PvdA kiest wél voor eerlijk delen

PvdA kiest wél voor eerlijk delen

Door De Redactie op 26 oktober 2010 Delen  

‘Juist nu, nu de rekening van de crisis betaald moet worden, is het niet alleen een kwestie van zorgzaamheid, maar ook een noodzaak om eerlijk te delen. Als mensen merken dat van iedereen, ook van de rijkeren en van de banken, een bijdrage wordt gevraagd, ontstaat er draagvlak voor de noodzakelijke bezuinigingen. Daarom is het niet alleen onfatsoenlijk maar ook onverstandig dat dit kabinet de rekening eenzijdig neerlegt bij de lage en middeninkomens en de meest kwetsbare mensen. Bij de politieagent en de leraar, van wie de inkomens bevroren worden.’

Dat zei Job Cohen zojuist in het debat over de regeringsverklaring. Klik op ‘lees verder’ om de volledige bijdrage, waarin hij ook voorstellen doet op het gebied van de woningmarkt en de arbeidsmarkt, te lezen of te downloaden.

Download de inbreng van Job Cohen (pdf) >

Inbreng Job Cohen bij het debat over de regeringsverklaring
26 oktober 2010

Gesproken woord geldt

‘Mevrouw de Voorzitter!

Zelden heeft Nederland een verkiezingsuitslag gekend die het zo moeilijk maakte om een kabinet te formeren. En zelden heeft het een kabinet opgeleverd dat al voor de aanvang zoveel rumoer heeft opgeleverd. Maar de heer Rutte is er in geslaagd het kabinet van zijn eerste voorkeur te smeden. Daar past een gelukwens bij. Hij refereerde in de Regeringsverklaring aan het kabinet Cort van der Linden dat het algemeen mannenkiesrecht introduceerde. Al die mannen: nu begrijp ik meer over de samenstelling van zijn kabinet! Ik wens hem en zijn bewindslieden veel wijsheid, want die zullen zij nodig hebben.

Zelden zoveel rumoer, terwijl er ook een hoge prijs is betaald, met name door VVD en CDA. De VVD lost bij lange na het financiële tekort op lange termijn niet op, terwijl er sprake is van forse lastenverzwaring: twee van de vier zogenoemde piketpaaltjes zijn daarmee verdwenen in deze rechtse samenwerking. En het CDA betaalt met een forse scheiding der geesten en het vertrek van tot nu toe aansprekende partijgenoten uit de actieve politiek. En de PVV trekt aan de touwtjes; Wilders wil is wet.

Zelden zoveel rumoer – dat ons ook vandaag, als wij niet oppassen, afleidt van de hoofdzaken. Want ja, mevrouw Veldhuijzen van Zanten blijkt ook een Zweeds paspoort te hebben. Je zou daar, naar het advies van de WRR, ontspannen mee kunnen omgaan, maar dat advies noemde de nieuwe collega van mevrouw Veldhuijzen, Halbe Zijlstra, nog niet lang geleden ‘een theoretische exercitie van wereldvreemde rode rakkers’.
Voorzitter, ik volg dat advies wel. Maar de premier zit in een lastig pakket omdat hij zich eerder ook op dit punt al op sleeptouw had laten nemen door de PVV. En vond dat het staatssecretaris Albayrak zou sieren als zij die tweede nationaliteit zou opgeven. Nu vindt hij het geen probleem. Betekent dit nu dat het voorstel om in beginsel dubbele nationaliteit onmogelijk te maken, van tafel is?

Voorzitter,

Dit is het eerste grote debat dat ik mag voeren als fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid, Ik heb mij daarvoor kandidaat gesteld omdat ik mij grote zorgen maak over de manier waarop wij met elkaar omgaan in ons land.

Ik vind dat er steeds meer redenen zijn om je uiterste best te doen om de boel bij elkaar te houden. Er zijn tegenstellingen in ons land: tussen arm en rijk, tussen stad en platteland, tussen oorspronkelijke bewoners en nieuwkomers, tussen gelovigen en ongelovigen, tussen libertairen en conservatieven. Ik vind het mijn dure plicht, onze dure plicht, om ervoor te zorgen dat al die verschillende mensen hier met elkaar kunnen samenleven. Dat vraagt onderling begrip en onderlinge toenadering. Het vraagt ook grenzen stellen en die handhaven. Het vraagt discipline en zelfrelativering.

Maar die benadering is geen gemeengoed. Integendeel, één van de coalitiepartners zegt trots niets met bruggen bouwen te hebben. Ik zie hoe onderlinge verschillen groter worden, soms met opzet uitvergroot worden. Ik zie hoe de ongelijkheid in onze samenleving groeit, hoe mensen elkaar met wantrouwen bejegenen, hoe gevoelens van onveiligheid, hoe hardheid en ruwheid in onze samenleving toenemen, hoe vijandig joden, homo’s en moslims bejegend worden, hoe vrouwen worden uitgescholden, buschauffeurs bedreigd, hulpverleners geïntimideerd. Ik hoor hoe ons taalgebruik zich aanpast aan die veranderingen, hoe, langzaam maar zeker, uitsluiting normaler wordt dan insluiting, hoe er een giftig klimaat ontstaat waarin wij elkaar verketteren in plaats van toenadering zoeken.Tegen die benadering heb ik mij altijd verzet en zal ik mij blijven verzetten.Bruggen bouwen kan alleen als de verschillen niet te groot zijn. Het ligt in onze macht om die verschillen te beperken, er aan bij te dragen dat alle mensen binnen hun mogelijkheden tot hun recht komen, mee kunnen delen. Zodat ook zij op hun manier en met hun talenten een goed leven hebben. Dat is een kwestie van beschaving, van fatsoen.

Voorzitter,

Vanuit dat perspectief heb ik me voorgenomen om in deze Kamer het debat te voeren. Natuurlijk, een debat moet op het scherpst van de snede gevoerd worden, standpunten moeten helder verwoord worden, maar kan het misschien een onsje zakelijker? Met iets minder opwinding? Is er ruimte voor nuance? Voor meer dan een lekkere soundbite? Kan het op een manier die recht doet aan elkaars intenties, op een manier die laat zien dat wij allemaal het beste met ons land voor hebben? Op een manier die laat zien dat wij niet met de ruggen naar elkaar toe staan, ook al zijn wij het niet altijd met elkaar eens? En moet dat niet ook?

Het is vanuit die intentie dat ik ook de kersverse premier aanspreek. Hij heeft het ons daarbij niet gemakkelijk gemaakt, door een wankel minderheidskabinet te presenteren  en een programma, waar, naar zijn zeggen, rechts de vingers bij aflikt. En ik vrees dat hij daarin gelijk heeft. En toch richt hij zich ook tot andere partijen. Hij moet wel, want zonder die andere partijen valt er weinig te regeren.

Laat ik de premier zeggen dat hij niet lichtvaardig moet rekenen op steun van de PvdA. Wij hebben grote en principiële bezwaren tegen dit kabinet en tegen het gedoog- en regeerakkoord. Wij lenen ons daarom niet om de scheuren van deze coalitie dicht te plamuren of de scherven van Wilders op te vegen.

Of wij steun gaan geven is ten eerste afhankelijk van de vraag of wij  de voorstellen van dit kabinet goed vinden voor het land, haar toekomst en de mensen die er wonen. Steun is bovendien afhankelijk van de vraag of en hoe dit kabinet bereid is om substantieel tegemoet te komen aan een aantal zaken die in onze visie belangrijk zijn, op terreinen die ik later zal uitwerken zoals een eerlijke lastenverdeling, het onderwijs, de arbeidsmarkt en de woningmarkt. En wij zullen mede in de beoordeling betrekken hoe het kabinet te werk gaat met de uitvoering van het gedoogakkoord, in het bijzonder de voorstellen rond migratie en asiel en integratie en de boodschap die het kabinet daarmee afgeeft.

Voorzitter,

Wat we nodig hebben is een kabinet dat eerlijk deelt. Een kabinet dat zijn blik richt op de problemen en kansen in de toekomst. Een kabinet dat beseft dat we iedereen nodig hebben en zorgt dat iedereen erbij hoort, meetelt en mee kan doen.  Een kabinet dat de ontwikkeling van burgers en samenleving voorop stelt dus investeert in onderwijs.

Juist nu, nu de rekening van de crisis betaald moet worden, is het niet alleen een kwestie van zorgzaamheid, maar ook een noodzaak om eerlijk te delen. Als mensen merken dat van iedereen, ook van de rijkeren en van de banken, een bijdrage wordt gevraagd, ontstaat er draagvlak voor de noodzakelijke bezuinigingen. Daarom is het niet alleen onfatsoenlijk maar ook onverstandig dat dit kabinet de rekening eenzijdig neerlegt bij de lage en middeninkomens en de meest kwetsbare mensen. Bij de politieagent en de leraar, van wie de inkomens bevroren worden. Bij mevrouw Smeekens.

