Belastingstelsel: de mens centraal, niet de financiële sector

Belastingstelsel: de mens centraal, niet de financiële sector

Door Henk Nijboer op 23 oktober 2013 Delen  

De Nederlandse economie heeft het zwaar te verduren, ondanks onze sterke economische fundamenten. Dit is voor een groot deel het gevolg van onze lange traditie om het maken van schulden te stimuleren, door de rente op hypotheken en vreemd vermogen fiscaal aftrekbaar te maken. Tegelijk stimuleert de overheid fiscaal massaal het sparen voor onder andere pensioen en banksparen en zijn vermogens in internationaal perspectief beperkt belast.

Zo krijg je een grote financiële sector en een zogenoemde boom-bust economie. In goede tijden levert dat extra groei op: de stijgende vermogens in huizen, aandelen en in de pensioenvoorziening voeden dan extra consumptie en extra kredietverlening. Maar in slechte tijden werkt het andersom en in ons nadeel.

Nederland gaat, met andere woorden, gebukt onder zijn opgeblazen balansen. De lasten van de crisis zijn eenzijdig afgewenteld op mensen in loondienst, waardoor werknemers duurder worden terwijl hun koopkracht daalt. Internationale belastingcompetitie zorgt ervoor dat andere grondslagen de afgelopen jaren steeds minder worden belast. Terwijl ook grote bedrijven en kapitaal hun ‘fair share’ zouden moeten bijdragen.

Daarom is het belangrijk dat ons belastingstelsel weer in het teken komt te staan van bevordering van werk, eerlijk delen en reële economische groei. De crisis heeft de noodzaak van groot onderhoud van ons belastingstelsel indringend aan het licht gebracht. Als we onze sociaaldemocratische agenda voortvarend uitvoeren is er geen enkele reden waarom we zouden moeten achterblijven bij Duitsland.

Dit is een ingekorte versie van een artikel dat ik samen met collega Ed Groot schreef, op uitnodiging van het blad Liberaal Reveil van de Teldersstichting. De integrale versie lees je hier (pdf).