Belangrijke eerste stap in Europese opvang vluchtelingen

Belangrijke eerste stap in Europese opvang vluchtelingen

Belangrijke eerste stap in Europese opvang vluchtelingen
Foto Flickr / WBPC

Door Attje Kuiken op 24 september 2015 Delen  

In Europa werd deze week een belangrijke eerste stap gezet naar een gezamenlijk antwoord op de humanitaire crisis rondom de vluchtelingen. Mijn collega Kati Piri en ik zijn blij dat Europa werk gaat maken van het gezamenlijk opvangen van vluchtelingen. Alle landen moeten daaraan gaan bijdragen. Ook maakt Europa extra geld vrij voor goede opvang in de aangrenzende landen. Het ieder-voor-zich-denken maakt langzaam plaatst voor het besef dat we samen de schouders eronder moeten zetten.

 

Vluchtelingen moeten in veiligheid kunnen bouwen aan een nieuw bestaan. Het overgrote merendeel van de vluchtelingen zit nu echter in kampen in aangrenzende landen zoals Libanon, Turkije en Jordanië. De omstandigheden zijn daar vaak erbarmelijk. In de meeste gevallen kunnen de vluchtelingen geen geld verdienen, is er te weinig te eten en kunnen de kinderen niet naar school. In die uitzichtloze situatie kiezen velen ervoor de boot te pakken naar het rijke Europa. Met alle gevaren van dien.

Daarom moet er nu fors worden geïnvesteerd in deze vluchtelingenkampen. Vluchtelingen blijven anders met alle risico’s van dien op een boot stappen. Nederland maakte hier eerder al 110 miljoen bovenop het bestaande budget voor vrij, en nu hebben ook de andere Europese landen beloofd gezamenlijk een miljard extra beschikbaar te stellen.

In de tussentijd is het onze medemenselijke plicht om de vluchtelingen die hier aankloppen gezamenlijk op te vangen. De Europese afspraak over het verdelen van de opvang voor 120.000 vluchtelingen is een belangrijke, maar slechts eerste stap. Zeker in dat licht blijft het droevig dat een aantal Europese landen zich tegen dit akkoord hebben uitgesproken.

In Nederland zetten veel mensen zich ondertussen in om vluchtelingen een veilig bestaan te kunnen bieden. Allerlei mooie initiatieven van het doneren van kleding tot het bieden van onderdak kwamen de afgelopen maanden op gang. Maar er is ook een andere kant. Er zijn Nederlanders die zich zorgen maken. Zorgen die soms overgaan in angst of zelfs haat. Die zorgen wegrationaliseren heeft geen zin. Serieus nemen en proberen met oplossingen te komen, wel.

We moeten niet de illusie wekken dat alle vluchtelingen hoogopgeleid zijn en een eigen bedrijf kunnen starten. Een deel is analfabeet en een deel belandt als we niet oppassen met een uitkering op de bank. Daar moeten we eerlijk over zijn. Juist om dat te voorkomen is het onze opdracht in te zetten op het leren van de taal én het vinden van werk of het volgen van een opleiding.

De tijd van ieder-voor-zich lijkt voorbij. Zowel in Nederland als in Europa moeten we gezamenlijk de schouders eronder zetten. Om vluchtelingen in Nederland opvang te bieden en te laten meedoen in onze samenleving. En om vanuit Europa gezamenlijk de opvang te organiseren, en te investeren in goede opvang in de aangrenzende landen. Deze week werd er een eerste stap gezet, waar nog vele moeten volgen.