Dialoog met de samenleving

Dialoog met de samenleving

Door Marleen Barth op 4 december 2012 Delen  

Het oplossen van deze crisis vergt meer dan de inspanning van 225 volksvertegenwoordigers en 20 bewindslieden alleen. Gelukkig zit er in de Nederlandse samenleving een enorme hoeveelheid slimheid, creativiteit, ondernemingslust en doorzettingsvermogen. Wij roepen het kabinet daarom op dit regeerakkoord niet te zien als een spoorboekje dat volgens dienstregeling moet worden uitgevoerd, maar als basis van dialoog met de samenleving. Dat zei ik zojuist in mijn bijdrage (pdf) tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen in de Eerste Kamer.

Download mijn bijdrage (pdf) >

Download mijn bijdrage (html) >

Hieronder mijn volledige bijdrage aan het debat

Gesproken woord geldt

Voorzitter,

Dit jaar was niet alleen het jaar van Tweede Kamerverkiezingen in Nederland, maar ook van presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten. Amerikaanse campagnes worden door Nederlandse strategen nog wel eens als leerschool voor Europa gezien, maar het is de vraag of dit wel zo’n lichtend voorbeeld is. Hatelijke TV-spotjes over en weer toonden vooralsnog de mislukking van de manmoedige poging van president Obama om hoop en verandering te brengen in een door en door gepolariseerd politiek systeem. Cynisch dieptepunt daarbij was wat ons betreft het beruchte 47-procent-citaat van Mitt Romney: “My job is not to worry about those people”.

Allerlei onderdelen van het Amerikaanse politieke systeem dragen bij aan die polarisatie. Zoals de media, die in het keiharde, van grote commerciële belangen doordesemde gevecht om aandacht van kijkers en lezers van letterlijk alles een emotioneel geladen spektakel maken. Of de politieke partijen zelf, die het contrast maximaal opzoeken om zichzelf te profileren tegenover een afhakend electoraat, en daarbij niet terugschrikken voor insinuaties en regelrechte leugens. Ook bij hen staan grote commerciële belangen op het spel, afhankelijk als zij geworden zijn van grote geldschieters om hun anderhalf tot twee miljard dollar verslindende campagnes te financieren.

Het zijn waarnemingen waar ook onze collega Pauline Meurs, die de Eerste Kamer helaas gaat verlaten, vorige maand mee thuis kwam in onze fractie na haar waarnemerschap namens de OVSE bij de Amerikaanse verkiezingen. De Verenigde Staten zijn politiek een gescheiden land, zelfs een gesegregeerd land.

Ook hier in Nederland dreigde aanvankelijk harde polarisatie in de verkiezingscampagne. Onze fractie is trots op de lijsttrekker van de PvdA, die er tijdens de campagne in is geslaagd dat uitvergroten van tegenstellingen-om-de-tegenstellingen te doorbreken, en daar op in electoraal spectaculair voor is beloond. Het toont aan hoe moe een belangrijk deel van de Nederlandse kiezers was en is van ‘dat Haagse gedoe’ –een term die ik tijdens de campagne op straat meer hoorde dan me lief is.
Geen misverstand: politiek draait om botsing van meningen. Het is zeer waardevol dat we leven in een parlementaire democratie waarin die botsingen in vrede en vrijheid plaats vinden. Tegelijkertijd is onze fractie -zeker vergeleken met de Amerikaanse ervaringen- maar weer eens oprecht blij met ons meerpartijensysteem, dat partijen na verkiezingen direct uitdaagt om elkaar te vinden. Zo ook na 12 september: PvdA en VVD pakten de handschoen van de verkiezingsuitslag op. Dat heeft geleid tot het kabinet Rutte II, vandaag voor het eerst als geheel in ons midden. Het is een coalitie die, volgens haar regeerakkoord, tegenstellingen wil overbruggen. Wij zijn blij met die ambitie. Het is ons uit het hart gegrepen.

De media spraken bij de start van de kabinetsformatie over de verzoening van twee kemphanen. En inderdaad, VVD en PvdA verschillen over sommige onderwerpen stevig van mening. Maar er is ook het nodige dat ons bindt. Beide partijen beschouwen zich als erfgenamen van de idealen van de Franse Revolutie: vrijheid, gelijkheid, solidariteit –anno 2012 vind ik ‘broederschap’ echt geen passend woord meer. Beide partijen dragen persoonlijke ontplooiing, mensenrechten en emancipatie vanouds hoog in het vaandel. VVD-oprichter en -voorman Pieter Oud was ook mede-oprichter en partijbestuurslid van de Partij van de Arbeid. Er bestaat meer overeenkomst tussen VVD en PvdA dan menigeen denkt.

Deze coalitie wil die verbondenheid verder uitwerken. Dat is een goede zaak. Want laten we wel wezen: wie er het meest te verliezen heeft bij politieke polarisatie-om-de-polarisatie, bij het weglekken van inzet van volksvertegenwoordigers en politieke bestuurders naar het alsmaar opzoeken en uitvergroten van onderlinge conflicten, dat zijn de burgers. Of het nu Amerikanen of Nederlanders zijn: zij hebben het nakijken bij politici die de aandacht naar binnen laten zuigen, met de focus gericht op onderlinge posities en strategietjes en hoe dat scoort in de media, en die daarbij maar al te snel vergeten om bezig te zijn met de echte zorgen in het land.

De afgelopen 10 jaar hebben we dat zichzelf versterkende ‘gedoe’ alsmaar groter zien worden. En toen het economisch nog goed ging met ons land, had het voor burgers misschien ook relevantie en in elk geval een zekere amusementswaarde. Maar nu, met de diepste economische crisis in 80 jaar, nu het spookbeeld van de triple dip werkelijkheid lijkt te worden, nu in Europa massawerkloosheid steeds verder om zich heen grijpt, nu is het tijd dat volksvertegenwoordigers en bestuurders hun onderlinge verschillen zo veel mogelijk overwinnen, hun dagelijkse scoringsdrift in de waan van de dag achter zich laten, en al hun werklust gooien in het overwinnen van deze vreselijke, gezamenlijke vijand: de economische crisis die al veel te veel mensen hun werk, hun huis, hun bestaanszekerheid en hun hoop ontnomen heeft.

Dat ziet de PvdA-fractie als de belangrijkste opdracht voor deze nieuwe regeringsploeg: het scheppen van vertrouwen en perspectief onder de bevolking, van een wenkend beeld van de toekomst van ons land, een gezamenlijk beleefde vastbeslotenheid in heel Europa dat deze crisis ons er niet onder krijgt. Het licht laten zien aan het eind van de tunnel, dat maakt dat mensen weer met nieuwe energie aan de slag willen en durven gaan.

We moeten hier op het Binnenhof met zijn allen het politieke cynisme voorbij. Alleen dan durven mensen hun angst voor de toekomst af te schudden en kan vertrouwen weer gaan groeien. Juist dat vertrouwen, het consumentenvertrouwen, is nu lager dan ooit. Dat speelt, samen met de terugval van de export, een doorslaggevende rol in het voor de derde keer in vier jaar tot stilstand komen van de Nederlandse economie. Wij vragen de minister-president of hij die opdracht van herstel van vertrouwen bij en creëren van perspectief voor burgers met ons deelt?

Het oppakken van die opdracht mag van ons met grote voortvarendheid gebeuren. Wij zien graag dat er een forse inspanning wordt gestoken in een, vanuit de gedeelde opvattingen van VVD en PvdA, uitgesproken ambitie dat niemand in deze crisis achtergelaten wordt. Wij zien het belang van solide overheidsfinanciën –al vragen we ons bezorgd af of een pakket van in totaal 46 miljard euro aan bezuinigingen en lastenverzwaringen niet te veel van het goede is. En we waarderen de vasthoudendheid waarmee de minister-president staat voor een rechtvaardige verdeling van de pijn van bezuinigingen. Maar we hadden graag gezien dat het overbruggen van tegenstellingen in de samenleving in het regeerakkoord breder zou zijn opgepakt.

In tijden van economische crisis bestaat immers het risico dat verschillen in de samenleving groter worden. Verschillen tussen mensen met werk en zonder werk. Verschillen tussen kansarm en kansrijk: mensen die ook in hoogconjunctuur vaker werkloos zijn –allochtonen, ouderen, laagopgeleiden- en mensen die zelfs met de ergste tegenwind altijd mee zullen kunnen doen. Verschillen in inkomen tussen mannen en vrouwen: Nederland moet zich schamen voor zijn grote gendergap in inkomen. Verschillen in gezondheid en levensverwachting tussen hoogopgeleid en laagopgeleid, of, accurater: hoger IQ en lager IQ. Verschillen tussen regio’s: delen van ons land waar de bevolking krimpt en werkloosheid toeneemt, en regio’s waar de economie nog groeit.

De afgelopen 10 jaar zijnverschillen tussen landgenoten in herkomst en religie een dominant thema in de Nederlandse politiek geweest. Toen ging het ons land grotendeels economisch voor de wind. Dit kabinet moet er wat ons betreft alert op zijn dat zulke discussies door de crisis geen giftige cocktail gaan vormen met een toename van sociaal-economische verschillen.

Wij verwachten van dit kabinet dus inzet om de boel in Nederland bij elkaar te houden. Essentieel voor onze fractie daarbij, het mag niet verbazen van de Partij van de Arbeid, is werk. Geen jongere hoort niksend thuis te zitten. Geen oudere hoort zich afgeschreven te voelen. Dat vraagt om extra inspanning van het kabinet. In Nederland, maar ook in Europa. Wij vragen de premier: waarom komt Europa wel tot harde, kwantificeerbare afspraken over de omvang van het financieringstekort, maar niet tot even harde afspraken over het terugdringen van werkloosheid?

Zeker, Nederland doet het relatief goed binnen de Unie. Maar dat is niet zo moeilijk, met de hemeltergende werkloosheidscijfers in Spanje en Griekenland. Geen reden dus om de urgentie van werkgelegenheidsbeleid niet te voelen, integendeel. De werkloosheid groeit ook in Nederland onmiskenbaar, en dan nemen de officiële statistieken de werkloze flexwerkers en ZZP’ers niet eens mee. De lat mag van ons daarom beduidend hoger dan het regeerakkoord als het gaat om bevordering van de werkgelegenheid in ons land. Meer mensen aan het werk levert ook een heel positieve bijdrage aan gezonde overheidsfinanciën. En ‘werk, werk, werk’ was toch het succesvolle motto van de eerdere samenwerking tussen PvdA en VVD.

Wij hebben ook de oproep van de voorzitters van CNV-Jongeren en FNV-Jong gehoord om een hedendaagse versie van het Akkoord van Wassenaar te sluiten, als basis van economisch herstel. Ook de voorzitters van FNV, CNV en VNONCW willen met het kabinet om de tafel om sociale afspraken te maken, het is verheugend dat het eerste gesprek vorige week al heeft plaats gevonden. Wij vragen de minister-president of het stimuleren van de werkgelegenheid bij die gesprekken ook hoog op de agenda staat? Wij zien graag voorstellen komen die samen met de sociale partners ontwikkeld zijn. En is de minister-president bereid om zich ook in Europa in te zetten voor een actief werkgelegenheidsbeleid? Wij voelen ons bij dit pleidooi gesteund door de uitspraken van de directeur van het CPB, de heer Teulings, in Buitenhof van vorige week: Europa moet ook haar rol spelen in het stimuleren van de economie. Deelt de premier dat met ons?

Voorzitter,

De Eerste Kamer is niet gebonden aan regeerakkoorden, en zo hoort het ook. Maar dat betekent niet dat we er niks van vinden. We hebben gezien hoe de formatie in het teken stond van ‘elkaar iets gunnen’ en ‘uitruilen’ in een verhouding van 80-20. Op sommige punten kan het zeker verstandig zijn om in een akkoord een ‘agreement to disagree’ af te spreken, en elkaar iets gunnen is altijd mooi en wijs in een relatie. Maar het zijn wel politieke argumenten, die buiten de muren van het Binnenhof maar een zeer beperkte waarde hebben. Wat dit pakket van bezuinigingen en lastenverzwaringen boven alles nodig heeft, is maatschappelijk draagvlak.

Dat twee partijen dit akkoord steunen, volstaat niet. Als twee Kamers van de Staten-Generaal het beleid van het kabinet kunnen steunen, is dat ook niet genoeg. Eerst en vooral moeten burgers snappen en accepteren waarom de offers die van hen gevraagd worden noodzakelijk zijn, en waarom noodzakelijk op die manier. Politiek bestuur is iets anders dan rationeel doen wat nu eenmaal moet. Politiek bestuur staat of valt met maatschappelijke steun. Dat lukt niet zonder perspectief, zonder gedragen verhaal met een onderbouwd beeld van de toekomst, zonder actieve pogingen van het kabinet om steun te verwerven onder de bevolking voor keuzes die ons land door zeer zware tijden heen moet helpen.

Dat wordt een immense klus. Ik citeer maar eens een invloedrijke Amerikaanse, Eleanor Roosevelt, een vrouw die ik als een rolmodel beschouw. Zij zei ooit: “Do one thing every day that scares you a little”. Een uitspraak die mensen uitdaagt hun eigen grenzen op te zoeken. Maar ook een die oproept om onder ogen te zien dat er veel ontzagwekkends in de wereld bestaat. En dat de passende reactie van politici daarop niet bravoure en groots vertoon van daadkracht zijn, maar bescheidenheid, zorgvuldigheid en inlevingsvermogen. De kracht zoeken in ‘de smalle marges van de democratie’, zoals Joop den Uyl dat in al zijn wijsheid noemde.

Het oplossen van deze crisis vergt meer dan de inspanning van 225 volksvertegenwoordigers en 20 bewindslieden alleen. Gelukkig zit er in de Nederlandse samenleving een enorme hoeveelheid slimheid, creativiteit, ondernemingslust en doorzettingsvermogen. Wij roepen het kabinet daarom op dit regeerakkoord niet te zien als een spoorboekje dat volgens dienstregeling moet worden uitgevoerd, maar als basis van dialoog met de samenleving. Tom Tom ook eens uit en gewoon mensen om de weg vragen, dat werkt veel beter om met een gevoel van gezamenlijkheid de bestemming: gezonde overheidsfinanciën en herstel van groei en werkgelegenheid, te bereiken. Is de premier dat met ons eens? En zo ja, zou hij vandaag eens wat nader kunnen uitwerken hoe hij dat wil gaan doen? Want we zien her en der partijen hun stellingen al betrekken. En op een aantal punten in het regeerakkoord staan aankondigingen van maatschappelijk overleg, waarvan het door de coalitie kennelijk gewenste resultaat van dat overleg alvast wordt ingevuld. Zal het kabinet echt open staan voor alternatieven uit de samenleving?

Nederland beschikt over een lange traditie van zulk politiek leiderschap. Pacificatiedemocratie, het Rijnlands model, poldermodel: vele termen voor dezelfde gemeenschappelijkheid van politiek en samenleving. Een model dat al vele malen zijn kracht bewezen heeft, vooral in tijden van crisis. Een traditie die diep geworteld is in het Europese continent. De laatste decennia hebben we gezien hoe de Europese cultuur op allerlei vlakken veramerikaniseert. En hoezeer de VS een fascinerend en soms bewonderenswaardig land is: de door en gepolitiseerde, vercommercialiseerde en soms nietsonziende Angelsaksische politieke- en bestuurscultuur, die moeten wij niet willen. Zeker, de molens van de polder malen soms langzaam. Maar ze houden je voeten des te beter droog. Onze voorouders hebben volgens de legende die boodschap voor ons achter gelaten, op het plafond van deze prachtige vergaderzaal: de Engelsen, die op het punt staan om naar beneden te komen om de vergadering van de Staten-Generaal over te nemen. Onze fractie vertrouwt liever op onze eeuwenlang beproefde methode van compromissen sluiten.

