik ook aandacht voor de kinderen zelf. Ook voor hen is het vaak niet eenvoudig.
’s Ochtends in de stress naar opvang of school, omdat de tijden van voorzieningen en werk vaak slecht op elkaar aansluiten.

De pedagogische kwaliteit van de kinderopvang laat helaas nogal eens te wensen over.
Het ontbreekt aan een geïntegreerde, goede voorziening voor alle 0-4-jarigen, terwijl goede kinderopvang zulke grote betekenis kan hebben in die belangrijke eerste jaren van een mensenleven.
Schoolgaande kinderen met werkende ouders hebben meestal nog te lange middagpauzes, met, opnieuw, vaak achterblijvende kwaliteit van opvang –vaak wisselend, vaak door mensen die niet altijd verstand hebben van hoe je met grotere groepen kinderen omgaat.
En dan uit school weer naar een andere plek voor de naschoolse opvang, die lang niet altijd aansluit op de sportclub of muziekschool waar je graag naar toe wilt.

Ook hier past de verzuchting: dit zou toch makkelijker en beter moeten kunnen? Elke investering die we als samenleving in onze kinderen doen, verdienen we later, als die kinderen volwassen zijn, dubbel en dwars terug. Dan zouden we toch als overheid de rode loper moeten willen uitleggen voor optimale kansen op ontwikkeling van jonge generaties? Of, concreter: een forse impuls moeten willen geven aan de kwaliteit van en de aansluiting tussen onderwijs en kinderopvang, voor-, tussen- en naschools?

Nederland is de kampioen van het anderhalf kostwinnersmodel, en dat lijkt ideaal. Maar het is slecht voor de economische zelfstandigheid van vrouwen. Veel vrouwen komen daar pas achter als het te laat is: als zij er alleen voor komen te staan. Te veel alleenstaande vrouwen belanden daardoor, als ze ouder zijn of juist nog schoolgaande kinderen hebben, blijvend in armoede.

Voor het uitbreken van de crisis groeide het aantal economisch zelfstandige vrouwen uitbundig, sindsdien staat deze ontwikkeling stil. Het gebeurt daardoor nog te vaak dat vrouwen al deeltijdwerkend stilzwijgend van de zorg voor hun kinderen de zorg voor hun ouders inrollen. Ook van deze mantelzorgers weten we dat ze het zwaar hebben, vooral omdat –opnieuw- de combinatie met betaalde arbeid vaak gecompliceerd is.

Werk is voor veel mensen niet alleen een bron van financiële zelfstandigheid, maar ook van zingeving. Gezien de hoge arbeidsproductiviteit in Nederland hebben we daar veel voor over, en terecht. Maar het leven is meer. De worsteling om ook tijd en aandacht te kunnen geven aan de mensen die ons lief zijn, die verdient een politiek antwoord, een politieke agenda die gaat over het eerlijk delen van arbeid en zorg, van tijd en aandacht.

Is de minister-president dat met ons eens? Wat zou het kabinet kunnen doen om de combinatie van arbeid en zorg in alle fasen van ons leven verder te verbeteren en gemakkelijker te maken? Hoe zouden we bijvoorbeeld een vierdaagse werkweek voor mannen en vrouwen kunnen stimuleren? Dat is goed voor de kwaliteit van onze samenleving en voor de verdienkracht van ons land. Is het kabinet bereid om een brede politieke agenda te ontwikkelen met voorstellen en ideeën om al die hard werkende ouders van jongere kinderen en kinderen van oudere ouders een steun in de rug te geven?

Voorzitter,

Ik kom tot een afronding. Afgelopen zomer ben ik in meer media dan me lief is de veronderstelling tegen gekomen dat het kabinet Rutte-Asscher wel zo’n beetje is uitgeregeerd, nu alle grote hervormingen uit het regeerakkoord door het parlement zijn aangenomen. Maar wie de rest van de berichtgeving tot zich neemt, ziet hoe zeer zulke scribenten kennelijk onder de Binnenhofse kaasstolp leven. Alsof de werkelijkheid verandert op de dag dat een wet is aangenomen; alsof regeren niet veel meer behelst dan wetgeving in het parlement verdedigen.

Want weer staat Europa voor een grote, gezamenlijke opdracht. In onze turbulente, onzekere wereld, waarin vreedzaam samenleven en rechtvaardigheid voor zoveel mensen onder druk staan, is het belang om politieke tegenstellingen te overbruggen groter dan ooit, om ons continent en ons land goed te kunnen besturen. De opdracht van elk regering is om aan onze kinderen en kleinkinderen een veilige, welvarende, duurzame en solidaire wereld na te kunnen laten. Daarom hebben we behoefte aan een kabinet met een warm hart, een koel verstand, een vaste hand en een open oog voor de toekomst. We wensen het kabinet daarom ook voor 2016 veel wijsheid en inspiratie.

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma

Berichten