In de verkiezingscampagne voor de kamerverkiezingen hebben wij de kersverse premier één keer boos gezien, razend zelfs. De suggestie – in het programma Netwerk – dat de bijstandsgerechtigde mevrouw Smeekens er 160 euro per maand op achteruitging was een grove schande. In die uitzending zag je hoe de onder opgewekte ´orde op zaken´ quootjes gebrachte VVD-plannen zouden uitpakken voor een bijstandsmoeder. Mark Rutte ontkende in alle toonaarden. De VVD zou 250 miljoen extra uittrekken voor bijzondere bijstand. Vandaag weten we het zeker. Mevrouw Smeekens gaat betalen voor de crisis. De bijstand gaat fors omlaag, en het beloofde extra geld voor de bijzondere bijstand is nergens te bekennen. En bankiers van Aegon en ING binden zich niet aan maximering van hun bonus tot 100  procent van hun jaarinkomen.

Maar de bescherming van de minst bedeelden werkt alleen als ook de hardwerkende gezinnen zich gesteund weten. Dan gaat het om gewone mensen, gezinnen met kinderen, tweeverdieners, die aan de keukentafel berekenen hoe zij hun huis of hun auto kunnen blijven betalen. Zij houden ons land draaiende: leraren, administratief medewerkers, politieagenten, bouwvakkers, verpleegkundigen, ambtenaren en ga zo maar door.

Zij vormen de ruggengraat van Nederland, zij dragen ons land en onze economie. Wat vinden zij belangrijk? Praat met mensen die zorg nodig hebben of zorg geven en je weet het. Vraag een kind naar zijn dromen en een leraar naar zijn pupillen en je weet het. Vraag een slachtoffer van een overval en de agent die hem opving naar hun gevoelens en je weet wat écht telt.

Vraag mensen wat zij belangrijk vinden en zij zeggen dat ze behoefte hebben aan werk waar zij tot hun recht komen, aan zorg als die nodig is, aan goed onderwijs voor hun kinderen, aan veiligheid op straat, aan een overheid die luistert en levert. Allemaal elementen van bestaanszekerheid, en juist daar zijn mensen nu onzeker over.

Wat hebben al die gewone Nederlanders van dit kabinet te verwachten? De politieagent, de leerkracht en de vuilnisman? Hun salaris wordt bevroren. Gewone gezinnen? Gaan fors meer betalen voor kinderopvang. Dit kabinet houdt vrouwen weg van werk. Maar meneer Rutte, de hardwerkende Nederlander is vaak een vrouw.

Cynisch is het regeerakkoord vooral waar de eigen-schuld-doctrine geïntroduceerd wordt: in de jeugdzorg, het zorgpakket, het passend onderwijs, de WAJONG. De PvdA vindt dat zeer streng moet worden toegezien op het gebruik van belastingmiddelen. Fraude met uitkeringen moet streng bestraft worden, net zoals fraude met zorgmiddelen. Maar in ieder gezin kan een kind geboren worden dat slechtziend of slechthorend is, of dat last heeft van een andere aandoening. Het geld om die kinderen een gewone schoolcarrière te bieden wordt met 300 miljoen euro verminderd. Tegelijk moeten meer zorgleerlingen in gewone klassen worden opgevangen. Dat gaan we merken in de klassen. De kinderen die hulp nodig hebben zullen niet de aandacht krijgen die ze verdienen. De andere kinderen in de klas zullen daaronder lijden. Astmapatiënten en ander chronisch zieken gaan er fors op achteruit en mensen moeten straks een veel grotere eigen bijdrage gaan betalen.

Eerlijk delen en bestaanszekerheid, dat zijn ook geen uitgangspunten in de plannen voor de zorg. Je zorgpremie wordt duurder, je krijgt minder zorgtoeslag, je gaat meer zelf betalen en voor dit alles krijg je ook nog minder zorg terug. Bezuinigingen die terecht komen bij diezelfde agent, diezelfde leraar en diezelfde bijstandmoeder,en nog eens extra bij mensen die ziek zijn, en dat zijn heel vaak ouderen. Nergens wordt een extra bijdrage van hogere inkomens gevraagd om de zorg betaalbaar en toegankelijk te houden.

En zo wordt de crisis betaald door gewone mensen. Mensen met lage of middeninkomens, ouderen, mensen die minder dan 100% gezond zijn, jongeren die voor hun werk op WSW of Wajong zijn aangewezen, zij betalen de rekening van de crisis waar zij part noch deel aan hadden.

Voorzitter,

VVD en CDA gingen de campagne in met de belofte financieel ‘orde op zaken te stellen’. Maar het gebeurt niet: van het houdbaarheidstekort van 29 miljard blijft een gat van 10 miljard liggen. Sla het CPB er maar op na. Het CPB constateert dat het kabinet een deel van de rekening doorschuift naar de toekomst.

Dat lijkt op het eerste gezicht onbegrijpelijk. Maar bij nader inzien ligt het voor de hand bij een kabinet dat weigert te kijken naar hervormingen op de langere termijn. Een houdbaarheidstekort van deze omvang is niet op te lossen in vier jaar, zelfs niet met de voorgestelde, vaak onwenselijke bezuinigingen. Nog afgezien van de beroerde effecten ervan op mensen en hun vooruitgangsperspectief, is het niet haalbaar en economisch onverstandig. En echte oplossing van het houdbaarheidstekort vergt echte hervormingen. Op de woningmarkt, in de zorg en op de arbeidsmarkt, waar vergrijzing een groot tekort aan handen zal veroorzaken.

Hier valt het gebrek aan ambitie en visie van het kabinet mij het meest op. We hebben simpelweg iedereen nodig de komende jaren. We komen nu al mensen tekort in het onderwijs en de zorg en dat tekort wordt alleen maar groter. Wat heb je aan een mooi schoolgebouw, als er geen leraar voor de klas staat? Wat heb je aan het recht om zo lang mogelijk thuis te kunnen wonen, als er geen verpleegster is om je daar te verzorgen? Wat heb je aan de nieuwste waterstofbussen als er geen buschauffeurs zijn? Met die kennis over de nabije toekomst moet al het onbenutte talent benut worden. Dat gaat niet vanzelf. Dat vergt beter onderwijs, betaalbare kinderopvang en inburgeringscursussen.

Met dit perspectief op de toekomst zijn de maatregelen die dit kabinet voorstelt zelfs contraproductief: want hoe kan het dat de werkloosheid oploopt met 110.000 mensen? Waarom maak je de kinderopvang onbetaalbaar, als je wilt dat vrouwen vaker en meer gaan werken? Waarom zo fors bezuinigen op re-integratie, als je mensen uit die kaartenbakken wilt krijgen? Waarom bevries je de salarissen van leraren, als je wilt dat er meer hoog opgeleide mensen voor de klas staan? Waarom maak je het zo duur voor 30-plussers om een MBO-opleiding verzorging te gaan doen, als je weet dat je straks veel meer mensen in de zorg nodig hebt? ‘Desastreus’ was het terechte oordeel hierover van werkgevers en werknemers. Maar liefst 23.000 30-plussers werden het afgelopen schooljaar opgeleid voor de zorg.

En waarom bewijst het kabinet niet meer dan lippendienst aan de ‘motie-Hamer’ om het Nederlandse onderwijs tot de top-5 van de wereld te brengen? Vrijwel alle partijen zagen in hun verkiezingsprogramma’s het belang van onderwijs en wilden daar flink in investeren. Alleen het CDA en de PVV bleven achter. Het is flinke pech voor Nederland dat juist deze partijen in de coalitie zitten en er van deze investering niks terecht komt. Het lijkt wel of dit kabinet van historici denkt de toekomst te kunnen uitstellen.

Het kabinet staat op meer terreinen met de rug naar de toekomst. Rutte remt de vooruitgang. Het is naar binnen gekeerd en zet een hek om het land, zonder veel woorden vuil te maken aan de vraag hoe Nederland zich ontwikkelt in internationale context. Wel zes pagina’s tekst hoe buitenlanders hier weg te houden, maar weinig over de rol van Nederland in die buitenwereld. Wij zijn in ligging, in cultuur, in traditie en in onze economie een land dat het buitenland nodig heeft en dat een open oog heeft voor het buitenland.

Jarenlang hebben wij ons ingezet voor ontwikkelingssamenwerking, veelal met succes. Maar wij zien dat het draagvlak onder druk staat, dat er behoefte is aan een goede discussie op basis van feiten en ervaring uit het verleden. Daarom pleiten wij voor een parlementair onderzoek, waarvan het WRR-rapport een belangrijke bouwsteen kan zijn.

Ontwikkelingssamenwerking, bijdragen aan buitenlandse missies, wij hebben dit altijd gedaan en zullen dat blijven doen. En wat die missies betreft: wij hebben de afgelopen jaren in Afghanistan slachtoffers zien vallen. Wij zullen hen die voor onze vrijheid en veiligheid gewond raakten of zelfs sneuvelden altijd dankbaar zijn.

Er is in mijn ogen totaal geen tegenstelling tussen enerzijds trots op de Nederlandse cultuur, streng toezicht op immigratie, stevig handhaven van onze Nederlandse rechtsorde, en anderzijds positieve participatie in Europa, een actieve rol in de G20, in het IMF, in de NAVO. We kunnen een nieuwe financiële crisis niet voorkomen zonder een stevig Europa dat toezicht houdt. We kunnen onze rol als internationaal handelsland, als ‘gateway to Europe’ alleen met Europa en met een open geest tegenover dat wat anders is overeind houden.

Voorzitter,

Ik vind het niet meer dan redelijk dat ook de culturele sector een bijdrage levert aan de noodzakelijke bezuinigingen. Op een budget van 900 miljoen zou een evenredige bijdrage voor de cultuur komen op ongeveer 70 miljoen, Maar er wordt gekozen voor drie keer zoveel, Dat betekent kaalslag, op terreinen waar Nederland een wereldreputatie heeft. Zo kan je in een paar jaar een einde maken aan tradities die in decennia of eeuwen zijn opgebouwd. Hier is sprake van een afrekening uit ideologische afkeer, met een verschraling van onze samenleving als resultaat.

Datzelfde lijkt wel het geval te zijn bij alles wat met groen te maken heeft. Geen vergroening van het belastingsstelsel, een verlaging van de ambities voor duurzame energie, een abrupt einde aan het natuurherstel, waarbij het de jarenlange inspanningen op het gebied van de Ecologische Hoofdstructuur teniet worden gedaan. Rutte remt hier niet, maar crost plankgas over zijn supersnelweg dwars door de Veluwe!

Voorzitter,

Het kan ook anders. Ik wil vandaag op twee terreinen voorstellen doen, voorstellen die nu urgent zijn en die het land van de rem kunnen afhalen.

Onze eerste voorstellen hebben betrekking op arbeid en de arbeidsmarkt. De meeste mensen zijn simpelweg het gelukkigst als ze een goede baan hebben. Onderzoek wijst dat uit.  Nee, het klopt meestal niet dat mensen pas willen werken als het alternatief de bedelstaf is. Die laatste gedachte zie je terug in de kabinetsplannen voor WSW en Wajong. WSW en Wajong zijn er voor mensen met een psychische of lichamelijke beperking die niet zomaar de kans krijgen te werken in een bedrijf. Maar het kabinet gaat een groot deel van deze mensen gezond verklaren en daarmee hun kansen op een baan aanzienlijk verkleinen, want de overheid is “alleen het schild voor de echt zwakkeren”. Vervolgens verlaagt het kabinet ook nog eens hun uitkering. Weg trampoline, geen hulp bij de sprong naar succes, niks “ieder mens verdient de kans het beste uit zichzelf te halen”. Het kabinet bespaart er in 2015 600 miljoen mee. Wij hebben een alternatief plan met een opbrengst van 500 miljoen. Eén regeling voor alle mensen met een arbeidshandicap, maar wel met vergroting van de kans op werk en zonder hun uitkering te verlagen. De financiële opbrengst is kleiner, maar deelname aan werk groter. En we zorgen voor mensen die dat echt nodig hebben.

Ik ben blij dat ook dit kabinet tot het inzicht is gekomen dat rigide aanpassingen in het ontslagstelsel en verkorting van de duur en verlaging van de hoogte van de WW de problemen op de arbeidsmarkt niet oplost. Mensen die al twee jaar niet aan de bak komen, krijg je niet aan het werk met het simpelweg beëindigen van de uitkering. Hier doen andere obstakels hun werk. Ik sprak net over de vergrijzing, het feit dat we straks handen tekort komen. Versoepeling van de WW is daar geen oplossing voor, maar dat betekent niet dat er niks te verbeteren valt in de WW.

Wij kiezen er niet voor om rechten te verminderen, wij kiezen ervoor om meer verantwoordelijkheid te geven aan werkgevers en werknemers. De bouw is voor ons het voorbeeld. Daar zijn door de werkgeversorganisatie en vakbond goede afspraken gemaakt over een sectoraal preventie- en re-integratiebeleid. Zij wachten niet tot mensen zijn opgebrand, maar begeleiden hen van de ene baan naar een andere. Zij zorgen ervoor dat werkgevers meer investeren in de duurzame inzetbaarheid van werknemers in vaste én in flexibele dienst. Geef financiële prikkels voor goed loopbaanbeleid.  Wij willen een breed participatieplan, met de mogelijkheid voor werkgevers en werknemers om ontslagvergoedingen in te zetten voor scholing. Maar wel zo dat mensen weten dat ze daar zelf voordeel van hebben, zeker zijn dat ze werk kunnen vinden.

Het voorkomt dat mensen in de WW terecht komen, laat staan langdurig. En het heeft ook een ander voordeel. Werknemers met tijdelijke contracten vallen op dezelfde wijze als de reguliere werknemers onder deze verantwoordelijkheid van de sociale partners. Werkgevers moeten in dit plan zelf bijdragen wanneer ze relatief veel flexwerkers in de WW laten instromen. Onder die condities zullen zij eerder geneigd zijn om bv. sectorale of regionale arbeidspools op te zetten, waarin mensen een fatsoenlijk arbeidscontract krijgen en kunnen worden uitgezonden naar verschillende werkgevers in de sector. Ik stel het kabinet voor om samen met de sociale partners in elk geval deze verbetering op de arbeidsmarkt tot stand te brengen.

Meer in het algemeen vindt de PvdA dat er een participatieplan moet komen waarin alle aspecten die met werk samenhangen, bij elkaar komen: scholing, ouderparticipatie, financiële prikkels richting WW en de nieuwe regeling voor arbeidsgehandicapten.

Onze voorstellen hebben in de tweede plaats betrekking op de woningmarkt die compleet is vastgelopen. De bouw van dringend noodzakelijke nieuwe woningen ligt nagenoeg stil. Corporaties hebben geen geld, scholen worden niet gebouwd, heel veel plannen zijn afgeblazen. Ik hoef niet te vertellen wat dat betekent voor de werkgelegenheid in deze vitale sector. Rutte remt ook hier, want de plannen van het kabinet zetten geen zoden aan de dijk, nu niet en morgen niet.

Voor een steeds grotere groep mensen met een bescheiden middeninkomen heeft de woningmarkt geen behoorlijk aanbod. De hypotheekrenteaftrekregeling heeft ertoe geleid dat de meeste koopwoningen voor hen onbetaalbaar zijn. Terwijl duurdere huurwoningen nauwelijks worden gebouwd. Het groeiende aantal flexwerkers in ons land heeft de grootste moeite om een hypotheek te krijgen. Voor starters op de woningmarkt is er weinig aanbod. In de regio’s rond Amsterdam en Utrecht  wordt dat probleem verergerd door scheefwoners, die betaalbare woningen bezet houden. Terwijl in regio’s als Limburg, Groningen en Zeeland steeds meer woningen leeg blijven staan. En ondertussen lopen de kosten van het woonbeleid steeds verder op.

Het is daarom de hoogste tijd om de handen ineen te slaan. Wij moeten een fors aantal samenhangende en toekomstgerichte beslissingen nemen: over extra woningen voor middeninkomens, over wachtlijsten en scheefwonen, over te hoge hypotheekschulden en te weinig aflossing; over regionale verschillen in huur en bouwopgave; over nieuwe kansen voor institutionele beleggers en woningcorporaties; en over blijvende investeringen in de wijkaanpak en in krimpgebieden.

Wij willen nog in deze regeerperiode een samenhangend Nationaal Woonakkoord zien van een brede maatschappelijke coalitie van overheid en planologen, van bouwers, beleggers, bewoners en bezitters om te komen tot een gezonde en goed gespreide woningmarkt die voor alle groepen een betaalbaar aanbod heeft. Het beste moment om een boom te planten, is 20 jaar geleden. Het een na beste moment is nu. Wij zullen daaraan onze bijdrage leveren.

Voorzitter,

Het zal niet verbazen dat de Partij van de Arbeid zich hoogst ongemakkelijk voelt bij de voorstellen op het gebied van migratie en integratie. Wij zijn het fundamenteel oneens met het maken van onderscheid tussen mensen op basis van religie, kleding, geaardheid of geslacht. Wij verafschuwen iedere beweging die groepen mensen tot zondebok maakt vanwege extremisme of overlast van een aantal van die groep. Die angst en haat zaait. Natuurlijk moet je problemen onderkennen en oplossen. En natuurlijk leveren wij daar onze bijdrage aan. Dat deed ik al als staatssecretaris van Justitie bij het maken van een nieuwe en succesvolle Vreemdelingenwet; dat deden Eberhard van der Laan en Nebahat Albayrak in het vorige kabinet. En ja, dat heeft een rem gezet op de migratie. Maar aan het wegzetten en uitsluiten van een groep mensen op grond van hun religie of afkomst doen wij niet mee. En dat is wat ik proef als ik de heer Wilders hoor praten over het gedoogakkoord.

Ik heb hem bij de presentatie van dat akkoord horen zeggen wat zijn inzet is voor de politieke samenwerking met zijn kabinet: 25% minder asielzoekers, 30% minder immigratie waaronder gezinsmigratie en maar liefst 50 procent minder niet-westerse migranten. Het is duidelijk waarom hij deze daling van niet-westerse immigranten, waaronder asielzoekers, belangrijk vindt, Hij wil ‘dat islamisering wordt gestopt’. De heer Rutte en de heer Verhagen hebben dat ook gehoord, want zij stonden er naast. Dat laat weinig aan de verbeelding over. Wilders wil minder moslims en samen met het CDA en de VVD is hij op jacht gegaan naar reeksen maatregelen om dat mogelijk te maken.

En Wilders liet zijn kabinet daags na de presentatie meteen weten hoe de machtsverhoudingen precies liggen. Want, zo zei hij, als het zijn kabinet niet lukt deze substantiële daling van het aantal niet-westerse allochtonen tot stand te brengen, dan heeft de PVV een probleem en dan heeft het kabinet dus een probleem.

Voorzitter,

Erbij horen en meedoen. Dat had een centraal thema van het beleid moeten zijn. Mensen uitdagen, mensen kansen geven. Mensen goed opleiden, zodat ze kunnen meedoen.
Dat zou voor iedere Nederlander in gelijke mate moeten gelden. Maar dit kabinet ademt de geur dat dat niet geldt voor dat deel van de bevolking dat van ‘niet-westerse afkomst’ of eigenlijk, moslim is. Misschien zijn die maatregelen nog wel het meest verontrustend die niets toevoegen aan wat al lang zo is. Politie en leden van de rechterlijke macht mogen al geen hoofddoek dragen. Wie door gedrag of kleding zijn kansen op de arbeidsmarkt verkleint, loopt al risico’s met zijn uitkering. Het antwoord op de vraag waarom dat in het regeerakkoord staat, kan alleen maar zijn: omdat we ze niet willen. En dat in een land waarin zoveel moslims de moderniteit omarmen.

De minister-president gaat natuurlijk in alle toonaarden ontkennen dat dit de boodschap van het kabinet is. Maar hoe denkt hij dat te gaan uitleggen aan al die Nederlanders die die boodschap wèl horen? En des te meer, nu de PVV deel uit maakt van de coalitie?

Dit alles roept bij mijn fractie vele en principiële vragen op. Wil het kabinet dit echt? Grote groepen in Nederland wonende burgers de suggestie geven: we willen jullie niet? Wil deze regering het sentiment dat zoveel problemen de schuld van “de moslims” zijn willens en wetens voeden? Hoe kan je dan premier van alle Nederlanders worden?

Ik noem een paar voorbeelden.

Ten eerste de vraag of de door Wilders genoemde percentages de vertaling zijn van de ‘substantiële daling’ waar het regeerakkoord over spreekt, of de ‘zeer substantiële daling’ uit de regeringsverklaring. Ziet de premier dat ook zo? En wat die doelstelling met betrekking tot asielzoekers betreft: is dat ongeacht de omstandigheden die zich kunnen voordoen in de wereld?

Die boodschap ‘we willen u niet’ ligt ook besloten in het terugkerende dreigement van afname van verblijfsstatus of zelfs het Nederlanderschap. Huwelijksmigranten die na drie jaar hun inburgeringexamen niet hebben gehaald of hun werk zijn kwijt geraakt, worden uitgezet. In die drie jaar is een gezin gevormd, zijn kinderen geboren. Welke mensonterende toestanden heeft het kabinet hier voor over? Beseft het kabinet, beseft het CDA, dat dit rechtstreeks indruist tegen het grondrecht waarin gezinnen beschermd worden tegen de staat? Als het toegelaten vluchtelingen niet lukt een startkwalificatie te halen krijgen ze nooit een permanente verblijfsvergunning, laat staan dat ze ooit Nederlander kunnen worden. Alleen al van de in Nederland geboren leerlingen verlaten enkele tienduizenden per jaar het onderwijs zonder startkwalificatie! Wat is het perspectief voor de vluchtelingen die dat nooit halen? Tweederangsburger voor onbepaalde tijd? Is dit echt waar deze premier voor alle Nederlanders en christen-democraten voor tekenen?

Voorzitter, voor  veel van de voorgestelde maatregelen is wijziging van Europese regelgeving nodig. Dus misschien denken VVD en CDA wel: ach, zover komt het allemaal niet. Maar dat is het punt niet, voorzitter, het punt is dat de coalitiepartijen zich aan deze maatregelen gecommitteerd hebben, dat zij dus zeggen: ja, dat willen wij. En dat was natuurlijk ook het punt waarop één derde van het CDA-congres aansloeg.

