Accountant moet weer te vertrouwen zijn

Accountant moet weer te vertrouwen zijn

Accountant moet weer te vertrouwen zijn
Foto Flickr / shirleydejong

Door Henk Nijboer op 29 april 2014 Delen  

Accountants staan in een slecht daglicht. KPMG worstelt met een smeergeldaffaire en partners die privé- en zakelijke belangen vermengen met vastgoedconstructies, EY werd berispt voor zijn rol bij DSB en toezichthouder AFM luidt de noodklok over tekortschietende kwaliteit van alle kantoren. Dat is ernstig, want accountants spelen met hun waarderingen van bedrijven een essentiële rol in het economisch verkeer.

Betrouwbare, begrijpelijke en toereikende informatie over de posities van organisaties is onmisbaar voor een goed functionerende markt. Accountants maken deze belangrijke maatschappelijke taak onvoldoende waar. Dat bleek ruim tien jaar geleden al met de affaires rondom Enron en Ahold, en ook recentere incidenten rondom Vestia, SNS Reaal en Ballast Nedam laten zien dat de accountancy nog altijd met structurele problemen kampt.

Op 14 mei debatteert de Tweede Kamer, op initiatief van de PvdA, over de toekomst van de accountancy. Het is duidelijk dat er een hoop moet veranderen. In ieder geval op de volgende drie, voor de PvdA cruciale, gebieden.

Allereerst moet de onafhankelijkheid en onberispelijkheid van accountants weer buiten kijf komen te staan. Tot voor kort was het mogelijk dat een accountant decennialang de wettelijke controle van de boeken van een bedrijf deed en bij datzelfde bedrijf ook nog eens advieswerk kon verrichten. Twee amendementen van Ronald Plasterk en Roland van Vliet hebben aan deze praktijk een einde gemaakt: accountants moeten nu na een aantal jaar verplicht rouleren en zij mogen niet meer tegelijkertijd controle- en adviestaken verrichten bij hetzelfde bedrijf. Een belangrijke impuls voor de onafhankelijkheid van de sector. Maar er is meer nodig.

De interne controlemechanismen bij accountants schieten overduidelijk tekort. De recente perikelen bij KPMG, waar partners verwikkeld zijn in dubieuze financiële constructies bij de nieuwbouw van het hoofdkantoor in Amstelveen, illustreren dit probleem. Voorstellen die zijn gedaan door AFM-bestuurder Gerben Everts om de onafhankelijkheid en invloed van de raad van commissarissen te vergroten zijn een stap in de goede richting, maar zonder wettelijke basis te vrijblijvend. De PvdA wil de wettelijke bevoegdheden en taken van de Raad van Commissarissen om die reden aanpassen en de onafhankelijke en strenge interne controle op die manier versterken.

Ten tweede moet de focus van accountants op kwaliteit liggen, niet op winst. Hiervoor is wat de PvdA betreft een fundamentele discussie nodig over de partnerstructuur en het bijbehorende verdienmodel van accountants. Het fatsoenlijk controleren van de boekhouding is steeds meer ondergeschikt geworden aan het draaien van declarabele uren en het maken van zoveel mogelijk winst. De beloning van partners is daar immers mede van afhankelijk. Dit komt de kwaliteit van en de broodnodige kritische houding bij de controle van klanten niet ten goede. Het is daarom hoog tijd om het verdienmodel van accountants kritisch tegen het licht te houden en betere kwaliteitsmechanismen in te bouwen.

De vele rapporten van de AFM waaruit blijkt dat de kwaliteit van de controles nog ver onder de maat is, maken duidelijk dat de kerntaak van de sector onvoldoende wordt uitgevoerd. Tenminste de helft van de accountants presteerde de afgelopen jaren onvoldoende op de uitgevoerde wettelijke controles. Bij kleinere accountants die niet de jaarrekeningen controleren van organisaties van openbaar belang (zogeheten niet-OOB accountants) concludeerde de AFM zelfs dat 80 procent van uitgevoerde controles van onvoldoende kwaliteit was in 2013.

En ten derde moet de verwachtingenkloof tussen publiek en accountants worden gedicht. Het verbeteren van de onafhankelijkheid van accountants en de sterkere focus op kwaliteit zijn hierbij belangrijke stappen, maar er is meer nodig. Het publiek verwacht immers dat de organisatie financieel gezond is als er een goedkeurende accountantsverklaring ligt, terwijl de accountant slechts de wettelijke taak heeft om aan te geven of de cijfers een getrouw beeld vormen. Wij willen de wet op dit punt aanpassen, zodat accountants worden verplicht zich ook uit te spreken over de belangrijkste risico’s voor de continuïteit van een organisatie. Ook moeten accountants aangeven hoe zij de controle vormgaven: wat is wel en niet onderzocht en op welke wijze?

In reactie op de motie van mijn hand geeft het kabinet aan dat er al ruimte is voor accountants om risico’s beter te betrekken in hun oordeel. Maar het gaat erom dat accountants dit niet alleen kunnen, maar ook zullen doen. Op die manier geeft de accountantsverklaring meer informatie en kan de maatschappij zich een beter oordeel vormen over de gezondheid en risico’s van een organisatie. Dat komt het vertrouwen in de sector en het economisch verkeer ten goede.

Al met al is duidelijk dat er nog veel moet veranderen: de onafhankelijkheid moet beter worden verankerd, de focus op kwaliteit moet onlosmakelijk onderdeel uitmaken van de verdienmodellen en er moet in de accountantsverklaring meer oog komen voor de risico’s. Alleen dan keert het vertrouwen in de cijfers van bedrijven en instellingen en de accountancysector terug.

Dit artikel verscheen op 29 april in De Gelderlander

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma