500 woorden: Ans Versloot

500 woorden: Ans Versloot

Door De Redactie op 4 februari 2010 Delen  

In de Partij van de Arbeid zijn leden altijd actief. De een is lid van de
fractie van de Tweede Kamer, de ander vrijwilliger in een bestuur of werkgroep,
anoniem en onbekend. Maar wat hen verbindt is sociaal-democratisch engagement.
Hoe ziet dat eruit, wat willen zij? In de reeks ‘500 woorden’ laten we een van
die geëngageerde PvdA’ers aan het woord. Deze week: schoolmaatschappelijk werker
Ans Versloot, die zich afvraagt of er in de politiek iemand is die aandacht wil
besteden aan de situatie van zelfstandig wonende ROC-leerlingen die met schulden
kampen.

Ans Versloot uit Rotterdam is een trouw kiezer van de PvdA. ‘Ik heb wel eens
in het stemhokje gestaan en getwijfeld, maar dan, op het laatste moment, hoorde
ik de stem van mijn vader: Heb het lef eens… Maar dat was maar een enkele keer.’
Versloot is schoolmaatschappelijk werker bij de locatie Haastrechtstraat van het
Albeda College. Alleen al in deze ene locatie van het Albeda College volgen ruim
drieduizend kinderen middelbaar beroepsonderwijs. Versloot heeft een
hartenkreet. ‘Is er in de politiek iemand die aandacht wil besteden aan de
situatie van zelfstandig wonende leerlingen op niveau 1 en 2 van het ROC? Alleen
al door ons maatschappelijk systeem van studeren, zorg en wonen komen deze
kinderen in schulden waar ze nooit meer van verlost raken. Het gaat niet om
kinderen die schulden hebben door mobieltjes of brommers. Dat soort hebbedingen
zijn voor deze kinderen niet weg gelegd. Het zijn kinderen die zich geen fiets
kunnen veroorloven om een bijbaantje bij de TNT te veroveren.’

Versloot is sinds vijf jaar schoolmaatschappelijk werker bij het Albeda. In
die periode werd ze in toenemende mate belast met schuldhulpverlening. Ze
ontdekte dat een grote groep van studenten van het middelbaar beroepsonderwijs
het hoofd financieel niet boven water kan houden. Voor eten en kleiding hebben
zij geen geld; ouders die kunnen bijspringen zijn er meestal niet. Deze groep
studenten wordt snel groter, en hun schulden groeien. Bovendien worden de eisen
die aan deze kinderen gesteld worden steeds hoger.

‘Het is een groep die er niet of slechts met de grootste hulp in slaagt om
aan een bijbaantje kan komen. Het zijn vaak meisjes, sommige zelfs al met een of
twee kinderen. Maar ook jongens, die nog maar korte tijd in ons land zijn, en
last hebben met de taal, bijvoorbeeld. Eigenlijk hebben zij in onze maatschappij
geen perspectief. Als ze al werk kunnen vinden, is het zo bescheiden dat zij
nooit een reëel inkomen kunnen veroveren. En wie maakt zich over deze groep
druk? Wie bekommert zich om hen? Als studenten aan de universiteit vermoeden dat
zij in hun inkomen worden bedreigd, en hun stem laten horen, staan media en
politici vooraan om aandacht te schenken. Maar over de studenten van het ROC,
van niveau 1 en 2 hoor je nooit iemand. Studenten aan de universiteit en uit het
HBO kunnen in ieder geval nog goed betaalde banen vinden, na hun studie. Deze
kinderen hebben dat perspectief niet. Heel misschien kunnen ze autowasser
worden, of een naaimachine bedienen in een atelier maar van studieschulden
kunnen zij nooit aflossen.’

Versloot heeft tevergeefs aangeklopt bij de IB-Groep, (sinds 1 januari dienst
uitvoering Onderwijs), bij het ministerie van Onderwijs en bij de Kredietbank
Rotterdam. ‘Maar de laatste, de Kredietbank, wijst deze groep ook al af, vertelt
Ans Versloot. “De Kredietbank weigert nog dossiers in behandeling te nemen
wanneer blijkt dat de inkomsten minder zijn dan de basis uitgaven voor het
bestaan. Het leidt er toe dat de kinderen uit huis worden gezet; ik probeer nu
een oplossing te zoeken voor een moeder met twee kinderen van een en zes jaar.
Ze zit nu bij het Leger des Heils.’

Delen: