‘Halt aan uitbreiding landbouwgrond’

‘Halt aan uitbreiding landbouwgrond’

Door Jacqueline Cramer op 28 oktober 2009 Delen  

‘Als minister van Milieu ben ik dezer dagen bijna fulltime op pad voor de
klimaatonderhandelingen van Kopenhagen. De wereldgemeenschap kan daar een
reuzenstap zetten op weg naar een effectieve aanpak van de klimaatcrisis. Maar
meteen daarna moet er een vergelijkbare Kopenhagen top komen voor die andere
grote mondiale crisis: de voedselcrisis.’ Mijn opiniestuk in de Volkskrant van
26 oktober.

‘Parallellen en onderlinge connecties met het klimaatprobleem zijn er volop.
Beide crises komen voort uit dezelfde mentaliteit.  Paul Hawken, de
gezaghebbende Amerikaanse biograaf van de milieubeweging en pionier van duurzaam
ondernemen, heeft die mentaliteit ooit treffend onder woorden gebracht: we
stelen de toekomst, verkopen de buit en noemen het bruto binnenlands product.

Banken zijn in de problemen gekomen door jarenlang onnadenkend leven op de
pof. De aarde warmt op door langdurige groei zonder dat stil te staan bij de
uitstoot van CO2. Voedseltekorten ontstaan door een landbouwsysteem dat in z’n
expansiedrift meestal de weg van de minste weerstand kiest.

De gevolgen van zowel de klimaat- als de voedselcrisis zijn onomkeerbaar. Als
de aarde met meer dan 2 graden Celsius opwarmt is de schade niet te overzien –
en niet te betalen. Voor de voedselcrisis geldt dat de opmars van slecht benutte
landbouwgrond  leidt tot de onherroepelijke vernietiging van biodiversiteit. Als
we nu niets doen, is in 2050 zeker veertig 15 procent van de planten- en
diersoorten uitgestorven. Een tempo zonder precedent in de wereldgeschiedenis.

De voedselcrisis is eveneens een wereldwijd probleem. Bij het klimaat is
boosdoener CO2 letterlijk grensoverschrijdend. Bij voedsel leidt de wereldwijde
en toenemende vraagontwikkeling tot vernietiging van biodiversiteit ergens op
aarde. De schade is het grootst in de armste landen, nog een déja vu
met de klimaatcrisis.

Voor een oplossing van beide crises is het is nog niet te laat, maar dan
moeten we wel snel ingrijpen. En in beide gevallen zal er een internationale
aanpak moeten komen. Dankzij de klimaatonderhandelingen, hoe moeilijk die soms
ook verlopen, hebben we veel ervaring opgedaan met duurzame diplomatie. Dat komt
van pas bij het organiseren van een Kopenhagentop voor de aanpak van de
voedselcrisis en bij het bereiken van een wereldwijd akkoord over
biodiversiteit.

Zo’n mondiale afspraak zou mijns inziens een aantal elementen moeten
bevatten. De internationale gemeenschap moet de bindende afspraak maken dat er
wereldwijd geen hectare landbouwgrond meer bij komt. Die ambitie is gemakkelijk
waar te maken. Door innovatieve landbouwtechnieken kan de opbrengst per
vierkante meter landbouwgrond met zeker 40 procent omhoog. Het verlies van
voedsel na de oogst kan drastisch omlaag. In de verspreiding van deze kennis en
technologie kan Nederland een wereldwijde leidersrol voor zich opeisen. Alles
bij elkaar kunnen we hiermee negen miljoen vierkante kilometer landbouwgrond
besparen.

Maar met alleen efficiënte voedselproductie redden we het niet. We zullen ook
ons dieet moeten veranderen. Vleesproductie legt wereldwijd beslag op 80 procent
van de landbouwgrond, terwijl vlees slechts 15 procent van de totale
voedselconsumptie beslaat. Op den duur komen er drie miljard monden bij om te
voeden. Vlees zal een steeds groter deel van ons dieet uitmaken.

Het behoeft geen betoog dat deze ontwikkelingen onhoudbaar zijn.
Alternatieven liggen voor het oprapen. Voor kip is bijvoorbeeld veel minder
landbouwgrond nodig dan voor rundvlees. Het Planbureau voor de Leefomgeving
(PBL) becijfert in zijn vandaag verschenen studie Growing within limits
dat een ander dieet wereldwijd voor een besparing van nog eens zestien miljoen
vierkante kilometer landbouwgrond zorgt, een gebied bijna ter grootte van
Rusland.

Uiteraard moet ook de ontbossing een halt worden toegeroepen.  Hier gaan de
aanpak van de klimaat- en de voedselcrisis hand in hand. Een eerste stap kan
gezet worden in december bij de top van  Kopenhagen.

Is dat wel te betalen, zal de sceptische geest zich afvragen. Het antwoord is
volmondig: ja. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft becijferd dat bij snel
ingrijpen beide crises voor een prikkie opgelost kunnen worden. Het zou ons
wereldwijd 0,1 procent van de jaarlijkse economische groei kosten. Doorvertaald
naar de periode 2005-2050 zou dat betekenen: 225 procent economische groei in
plaats van 240. Zeker Als je het afzet tegen de uiteindelijke kosten van nu
niets doen, is dat –vrij naar Marlon Brando– een offer we can’t
refuse
.

Dit artikel is een bewerking van mijn lezing bij de Assemblee van de Club van
Rome Assemblee in Amsterdam.