Afscheidsspeech Wouter Bos

Afscheidsspeech Wouter Bos

Door Wouter Bos op 25 april 2010 Delen  

Voor mij is het nu echt afgelopen. Ik neem nu afscheid. Ik ging de politiek
in omdat ik geloof in de eerste zin van ons beginselprogramma: politiek doet er
toe. De wereld wordt niet vanzelf beter. Daar moet je idealen voor hebben en
macht voor willen organiseren. Joop den Uyl schreef in 1978: “Het is
onverminderd de taak van democratisch socialisten om de keuze voor de toekomst
duidelijk te maken, en, onverschillig of de marges breed of smal zijn, voor hun
keus instemming en macht te verwerven. Dan alleen leidt inzicht tot uitzicht”.
Dat is wat mij altijd gedreven heeft. Dat we er niet komen met alleen maar
idealen te hebben maar dat we ook macht en draagvlak moeten realiseren. En dat
de mensen die het van ons moeten hebben, er ook niets aan hebben als we alleen
maar idealen hebben en niet bereid zijn elk kansje om de wereld een beetje de
goede richting op te duwen, te benutten. Door te strijden om de macht en door
het nemen van verantwoordelijkheid.

Download mijn
speech (pdf) >

Hieronder  mijn volledige speech (gesproken woord geldt)

‘Beste mensen,

Toen ik op 12 maart bekend maakte niet nog een keer lijsttrekker te willen
zijn, werd ik overstelpt met warme en roerende reacties. Zelfs van mensen met
wie ik in de politiek de afgelopen jaren vaak de degens heb gekruist. Zo was één
van de meest ontroerende reacties, de reactie van Marco Pastors, de voorman van
Leefbaar Rotterdam, die ons voorhield: “Als ik zou moeten kiezen tussen de PvdA
en mijn gezin zou ik ook voor mijn gezin kiezen!”……
Ik wil maar zeggen beste mensen, ik sta hier niet alleen maar tranen weg te
slikken omdat het straks echt voorbij is. Ik sta hier ook met een lach. Omdat ik
me hier op voor heb kunnen bereiden. Omdat ik me realiseer dat het niet veel
politici is gegeven met opgeheven hoofd op een zelfgekozen moment afscheid te
mogen nemen. Omdat ik blij ben dat ik de afgelopen maanden een bijdrage heb
kunnen leveren aan de wederopstanding van de Partij van de Arbeid. En omdat ik
een opvolger heb kunnen kiezen in wie ik onnoemelijk veel vertrouwen heb.

Mentaal was ik –op dit punt aangekomen in mijn speech-  er op ingesteld dat
Wouter Koning naar de microfoon zou rennen en zou roepen “Voorzitter, Bos heeft
zijn opvolger niet kunnen kiezen, dat mag hij ook helemaal niet, dat doen wij en
dat moeten we nog doen NA zijn speech” en ik was er zelfs mentaal op ingesteld
dat het presidium hem nog gelijk zou geven ook. Maar mag ik, mag ik alstublieft,
in de laatste minuten van mijn partijleiderschap één keer het genoegen smaken om
mij niets te hoeven aantrekken van statuten, presidium of Wouter Koning en
gewoon zeggen dat ik het een voorrecht vind plaats te mogen maken voor de man
die ik zelf ook de meest geschikte vind om de komende jaren de partij en het
land te mogen leiden: Job Cohen!

Beste mensen,

in 1998 ging ik voor u de politiek in. In 2002 werd ik politiek leider. In
2010 stap ik op. Tot zover mijn terugblik!
Maar goed, vandaag neem ik afscheid als politiek leider. Een functie die
statutair niet eens bestaat maar waarvan Arie de Jong, en ik ben geneigd hem als
authoriteit te beschouwen, mij vertelde dat de essentie bestaat uit het feit dat
je aan het eind van een congres mag spreken zonder dat iemand terug praat!
Ik begon als politiek leider in 2002 toen donkere dagen voor de sociaal
democratie aanbraken. Pim Fortuyn was vermoord, de kogel kwam van links, Ad
Melkert kreeg kogelbrieven, Wim Kok zag zijn nalatenschap verkruimelen en de
PvdA leed de grootste nederlaag uit haar geschiedenis. Velen doken weg die dagen
maar sommigen stonden op. Zoals bijvoorbeeld ook Jeltje en Klaas tegen wie ik
toen in het strijdperk trad.