Die compromissen zijn in het regeerakkoord soms ver te zoeken, vanwege de methode van onderhandeling die is gebruikt. Logischerwijs bevat dit akkoord onderdelen waar de PvdA-fractie tevreden mee is, waar zorgen over leven, en waar we het heel moeilijk mee hebben.

We vinden het goed, dat de offers die van burgers gevraagd gaan worden langs rechtvaardigheid verdeeld worden. We beschouwen dat ook als een conditio sine qua non voor maatschappelijk draagvlak onder de lastenverzwaringen van het kabinet.

We zijn blij dat in alle bezuinigingsgeweld onderwijs en wetenschap worden ontzien: belangrijk voor de toekomst van onze kinderen en het aanjagen van innovatie.

We zijn tevreden met de manier waarop het taboe van de hypotheekrenteaftrek eindelijk geslecht wordt.

We zien met waardering dat de minister van Sociale Zaken al begonnen is met het dichten van de kloof tussen flexwerkers en mensen met een vast contract.

En we juichen toe dat Nederland weer zichtbaar terug is in de wereld, zoals het hoort. Hier herneemt het kabinet een andere lange traditie van ons land, die ook terug te vinden valt in het plafond van deze zaal. De volkeren waar de Republiek handel mee dreef, staan hier afgebeeld. De handel die al eeuwen de basis is van onze economie, en die op zijn beurt de economische basis vormt van onze even lang geroemde tolerantie, vrijzinnigheid en inzet voor het internationaal recht. Na twee jaar achter de dijken mag de paradoxale essentie van onze identiteit weer vrijuit gezegd worden: dat het on-Nederlands is om Nederland te willen opsluiten in zijn Nederlandsheid. Onze fractie viert het.

Maar: Nederland is wel terug in de wereld als een goedgeklede en weldoorvoede zakenman die met omgekeerde broekzakken probeert te bewijzen dat zijn portemonnee leeg is. En daarom 1 miljard euro moet bezuinigen op Ontwikkelingssamenwerking. Dat beeld is ons een gruwel, tegenover de ruim 1 miljard medemensen die moeten overleven van minder dan 1 euro per dag. Onze fractie voelt een bijzondere motivatie om er voor te zorgen dat in de Nederlandse politiek ook hun stem gehoord wordt. Net als de stem van alle mensen die wel getroffen worden door de maatregelen van het kabinet, maar die niet de weg weten te vinden naar voorpagina’s, camera’s of de mailbox van het parlement. Wij zullen aandacht voor juist hen blijven vragen.

Misschien zijn er mensen die dat niet vinden passen bij de rol van de Eerste Kamer. Vaak wordt gezegd: de Eerste Kamer toetst toch alleen de kwaliteit van wetgeving; die kijkt naar intrinsieke logica, technische uitvoerbaarheid en samenhang met Europese en mondiale verdragen. Tegen al die mensen zeggen wij: inderdaad, de Eerste Kamer toetst de kwaliteit van wetten. En technisch-juridische kwaliteit is voor ons van groot belang. Net als voor de Tweede Kamer overigens –ook daar heeft men als medewetgever die opdracht. Maar dit huis is wel onderdeel van de Staten-Generaal. Leden komen hier binnen op de lijst van een politieke partij.

En het is in onze ogen een regelrechte misvatting om te denken dat ‘kwaliteit’ een waardenvrij begrip is. Als sociaal-democraten zijn voor onze fractie een aantal criteria van kwaliteit van groot belang, ik noem er een paar. Alle burgers van ons land moeten in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Er moet een zorgvuldige en gedegen feitelijke analyse ten grondslag liggen aan het bijstellen of intrekken van rechten van mensen. Als bestaande rechten veranderen of verdwijnen, moeten burgers voldoende tijd en gelegenheid hebben om zich op nieuwe omstandigheden in te stellen. Wetten mogen de spankracht van individuele mensen en de samenleving als geheel niet nodeloos en onaanvaardbaar groot onder druk zetten. Wetten moeten kansengelijkheid vergroten of in elk geval niet verkleinen. We vatten dit alles samen met drie kernbegrippen van kwaliteit van wetgeving: rechtsgelijkheid, rechtszekerheid en rechtvaardigheid. Met die begrippen in hand, hoofd en hart zullen wij de wetten van ook dit kabinet toetsen.

Daarmee zien wij nu al punten in het regeerakkoord waar wij bezorgd over zijn. De plannen met de huursector. De rechten van onze meest kwetsbare landgenoten bij de decentralisatie van AWBZ, sociale werkvoorziening en Jeugdzorg. De versobering van de WW. Vooral delen van de paragrafen over Veiligheid en Justitie en Immigratie en Asiel liggen ons zwaar op de maag: de strafbaarstelling van illegaal verblijf, de verlenging van de termijn waarop actief kiesrecht verkregen kan worden door niet-Nederlanders van vijf naar zeven jaar.

Wij wachten de concrete voorstellen van het kabinet hieromtrent uiteraard geduldig af. Dat hoort zo, in een Chambre de Réflexion. Bovendien: wat ons betreft gaat het kabinet juist over dit soort plannen eerst in dialoog met de samenleving. Maar het zijn voorstellen die onze speciale belangstelling zeker zullen genieten.

Daarbij zijn wij ons ten volle bewust van het feit dat de Eerste Kamer geen recht van amendement heeft. Maar inmiddels kunnen we in alle nuchterheid vaststellen dat er in de praktijk allerlei varianten gegroeid zijn tussen aannemen en verwerpen, om rekening te houden met de opvattingen van de Eerste Kamer.

Onze fractie heeft geen goede herinneringen aan hoe dat proces met name rond de Nationale Politie is verlopen. Maar liefst 13 wijzigingen toegezegd, maar een eindstemming over de wet zonder dat een van beide Kamers der Staten-Generaal over die wijzigingen een oordeel heeft kunnen vellen. Dat holt de positie van beide Kamers uit: van de Eerste Kamer die maar moet afwachten of de beloofde wijzigingen naar wens zijn, en van de Tweede Kamer die zich niet voor eindstemming heeft kunnen buigen over wijzigingen die wel van doorslaggevend belang waren in de Eerste Kamer.

Onze fractie vindt dat ongewenst. Wij zouden ons als Kamer moeten bezinnen op de vraag of we dat zo wel moeten willen. En we vragen de minister-president vandaag of hij het niet beter vindt om een te wijzigen wet eerst terug te nemen naar de Tweede Kamer voordat eindstemming in de Eerste Kamer aan de orde is?

Voorzitter,

Ik rond af. Wij zullen als PvdA-fractie de daden van dit kabinet constructief beoordelen. Een goede coalitie kan tegen een stootje; die verdraagt dat je kritisch bent van tijd tot tijd. Maar altijd met respect, vertrouwen in en overtuiging van elkaars inzet en goede wil. Dat deze coalitie samenwerkt en tegenstellingen overbruggen wil, is van groot belang voor het kabinet, voor de volksvertegenwoordiging, maar boven alles voor de burgers van ons land. Hun kracht en inspiratie zijn onmisbaar om ons land er weer bovenop te helpen, en niemand kan en mag daarbij gemist worden.

We hopen ook van harte dat president Obama in zijn nieuwe termijn beter zal slagen in zijn missie om de Amerikanen meer met elkaar te verbinden. Daarom wil ik eindigen met een citaat van een van zijn voorgangers, iemand die er alles aan heeft gedaan om de VS sterker uit de Grote Depressie te trekken, de man van Eleanor: “These unhappy times call for the building of plans that build from the bottom up and not from the top down, that put their faith once more in the forgotton man at the bottom of the economic pyramid”.

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma