Avondrood

Avondrood

Door De Redactie op 8 oktober 2009 Delen  

Even leek de kredietcrisis de Europese sociaal-democratie de wind in de
zeilen te geven. Maar de afkalving gaat gewoon door. In Nederland staat de PvdA
voor een krachttoer, waarmee meer dan de toekomst van de partij is gemoeid. Dat
schrijft oud-journalist en PvdA-afdelingsvoorzitter Bert Ummelen.

”We are all socialists now’ kopte een klein jaar geleden het Amerikaanse
Newsweek. Over de hele wereld waren regeringen in actie gekomen om wankelende
banken te stutten. Teugelloze hebzucht had ons bijna in een nieuwe Grote
Depressie gebracht. Zelfs de neoconservatieven, die graag mogen roepen dat de
overheid geen oplossing is maar juist het probleem, moesten toegeven dat het nu
even anders lag.

Waren we dus ineens allemaal socialisten geworden? Vergeet het. Er zijn er
minder van dan ooit in de afgelopen honderd jaar. De afgang van de Duitse SPD
bij de laatste Bondsdagverkiezingen staat niet op zichzelf. In bijna heel
Europa, haar bakermat, is de sociaal-democratie op de terugtocht. Maurice de
Hond peilt steeds diepere dieptepunten voor onze eigen PvdA.

Terwijl de actualiteit van het sociaal-democratische project – het beschaven
van het kapitalisme – niet beter kon worden gedemonstreerd dan door de
kredietcrisis, is haar greep op het electoraat die van een hoogbejaarde. Dat is
pas het echt schokkende van de toestand.

Een schrale troost is dat andere volkspartijen delen in de misère. Angela
Merkel poseert als overwinnaar, maar de Duitse christen-democraten verloren ook
fors. Middelpuntvliedende krachten heersen. Niet alleen hier, maar hier wel
spectaculair.
Een deel van de verklaring schuilt in ons politieke systeem. Het Grote
Ongenoegen dat door Europa waart, kent in Nederland geen dempers als
districtenstelsel of kiesdrempel. Niettemin verwonder je je hoe snel onze polder
is veranderd in een prairie vol politiek wildwest – met een Limburgse John Wayne
als potentiële premier.

Wat te doen?

Wat te doen?, zoals een bekend staatsman zich al eens afvroeg.
De paniek begint toe te slaan, en die zoekt naar haar aard naar overzichtelijke
kwalen. Onder de maat presterende voorlieden, beroerde public relations et
cetera. Alleen al de internationale schaal van de problemen maakt zulke
diagnostiek twijfelachtig.

Een tegelijk breder en scherper licht is nodig. Pijnlijke vragen moeten op
tafel komen. Beleven we de teloorgang van een politieke stroming die worstelt
met haar identiteit en missie? Is haar historische programma (inkomensverdeling,
culturele verheffing) ingehaald door de tijd of, niet minder ernstig, slaagt ze
er onvoldoende in daar nieuwe geldigheid aan te geven? Gaat het om een partij
die bestuurlijke competenties niet meer weet aan te lengen met politieke
hartstocht? Die het contact met, en bij gevolg het vertrouwen van, de ‘gewone
man’ heeft verloren?
Dezer dagen kwam NRC Handelsblad met een onderzoek naar de opvattingen van
Wilders’ aanhang. Daarin tekent zich de eigenaardige coalitie af, die Pim
Fortuyn als eerste op de been wist te brengen: van burgers die meer van de
overheid verlangen en burgers die hun buik vol hebben van haar bemoeienis. Wat
vroeger de linkse en rechtse stem bepaalde, is nu één grimmige verongelijktheid.
Over vreemdelingen, die zowel hier als in eigen land krijgen wat ‘van ons’ is,
het eigenmachtige Brussel, de euro, geldsmijterij en zakkenvullerij. Verrassen
de wrokkige opinies van de PVV-aanhang niet echt, alarmerend is dat die niet zo
gek veel verschillen van die van doorsnee Nederlander (die ook in kaart werden
gebracht). Wilders’ jachtterrein ligt zo bezien wijd open.

Globalisering

In zijn boek De wereldburger bestaat niet rekent PvdA-denker René Cuperus af
met de successtory van de globalisering. Hij voegt er een hoofdstuk aan toe over
de pijn van mensen die zich niet meer thuis voelen in hun ‘verkleurde’ wijken,
die niet zijn uitgerust voor de bejubelde kenniseconomie en zich in hun
bestaanszekerheid bedreigd voelen door de export van arbeid naar ‘goedkope’
landen en, in ruil, de import van hun werkkrachten, terwijl ons geroemde sociale
vangnet steeds grotere mazen krijgt.

Het is duidelijk dat de sociaal-democratie, in de ban van haar
kosmopolitische traditie, die pijn lang niet heeft willen zien. PVV en ook SP
vormen in niet geringe mate de diaspora van het oude PvdA-electoraat. De
sociaal-democratie moet er alles aan gelegen zijn haar ambitie van een humane
samenleving zo te herformuleren (en haar politieke gedrag ernaar te richten),
dat mensen die zich vergeten en verraden voelen, de ‘globaliseringsverliezers’,
er weer een gevoel van ontferming en hoop aan kunnen ontlenen. Dat klinkt
rijkelijk vaag, maar de toetssteen die zich aandient is akelig concreet.

De kredietcrisis heeft de overheidsfinanciën bereikt. Mega-bezuinigingen
worden op stapel gezet. Opdat, in de woorden van CDA-fractieleider Van Geel,
Sofie bij haar geboorte niet aanhikt tegen een schuld van 150.000 euro.

Een hell of a job, des te riskanter omdat hij samenvalt met wat intussen
gerust een crisis van de politieke vertegenwoordiging mag worden genoemd. Maar
één ding staat vast: de neoliberale agenda die sinds de jaren tachtig richting
is gaan geven aan de politiek der gematigden (De Kadt) en hier te lande, niet te
vergeten, aan het vergelijkbare ‘karwei van Lubbers’, is niet goed bruikbaar.
Die is daarvoor te zeer in diskrediet geraakt. En dat biedt kansen.

Cuperus waarschuwde in NRC Handelsblad (2/10) terecht voor de gevolgen als de
operatie-Sofie alleen maar in het teken komt te staan van ‘afbraak, kaalslag en
publieke armoede’, als er geen wervend toekomstperspectief aan wordt gekoppeld
en per saldo het populistische doembeeld van maatschappelijke neergang zou
worden bevestigd. Dat zou pas echt suïcide van het politieke midden zijn.
Het tilt de titanenklus waarvoor Balkenende IV staat uit boven de rivaliteit en
het stratego van zijn deelnemers en legt er de vloer van een gemeenschappelijk
levensbelang onder. Vandaar dat Hans Goslinga in Trouw (17/9) een monter stuk
kon schrijven, waarin de onverwachte uitdaging tot een blessing in disguise
wordt. ‘Als de politieke leiders in het midden in staat zijn het grote karwei
dat op Den Haag afkomt tot kristallisatiepunt van het politieke debat te maken,
krijgen de middelpuntzoekende krachten weer een kans. De centrifugale krachten
gedijden de afgelopen jaren bij gebrek aan richting en bestemming.’

Sofie

Nu het neoliberale tij is verlopen, heeft de PvdA goede kansen om op die
richting en bestemming haar stempel te drukken. Tegenover het verhaal van Sofies
wiegje, waaraan we geen molensteen van staatsschuld willen hangen, moet het
verhaal komen te staan van Sofie, die we geen wereld willen nalaten waarin markt
en eigen verantwoordelijkheid gemeenschap en solidariteit compleet hebben
verdrongen.
Of de coalitie de spankracht – of voor wie dat verkiest: het politieke intellect
en geweten – heeft om de dure plicht die op haar rust in te lossen, zal de
toekomst uitwijzen. De vraag of de PvdA er in alle opzichten ‘klaar’ voor is,
leent zich evenwel voor discussie.

De PvdA zou om te beginnen eens moeten begrijpen dat partijen niet afgerekend
worden op hun daden, maar op hun daden in het perspectief van de verwachtingen
daarover. Het verklaart waarom de christen-democratie veel beter bestand is
tegen de populistische revolte. Tussen haar aspiraties en gedrag zit weinig
licht: onderhouden en waar nodig repareren.

De PvdA roept een heel ander beeld op. Het valt de partij nog altijd moeilijk
haar gedrag als beleidspartij ‘van het midden’ (bestuurlijk ingesteld,
consensusgericht) te combineren met haar cultuur van beginselpartij ‘op de
flank’ (activistisch, polariserend). Al te vaak levert dat in de beeldvorming
een spagaat op, die door de concurrentie gemakkelijk te manipuleren valt tot
impressies van ‘slappe knieën’ en ‘draaikonterij’.

Avondrood

De PvdA zit onmiskenbaar in een negatieve spiraal, waarin het succes van haar
uitdagers tot steeds meer schroomvalligheid leidt, die op zichzelf weer dankbaar
onderwerp is voor criticasters. Daar komt een meer fundamentele onzekerheid bij.
Sinds de ‘Woutertapes’ (2007) is de PvdA min of meer officieel een partij zonder
‘groot verhaal’. Officiëler dan van de leider kun je het immers niet horen.
Wreekt zich nu de weerzin van de partijtop tegen een exercitie om de
partijbeginselen te herijken in het kader van een brede analyse van
(internationale en nationale) economische en sociaal-culturele voorwaarden?

Balkenende IV staat voor een opgave, waarvan het welslagen het belang van de
coalitiepartners overstijgt. Als de ambitie van een menselijke, solidaire
samenleving niet vervuld wordt, dreigt een toestand van politieke chaos. Weimar
is een al te zwartgallig doembeeld, maar de ellende van de Franse Vierde
Republiek komt in zicht. Volkspartijen zonder volk leiden tot een onbestuurbaar
land. Dan zou het avondrood van de sociaal-democratie inderdaad de voorbode van
een donkere nacht zijn.’

Bert Ummelen is oud-journalist, heeft een communicatiebureau en is
voorzitter van de PvdA-afdeling ‘Maasduinen’ (Mook, Gennep en Bergen) in
Limburg.

Delen: