Banken zijn nog steeds niet gezond

Banken zijn nog steeds niet gezond

Door Henk Nijboer op 29 februari 2016 Delen  

Dit kan niet waar zijn, dacht ik na het lezen van het nieuws ‘DNB strijdt tegen hogere buffers banken’. En niet alleen omdat ik het boek van Joris Luyendijk met zoveel interesse gelezen heb.

Hoe kan het nu dat De Nederlandsche Bank lobbyt voor slapper toezicht in plaats van strenger? Is er dan niets geleerd van de financiƫle crisis?

Dit opiniestuk verscheen eerder in de Volkskrant op 18 februari 2016.

Wie het toneelstuk De Verleiders of de film The Big Short heeft gezien, zou haast denken van wel. Gelukkig zijn er de afgelopen jaren, zeker in Nederland, forse maatregelen genomen. We hebben inmiddels de strengste bonuswet van Europa, de buffers zijn verhoogd en provisies zijn verboden. Geen regeerakkoord was ooit zo streng voor de banken. Maar gezond is de financiële sector nog steeds niet.

Verkeerde gedrag
Nu de economie weer groeit en het beter lijkt te gaan met de banken, steekt ook het verkeerde gedrag weer de kop op. De kern van het probleem is dat het financiële systeem risico nemen nog steeds excessief beloont, terwijl fouten te makkelijk afgewenteld kunnen worden op de samenleving. Het korte-termijnwinstbejag domineert, ten koste van stabiliteit en groei op de lange termijn. Daar moeten we als samenleving een vuist tegen maken.

De PvdA wil daarom de hervorming van de financiële sector met kracht voortzetten.

Dat begint met hogere buffers, om het afwentelen van risico’s op de belastingbetaler tegen te gaan. Een euro kan door de bank inmiddels niet meer 33 keer worden uitgeleend maar 25 keer. Er is geen enkel normaal bedrijf dat met zo weinig eigen vermogen kan bestaan.

Schokkend is het daarom dat bankiers er de voorkeur aan geven niet de buffers versneld te verhogen nu de economie weer aantrekt, maar meer winst willen uitkeren aan aandeelhouders. Dat is volstrekt de verkeerde volgorde. Eerst gezond worden, dan pas winst uitkeren.

Schaamteloos argument
Het argument van de banken dat hogere buffers ten koste gaan van de kredietverlening is ronduit schaamteloos. Als er blijkbaar genoeg geld is om winst uit te keren, kan er ook meer krediet verleend worden. Wat de PvdA betreft gaan de buffers daarom de komende jaren fors verder omhoog richting 10 procent.

Daarnaast is het cruciaal dat de cultuur in de financiële sector verandert. Dat betekent meer persoonlijke financiële aansprakelijkheid voor bestuurders, om roekeloos gedrag tegen te gaan. Hardere straffen voor witteboordencriminaliteit, zoals voor fraudeurs met de Libor-rente en derivaten. De strenge Nederlandse bonuswetgeving in stand laten, ondanks het geklaag van de bankiers.

En minstens zo belangrijk: meer diversiteit in de bestuurskamers. De old boys zijn nog op voorraad leverbaar, vrouwen en jongeren zijn met een loep te zoeken. Juist in een sector waar frisse ogen van buiten broodnodig zijn.

Meer transparantie is een derde voorwaarde voor een gezondere financiële sector. Bijvoorbeeld op het gebied van de Bank of International Settlements (BIS), waar De Verleiders terecht aandacht voor vraagt. Op mijn initiatief zal de Tweede Kamer gaan spreken met het Basel Comité, waarvan de BIS het secretariaat voert.

Slapper toezicht
Nout Wellink was de vorige voorzitter van dit invloedrijke gezelschap centrale bankiers dat zich buigt over de vereisten voor banken. In informele setting wordt belangrijke regelgeving voor banken hier ontwikkeld. Zoals vorige week bleek, voert DNB een lobby voor een uitzonderingspositie voor Nederlandse banken op het gebied van hypotheken. DNB-directeur Sijbrand zei op het jaarlijkse bankenseminar: ‘We moeten voorkomen dat het kind met het badwater wordt weggegooid omdat de internationale toezichtregels voor een rem op de kredietverlening zorgen.’ Maar namens wie voert hij deze strijd voor slapper toezicht? In ieder geval niet namens de PvdA en ook niet namens de Tweede Kamer die zich in meerderheid juist uitsprak voor strengere eisen aan bankenbuffers.

En er circuleren naar verluidt verschillende voorstellen. Die slaan op uitholling van de definities van de leverage ratio voor buffers, op het mogen toepassen van interne risicomodellen en soepeler eisen voor de kleinere systeemrelevante banken.

Deze discussies hebben twee zaken gemeen: ze gaan over vele miljarden en vinden in beslotenheid plaats. Want wat staat er precies op de agenda van het Basels Comité? Niemand die het weet. Deze besluitvorming achter gesloten deuren vormt voor een zo belangrijke kwestie een fundamenteel democratisch tekort.

Voor een gezonde financiële sector blijft een strenge aanpak noodzakelijk. Met hogere buffers, een andere cultuur en meer transparantie. In de bankenwereld lijkt de laatste tijd echter het zelfvertrouwen herwonnen. Aandeelhouders belooft men hogere winsten en meer dividenden. En ook de aloude pleidooien voor minder regulering steken weer de kop op.

In The Big Short besluit een aantal mensen die zien wat er mis is uiteindelijk zelf maar te profiteren van de misstanden in de sector. Ze speculeren en ze worden schatrijk, ten koste van de samenleving. Dat is geen optie voor Nederland. Ons staat maar een ding te doen: onze werknemers, spaarders en bedrijven beschermen en de financiële sector met strenge maatregelen in toom houden.

Delen: