We kunnen niet meer zonder brede school

We kunnen niet meer zonder brede school

Door Sharon Dijksma op 25 november 2009 Delen  

In een ingezonden bijdrage aan de Volkskrant van 25 november pleit ik voor
het inhoudelijk doorontwikkelen van de brede school tot een echte brede
buurtschool van de toekomst. Met een wervelend programma van sport en cultuur
voor kinderen vanaf een jaar of 2,5. Met onderwijs dat staat als een huis. Met
opvang voor hen die dat nodig hebben.

Volgens Leo Prick is mijn voorstel om in de toekomst onderwijs en
kinderopvang meer te laten samengaan, slecht voor kinderen die graag een stap
omhoog willen zetten op de sociale ladder (Forum, 21 november). Wanneer ouders
een school kunnen kiezen op basis van het aanbod aan vrijetijdsactiviteiten,
zoals sport en cultuur, zou dat voor met name laagopgeleide ouders een brug te
ver blijken. Het zijn beweringen die naar mijn mening moeten worden weersproken
in het overigens terecht door Prick bepleite onderwijsdebat.

In het huidige tijdsgewricht verandert de samenleving snel. En die
verandering heeft, of we dat nu willen of niet, grote consequenties voor ons
onderwijs. Er zijn minstens drie ontwikkelingen die om een samenhangend antwoord
vragen. Het begint ermee dat steeds meer kinderen ouders hebben die allebei
werken, waardoor je ziet dat school- en werktijden niet langer op elkaar
aansluiten. Niet voor niets hebben we inmiddels wettelijk vastgelegd dat
kinderen van deze ouders recht hebben op naschoolse opvang.

Tegelijkertijd staat het onderwijsprogramma op de basisschool al enige tijd
onder druk. De samenleving heeft er (met de beste bedoelingen uiteraard) een
handje van om onopgeloste problemen over de heg van de basisschool te kieperen.
Of het nu gaat om de bestrijding van overgewicht of de seksuele weerbaarheid van
jonge kinderen, de druk om dit alles in de kerndoelen van het basisonderwijs op
te nemen, is groot. Met als groot nadeel dat er te weinig tijd is voor het
belangrijkste in het curriculum: taal en rekenen.

Tenslotte zien we dat kinderen met een onderwijsachterstand weliswaar flinke
stappen vooruit zetten, maar de opeenstapeling van maatschappelijke problemen
(gedragsproblematiek, ontwrichte gezinnen) waar leraren tegenaan lopen is zo
groot dat men soms het risico loopt meer bezig te zijn als maatschappelijk
werker dan met de eigen kerntaak: lesgeven.

Deze maatschappelijke ontwikkelingen zullen niet verdwijnen, ze vragen wel om
een antwoord. En ja, juist vanuit de overtuiging dat het onderwijs het enige, zo
niet het beste middel is om kinderen een kans te geven vooruit te komen in het
leven. Want die sociale verheffing – die emancipatie zo je wilt – is en blijft
de belangrijkste motivatie om alle kinderen in dit land het beste onderwijs te
bieden.

De vraag is nu hoe we dat op zo’n manier georganiseerd krijgen dat het
uitdagend is voor kinderen, werkbaar voor leraren en aantrekkelijk voor ouders.
Voor álle kinderen en álle ouders. Het begin van de oplossing zit in de brede
school. Dit zijn samenwerkingsverbanden tussen scholen, kinderopvang,
peuterspeelzalen en soms ook sportverenigingen of andere lokale partners uit de
welzijnswereld.

Brede scholen zijn inmiddels overal in Nederland te vinden, in 88 procent van
de gemeenten staat een brede school en nog eens 6 procent heeft plannen een
dergelijke school te ontwikkelen. Aanvankelijk is de ontwikkeling van brede
scholen vooral op gang gekomen in achterstandswijken in de grote steden. Juist
omdat een breed aanbod aan voorzieningen voor kinderen die extra zorg nodig
hebben veel kansen biedt.

Inmiddels is de brede school, door de snel stijgende vraag naar
buitenschoolse opvang, ook voor de hoger opgeleide ouders zeer aantrekkelijk.
Het is daarmee bij uitstek een school die aantrekkelijk is voor een gemengde
populatie leerlingen.

Hebben we met de ontwikkeling van de brede scholen nu een stadium bereikt
waarin we ook het beste onderwijs bieden? Ik denk dat we op dit punt nog meer
kunnen bereiken als we ook inhoudelijk de handen steviger ineen slaan. Want
juist dat samenwerken aan een geïntegreerd programma om kinderen maximale
talentontwikkeling te bieden, staat nog in de kinderschoenen. Dat moet dus snel
veranderen.

Ook omdat je op deze manier een aantal van de zorgtaken die nu nog op het
bord van de leraar terecht komen door andere professionals kunt laten oppakken.
Het zal van de scholen wel vragen dat zij zich in de toekomst meer openstellen
voor organisaties buiten het onderwijs.

Daarom heb ik een pleidooi gehouden voor het inhoudelijk doorontwikkelen van
de brede school tot een echte brede buurtschool van de toekomst. Met een
wervelend programma van sport en cultuur voor kinderen vanaf een jaar of 2,5.
Met onderwijs dat staat als een huis. Met opvang voor hen die dat nodig hebben.
Toegankelijk voor alle kinderen, maar wel op vrijwillige basis, en die basis is
een leerrecht.

En natuurlijk zullen deze scholen qua profiel verschillen. Want er moet voor
ouders iets te kiezen zijn, keuzevrijheid is een belangrijk voordeel van ons
onderwijssysteem. Geen Haagse blauwdruk dus. Om dit alles mogelijk te maken
zullen we in de nabije toekomst moeten nadenken over een bundeling van onze
krachten, ook in financiële zin. Maar het begint ermee dat we alle
bureaucratische hindernissen en wettelijke belemmeringen die er zijn om deze
ontwikkeling van onderop verder kans te geven, wegnemen. En dat ga ik zeker
doen.