En dat is precies waar ik de grootst mogelijke moeite mee heb. Zeker, er zijn problemen in de wijken, zeker, er zijn integratieproblemen en die problemen moeten we aanpakken. Dat doen we trouwens al jaren. Door de wijkaanpak, door het verbeteren van de veiligheid. Maar ik vrees dat we met dit kabinet een niet-Nederlandse weg in slaan, een weg waarbij mensen juist wèl worden beoordeeld op hun afkomst en niet op hun toekomst.

De visie van mijn partij is een andere: het besef dat iedereen nodig is geldt ook bij het integratievraagstuk. Integratie vraagt actief beleid Dat gebeurt al jaren, en over het algemeen met succes. Kijk maar naar de grote toename van het aantal hoogopgeleide en succesvolle allochtonen. En na al die jaren actief beleid keren we nu terug naar de jaren zeventig: integratie komt nauwelijks aan bod in het gedoogakkoord, en geld is er niet meer voor.

Dat is op zichzelf niet vreemd omdat gedoogpartner Wilders duidelijk is over zijn inzet. Hij wil niet dat migranten integreren. In de ruim zes pagina’s van de immigratieparagraaf wordt integratiebeleid dan ook teruggebracht tot Intrekking, aanscherping, ontneming, weigering, korting, nog een keer intrekking, controle, stopzetting. Zijn dat de verbindende woorden die partijvoorzitter Bleeker zijn achterban beloofde? Nee, dit is de benadering van integratie door de PVV. Full stop.

Ik zet daar tegenover: laat mensen meedoen, investeer in inburgering. Het is opnieuw een historische vergissing om daarmee te stoppen. Opnieuw zullen velen niet goed Nederlands leren. Beseft het kabinet wel wat dit gaat betekenen voor een stad als Den Haag, waar 20.000 mensen van Poolse komaf wonen? Net zoveel als mensen met een Marokkaanse achtergrond? Het kabinet Rutte remt en steekt de kop in het zand. De Hagenaars zullen daarvoor later de rekening betalen.

De inhaalslag met de inburgering was al een flink eind op streek. Daarom is er in de toekomst minder geld voor inburgering nodig. Maar de komende jaren zijn er nog vele nieuwkomers en oudkomers die nog geen Nederlands spreken. Steeds minder van hen vallen onder de huidige inburgeringsplicht, zoals de genoemde Oost-Europeanen. We zullen de inburgering op een nieuwe leest moeten schoeien. Daarom stellen wij een leeftijdsonafhankelijke leerplicht voor. Iedereen die langere tijd in Nederland woont en nog geen Nederlands spreekt, moet daaronder vallen. Op deze manier maken we niet opnieuw de fouten uit het verleden en halen we het beste uit mensen wier toekomst in Nederland ligt.

De PvdA stelt vanzelfsprekend eisen aan migranten, maar wel eisen die daadwerkelijk bijdragen aan integratie. Die ertoe leiden dat mensen zo snel mogelijk een bijdrage leveren aan hun nieuwe samenleving. Waar mogelijk zijn het eisen vooraf, zodat de best mogelijke start wordt gemaakt. Daarom steunen we de aanscherping van de eisen voor inburgering-in-het-buitenland. Maar wie  eenmaal toegelaten is, moet zo snel mogelijk bij de samenleving betrokken worden en er vooral niet buiten worden gehouden. We kunnen en willen ons simpelweg niet veroorloven mensen langs de kant te laten staan. En dat laatste is nu precies wat dit kabinet op tal van punten doet.

Voorzitter,

Nederland heeft in het verleden maar al te vaak bewezen om met grote uitdagingen om te kunnen gaan. Dat kan niet anders, want een land dat onder de zeespiegel ligt, zou anders niet bestaan. En het is niet de eerste keer dat we met een economische crisis te maken hebben. En ja, sommige soorten crisis hebben we niet eerder in deze omvang meegemaakt. We moeten antwoorden vinden op de klimaatcrisis, en we zijn daartoe ook in staat. Sterker nog, wij zullen daar als echte Hollanders met allerlei innovatieve ideeën nog een flinke boterham aan gaan verdienen.

We hebben al die uitdagingen altijd overwonnen door ons vermogen om hard te werken en door samen te werken, door elkaar ruimte te geven, door een helpende hand te bieden als het tegen zit, door al het talent te benutten en iedereen een kans te geven er bij te horen en mee te doen. Met een open blik naar de wereld, met vertrouwen in onze waarden en in ons zelf – en altijd bereid te vechten voor echte vrijheid.

Delen: