Bezorgd om geweld tegen Turkse betogers

Bezorgd om geweld tegen Turkse betogers

Door Désirée Bonis op 6 juni 2013 Delen  

De Tweede Kamer heeft minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans om opheldering gevraagd over het geweld waarmee betogers in Turkije tegemoet zijn getreden. Ook ik ben bezorgd over het geweld. Dat lijkt te hebben bijgedragen aan uitbreiding van de acties en toename van de spanningen.

Tienduizenden Turken zijn in meer dan tachtig steden de straat op gegaan om te protesteren tegen de regering van premier Tayyip Erdogan. Intussen is met harde hand ingegrepen, vallen er doden te betreuren en wordt gerept van drieduizend gewonden. Ook zijn bijna duizend mensen gearresteerd, soms alleen omdat zij twitterden over de situatie. Met mij zullen velen zich afvragen: wat is er aan de hand in Turkije?

Het begon eind mei op het populaire Taksim Plein in Istanbul. Daar wil de gemeente de ottomaanse Militaire Barakken herbouwen op hun historische plek, in het Gezi Park middenop het Plein – om er het zoveelste moderne winkelcentrum in te vestigen. Ook is de gemeente van plan er een nieuwe moskee neer te zetten. Kortom, het Gezi Park, dat kleine stukje groen in het hart van het moderne Istanbul, moest wijken; en dat pikten veel Istanbuli’s niet. Toen de eerste bulldozers aan kwamen zetten, kwamen zij in actie. Ze demonstreerden, ze bleven overnachten in tentjes, het werden er meer en meer, vakbonden sloten zich aan en sympathisanten dromden samen, ook in andere steden van Turkije.

Op 31 mei greep de politie in. De demonstranten op het Taksim Plein en elders werden getracteerd op traangas, pepperspray en waterkanonnen. Velen waren compleet verrast door het harde optreden van de politie. De eerste gewonden vielen. De reguliere media besteedden er geen aandacht aan. Maar de protesten luwden niet. Integendeel, nieuwe stromen mensen vulden de straten van Istanbul, Ankara, Izmir, Antalya en andere Turkse steden, sommigen ‘gewapend’ met pollepels, waarmee zij op potten en pannen sloegen om hun onvrede kracht bij te zetten.

Op 3 juni nam president Abdullah Gül afstand van het excessieve geweld. Hij benadrukte het recht van burgers op vreedzame demonstratie. Democratie is meer dan verkiezingen alleen, aldus het Turkse staatshoofd; ook tussentijds moeten meningen geuit kunnen worden. Op 4 juni bood vicepremier Bulent Arinc zijn excuses aan aan de demonstranten. Hij noemde het buitensporige politiegeweld verkeerd en oneerlijk. Helaas is het geweld sindsdien niet minder geworden.

Op diezelfde dag zijn gesprekken begonnen tussen het Taksim Solidarity Platform (TSP) en de vicepremier. Het TSP eist stopzetting van de bouwplannen in Gezi Park, ontslag van de de gouverneur van Istanbul en van de leiders van de oproeppolitie, een verbod op traangas en vrijlating van de arrestanten. Voor het overige loopt de agenda van de demonstranten zeer uiteen. Daarbij gaat het niet alleen om de bomen van Gezi Park..

De meeste critici van het bewind zijn jonge, seculiere Turken. Zij zien de langzaam voortschrijdende islamisering van de maatschappij al een tijdlang met lede ogen aan. Sommigen storen zich daarbij aan de autoritaire opstelling van premier Erdogan. Die lijkt zich, inmiddels in zijn derde regeringstermijn, steeds minder gelegen te laten liggen aan de oppositie. Weer anderen hebben kritiek op de regeringssteun aan de Syrische oppositie; veel alevieten voelen zich ongemakkelijk. Weer anderen laken de vredesbesprekingen met de Koerden. Of de bouwwoede van de Turkse regering. Of de opstelling van het stadsbestuur van Istanbul.

Waarschijnlijk staat nog steeds een groot deel van de Turkse bevolking achter premier Erdogans conservatieve AKP-partij. De laatste tien jaar maakte Turkije een ongekende economische groei door en nam het prestige van het land in de regio onmiskenbaar toe. Premier Erdogan mag zijn electorale succes claimen als terechte beloning van een beleid gericht op langere termijn groei en stabiliteit. Tegelijkertijd moet de premier beseffen dat een bijna even groot deel van de Turkse bevolking níet voor hem heeft gekozen: niet in 2002, niet in 2007, niet in 2011. In de traditie van Atatürk zouden zij liever een seculiere regering zien die aansluiting zoekt bij Europa.

De premier doet er goed aan dit deel van de Turkse bevolking niet van zich te vervreemden. De Turkse burgers hebben legitieme vragen en zorgen, van groenvoorziening tot bouwvergunningen tot corruptiebestrijding in hun steden en dorpen. Die zorgen kan de premier maar beter serieus nemen. Democratie is inderdaad meer dan verkiezingen eens in de zoveel tijd. Het betekent ook inspraak van onderaf, respect voor mensenrechten, rechten voor minderheden, tolerantie en een inclusieve benadering. Gezi Park is maar heel klein lapje grond. Maar Turkije is een groot en belangrijk land. Ik zou zeggen: kom op meneer Erdogan – rise to the occasion.