Ik won dat najaar maar ik ben ze altijd als bondgenoten blijven zien. Omdat
zij niet wegdoken, zich net als ik niet wilden neerleggen bij het cynisme,
bereid waren verantwoordelijkheid te nemen en bleven geloven in de kracht van
onze idealen.
In al die jaren sinds toen, in 2002, heb ik geprobeerd de partij te leiden en
bij elkaar te houden in een land dat soms alleen maar verwarder leek te worden,
een politiek die populistischer werd, politieke voorkeuren die met ongekende
heftigheid in heel korte tijd zomaar konden veranderen; een partij ook die,
begrijpelijk, in grote onzekerheid verkeerde over de vraag op welke gebieden wel
te vernieuwen en op welke gebieden juist niet.
In die zoektocht boekten we de afgelopen jaren fantastische overwinningen maar
leden we ook grote nederlagen. We wisten enorme invloed uit te oefenen maar
stonden ook machteloos langs de zijlijn. We wisten heel veel mensen te
inspireren en in beweging te brengen maar moesten ook veel mensen teleurstellen.

Ik had bij tijd en wijle het gevoel in een achtbaan te zitten maar ik zat er
gelukkig niet in mijn eentje in. Ik was nergens geweest zonder al die mensen die
ik nu graag één voor één zou bedanken maar ik zal het niet doen: de kamerleden
met wie ik werkte, de collega’s in het kabinet, de partijbestuursleden, de
partijvoorzitters. Maar ook de maatjes die je wisten te vinden als je opgebeurd
moest worden, de doorzetters die vechtlust toonden als het tegen zat, de trouwe
vrienden die dit afscheid tot op het laatste moment probeerden tegen te houden,
die paar mensen die weten hoe ik de afgelopen jaren beurtelings naar dit moment
heb uitgekeken, dan weer er geweldig tegenop zag.

Ik ga ze niet allemaal met naam en toenaam bedanken, ik hoop dat u dat
begrijpt. Maar bij drie doe ik dat wel. Drie vrouwen. De eerste twee noem ik in
één adem. Beide bijna anoniem die afgelopen zeven jaar opeenvolgend in mijn
buurt. Zichzelf wegcijferend om mij goed te laten functioneren, die zich al mijn
nukken en humeuren hebben moeten laten welgevallen, twee vrouwen die voor mij zo
belangrijk en onmisbaar zijn gebleken maar hier nog nooit een applaus hebben
gehad. Dat moet er dus nu maar eens een keer van komen: mijn politieke
assistentes Geke van Velzen en Lianne Raap!

Mijn ouders, die hier vandaag ook zijn, brachten mij van jongs af aan bij dat
je niet op de wereld gezet bent om alleen maar voor jezelf bezig te zijn en hoe
eervol het is om de publieke zaak te mogen dienen. En met zijn allen hebben we
gezien, geleerd en meegemaakt hoe je uit moet kijken dat je niet zoveel met de
mensheid veraf bezig bent dat je de mensen dichtbij vergeet. Die ben ik gelukkig
niet vergeten. Ja, je kunt verslingerd raken aan de politiek maar gelukkig ben
ik meer verslingerd aan Barbara en de kinderen. Haar dank ik dan ook
uiteindelijk het meeste; niet alleen voor dat ik dit heb kunnen doen en hoe zij
me steunde en opbeurde als ik het even helemaal niet meer zag zitten maar dat
aan niemand mocht laten merken, maar vooral ook voor haar vermogen te incasseren
wat dat aan frustraties, eenzaamheid en opoffering voor haar met zich mee
bracht. Vanuit het diepst van mijn hart: dank je wel.

Beste mensen,

het zijn rare weken geweest de afgelopen weken. In de Volkskrant noemde ik
het een grote oefening in nederigheid. Daar wordt geen mens slechter van, hoor.
Maar toch, het waren rare weken.

Allereerst natuurlijk de overdracht aan Job. De oude koning is nog niet
helemaal dood en de nieuwe is nog niet helemaal op zijn troon. Drie jaar geleden
begonnen we onze gesprekken, zes weken geleden begonnen we onze overdracht. En
ook hier geldt, het zal niet veel politici gegeven zijn geweest zo hun
verantwoordelijkheden over te mogen dragen.

Eindeloze gesprekken met Job natuurlijk. Nou ja, dat gaat nog wel. Maar die
eindeloze hoeveelheden thee….

En dan die klussen die gewoon geklaard moesten worden. Een programma
schrijven, een kandidatenlijst opstellen, twintig heroverwegingsrapporten
doornemen op zoek naar voor ons acceptabele bezuinigingen. En het probleem was
natuurlijk, ja, u weet dat niet, maar ik zal dat geheim dan maar vandaag
verklappen, het probleem was natuurlijk dat ik ruim 7 jaar politiek leider van
de pvda ben geweest en u altijd dacht dat ik al die tijd conflicten en
meningsverschillen wist te beslechten met inhoudelijke argumenten. Nee,
natuurlijk niet. Ja, ik mag het nu wel vertellen maar minstens één keer per
maand gebruikte ik het machtswoord. Zo van “als ik nu mijn zin niet krijg, treed
ik af”. En dat heeft heel lang gewerkt. Dan is het toch wennen als je hier de
laatste weken rond loopt en je voornaamste machtsmiddel, dreigen met aftreden,
blijkt niet meer te werken. Omdat je al afgetreden bent. Moet je het opeens van
de kwaliteit van je argumenten hebben. Het is echt wennen, hoor, zo’n aftreden.

Maar nu serieus. Ik ben blij dat de wisseling van leiderschap in de partij zo
soepel verloopt als nu bij ons het geval is. Dat heeft heel veel te maken met
het vertrouwen dat Job en ik al die jaren in elkaar hebben opgebouwd. Er zijn
weinig voorgangers die zich kunnen wegcijferen ten bate van hun opvolger maar er
zijn waarschijnlijk nog minder opvolgers die hun voorganger in hun buurt kunnen
dulden. Wij hebben dat wel gedaan en daarom staan we hier samen vandaag zoals we
staan. Met dezelfde idealen, met het zelfde programma, maar u straks wel met een
andere leider.

En iedereen die graag had gezien dat ik zou zijn doorgegaan, of die door mij
bij de PvdA is gekomen en zich door mij heeft laten inspireren, tegen al die
mensen zeg ik: mijn mooiste afscheidskado is een overwinning op 9 juni dus steun
Job zoals je mij zou hebben gesteund.
En tegen iedereen die de afgelopen jaren om mij is afgehaakt, zou ik willen
zeggen: geen mooier moment om er weer bij te komen dan nu, steun Job en bezorg
ons die overwinning.

Voor mij is het nu echt afgelopen. Ik neem nu afscheid. Ik ging de politiek
in omdat ik geloof in de eerste zin van ons beginselprogramma: politiek doet er
toe. De wereld wordt niet vanzelf beter. Daar moet je idealen voor hebben en
macht voor willen organiseren.
Joop den Uyl schreef in 1978: “Het is onverminderd de taak van democratisch
socialisten om de keuze voor de toekomst duidelijk te maken, en, onverschillig
of de marges breed of smal zijn, voor hun keus instemming en macht te verwerven.
Dan alleen leidt inzicht tot uitzicht”.
Dat is wat mij altijd gedreven heeft. Dat we er niet komen met alleen maar
idealen te hebben maar dat we ook macht en draagvlak moeten realiseren. En dat
de mensen die het van ons moeten hebben, er ook niets aan hebben als we alleen
maar idealen hebben en niet bereid zijn elk kansje om de wereld een beetje de
goede richting op te duwen, te benutten. Door te strijden om de macht en door
het nemen van verantwoordelijkheid.

En als je dat dan doet, dan zijn er soms –ook voor politici- momenten van
groot geluk.

Het gebeurde mij een paar keer per jaar. De laatste keer was nadat ik te gast
was geweest bij Pauw en Witteman vlak na de kabinetscrisis. Ik werd aangesproken
door twee jonge mannen uit het publiek. Ze stelden zich met onuitspreekbare
namen aan me voor en bedankten me. Ze behoorden tot de generaal pardonners,
waren nu voor accountant of arts aan het studeren en bedankten me dat ze hier in
Nederland een nieuwe toekomst voor zichzelf mochten opbouwen. Ze zeiden dingen
als ‘dit is mijn land’ en ‘hier is mijn toekomst’.

Zulke momenten koester ik en neemt niemand ooit meer van me af. Omdat het
sociaal democraten uiteindelijk altijd gaat om het mensen weer greep geven op
hun eigen toekomst, dwars tegen verwoestende krachten van achterstand,
achterstelling of onderdrukking in. En dan kun je banken redden, huren laag
houden, uitkeringen koppelen….allemaal heel belangrijk. Maar mensen recht doen
en een toekomst geven, dat is waar het uiteindelijk altijd om gaat.

Als er iets is wat ik u toewens is dat het. Dat u nog heel vaak en heel veel
mensen recht kunt doen. Straks heeft u een nieuwe leider met wie dat vast gaat
lukken. En maandag komt er op het partijburo een nieuwe campagnevrijwilliger uit
Amsterdam Noord binnenslenteren. Het is goed zo. Dank u wel dat ik dit heb mogen
doen.’

Delen: