1 mei/Paasheuvel: uit het plakboek van Aukelien Jellema

1 mei/Paasheuvel: uit het plakboek van Aukelien Jellema

Door Plakboek PvdA op 3 mei 2011 Delen  

‘Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) was een manier van leven’

Een zonnige lentedag in 2011. Het is maart maar het lijkt wel hartje mei.
Aukelien Jellema van de afdeling Den Helder haalt met Corrie Mutters (94 jaar),
een van de oudste afdelingsleden, halen herinneringen op aan de vele 1 mei
vieringen die zij in haar leven heeft meegemaakt.

‘Corrie Mutters woont nog zelfstandig in oud-Den Helder. Alleen wat hulp van
de thuiszorg en natuurlijk van dochter Sonja. “Maar ja, mijn dochter woont ver
weg en is zelf ook alweer 72”, aldus Corrie.

Op de eetkamertafel twee dikke boeken met familiekiekjes en oude foto’s uit
Corrie’s AJC-tijd. Daarnaast de VARA-gids (al jaren lid) en allerlei
parafernalia uit haar AJC-jaren. Ik blader de fotoboeken samen met haar door en
de verhalen komen vanzelf. Alsof het gisteren gebeurd is.

‘Toen ik 12 jaar was werd ik lid van de AJC. Dat mocht eigenlijk nog helemaal
niet maar ik wilde het zó graag. Mijn tante, die maar een paar jaar ouder dan
ikzelf was en natuurlijk ook lid, heeft me toen opgegeven. Het was wel een hele
aanslag op het familie-inkomen hoor! De contributie bedroeg 10 cent per week en
daar kwam dan nog eens 2 cent bij om te sparen voor de Rode Nederzetting.’

De Rode Nederzetting?
‘Dat was het kampeerkamp waaraan je mee kon doen. Daarvoor moest je 13 gulden
sparen. Ik werkte als huishoudelijke hulp en moest mijn loon aan mijn ouders
afstaan. Het was de bedoeling dat ik een dubbeltje zakgeld kreeg, maar meestal
kwam dat er niet van. We leefden in de crisistijd van “de steun”, mijn vader
kreeg 10 gulden per week. Om dat dubbeltje durfde ik dan ook niet te vragen.’

Wat werd er bij de AJC gedaan?
‘De AJC was de club waar je gewoon bij hóórde als je uit een rood nest kwam. Het
was ook de voortzetting van je opleiding omdat de meeste jongens en meisjes uit
ons milieu al op 13 of 14-jarige leeftijd van school kwamen en een verdere
opleiding er meestal niet in zat. Bij de AJC kreeg je natuuronderwijs, we
trokken de weilanden in om bloemen en vogels te bestuderen. Dan was je A-lid. Op
je 16e werd je B-lid. Dan kwam er ook maatschappijleer bij, waren er
boekbesprekingen en kregen we onderwijs in staatsinrichting.’

We pakken de foto’s van een piepjonge Corrie erbij. Verschillende plaatjes
van groepjes jongens en meisjes – hordes genoemd – in een soort
padvindersuniformen. Corrie: ‘Die uniformen moest je zelf maken. De stof, bruine
manchester voor de rok en lichtblauwe katoen voor de bloes, kon je kopen bij de
centrale van de AJC. En natuurlijk de rode das, die hoorde erbij. Eigenlijk was
het een saai uniform. Wij waren dan ook stikjaloers op de meisjes van De Graal,
de katholieke meisjesclub. Die hadden práchtige capes van paars fluweel. Maar
die meiden van de Graal waren weer jaloers op óns want wij hadden gemengde
jongens- en meisjesgroepen. Iets wat bij de Katholieken ondenkbaar was. We
trokken trouwens veel op met andere clubs. Op zondag fietsten we naar Bergen.
Dan werden we door de meisjes van de Graal opgewacht en brachten we de dag samen
door.’

Welke herinneringen heeft u aan de 1 mei vieringen?

‘Dat het zulke ontzettend drukke dagen waren.’ Corrie heeft de invulling van
zo’n 1 mei-dag voor me uitgeschreven. Om 07:00 uur was het reveille en diende
men zich te verzamelen bij het stationsgebouw dat in die dagen nog aan eind van
de Prins Hendriklaan stond. Verder was er ‘s morgens een herdenking voor
overleden partijgenoten op de Helderse begraafplaats. ’s Middags waren er
kinderfeesten op de sportvelden en ’s avond het 1 meifeest, meestal in het
Casino aan de Kanaalweg, soms in de Tivoli-bioscoop. Altijd met het
fanfarekorps, met zang en dans en er werden lekenspelen opgevoerd.

Corrie: ‘Zelf heb ik ook wel voordrachten gedaan, hele dramatische.’ Zonder
haperen declameert ze nog feilloos Alle kinderen, Heer, hebt gij genomen. Ik bid
U, ik draag niet meer. Laat haar nog komen, mijn laatste kind… ‘Op de
achtergrond werd dan heel treurig viool gespeeld en ik herinner me meneer Puhl,
op de 1e rij. Die man zat dikke tranen te snotteren terwijl ik ingehouden zat te
gieren van de lach…Op één van die 1 mei-vieringen – als ik me goed herinner - 
is Koos Vorrink, voorzitter van de AJC, ook nog eens in Den Helder op bezoek
geweest. Joop den Uyl later trouwens ook.’

Welke plaats nam de AJC in uw leven in?
‘We waren kameraden. We deelden alles met elkaar. En altijd met eerbied voor
elke andere overtuiging. In die tijd werden ook iedere maand tenminste twee
‘ontwikkelingsavonden’ gehouden. Als ik er op terugkijk, denk ik wel dat we toch
een soort eliteclub waren. Geen elite in de zin van veel geld hebben, want er
was helemaal géén geld. Maar wel – in zekere zin – intellectueel,  hoewel geen
van ons naar een middelbare school ging of daar op had gezeten. Het heeft
allemaal geduurd tot 1952, of ’53. Ik weet ’t niet meer precies. (red: De AJC
werd in 1959 opgeheven en werd opgevolgd door Stichting Ruimte)  Toen viel het
uit elkaar, iets dat na de oorlog eigenlijk al in gang was gezet.

We hebben in 1998 nog een reünie gehad. Toen was het 80 jaar gelden dat de
AJC werd opgericht. De AJC heeft me vrienden voor het leven opgeleverd.’

Aukelien Jellema

Delen: