AWBZ kan nog wel een tijdje mee

AWBZ kan nog wel een tijdje mee

Door Jet Bussemaker op 16 februari 2010 Delen  

In tegenstelling tot wat Arie Nieuwenhuijzen Kruseman en Michiel Wesseling
(respectievelijk voorzitter en beleidsadviseur artsenfederatie KNMG) in de
Volkskrant van 8 februari beweren, is de AWBZ absoluut geen ‘anachronisme in de
veranderde verzorgingsstaat’. In tegendeel: de AWBZ kan nog wel een tijdje mee,
zo schrijf ik in de Volkskrant van dinsdag 16 februari. Hieronder volgen enkele
punten die ik in het artikel behandel.

We kunnen trots zijn op onze solidariteit voor de langdurige zorg voor mensen
met chronische aandoeningen en beperkingen. Dat betekent niet dat er geen
veranderingen aangebracht kunnen worden aan de AWBZ. Mijn ambitie is om de AWBZ
weer terug te brengen tot zorg voor die mensen voor wie zij oorspronkelijk was
bedoeld: de meest kwetsbaren in onze samenleving. Ik wil cliënten en de mensen
die werken in de zorg meer regie geven. De professional moet met plezier het
werk kunnen doen en ruimte hebben voor creativiteit.

Een ander punt dat wordt aangepakt is de bureaucratie. Ik heb een fors begin
gemaakt bij de indicatiestelling. Mensen met een ernstige verstandelijke
handicap hebben bijvoorbeeld straks geen herindicatie meer nodig om zorg te
krijgen. Dit is immers onnodig.

Ten slotte wil ik dat er goed toezicht is en duidelijkheid over wie waarvoor
verantwoordelijk is. Bestuurders moeten doen waarvoor ze zijn aangesteld: zorgen
dat er goede zorg geleverd wordt. Daarover moeten ze rekenschap afleggen. We
moeten breken met de bedrijfscultuur van groot, groter, grootst, maar moeten
terug naar de menselijke maat, waarin kwaliteit en waardering leidend zijn.

Kortom, de veertig jaar oude fundamenten van de AWBZ kunnen nog wel een
tijdje mee. Mijn uitdaging is te komen tot meer zeggenschap voor cliënten,
eerherstel van professionals op de werkvloer, nieuwe combinaties van welzijn,
zorg en wonen, en hogere kwaliteit van zorg. Aanbieders en instituties, ook mijn
eigen departement, moeten daaraan dienend zijn.

Het hele artikel staat in de Volkskrant van dinsdag 16 februari 2010.