Toespraak Dag van de Arbeid

Toespraak Dag van de Arbeid

Door Diederik Samsom op 1 mei 2015 Delen  

In mijn toespraak bij de landelijke 1 meiviering pleit ik voor een deltaplan voor de maakindustrie. 

Lees verder voor mijn gehele toespraak.

Beste Mensen,

Welkom in Leiden, op de dag van de arbeid.

De dag van de Arbeid is een dag om te vieren. Iets waar we als PvdA eigenlijk niet zo goed in zijn; voor ons is datgene wat er nog bereikt moet worden altijd veel belangrijker dan wat er al bereikt is. Maar laten we op 1 mei ook eens stilstaan bij wat de arbeidersbeweging en de sociaaldemocratie met hun strijd hebben bereikt.

Wat nu vanzelfsprekend is: de 8-urige werkdag, kinderen die niet in de fabriek maar op school zitten, het minimumloon, arbowetgeving, cao’s, verlof in tijden van zorg, vakantiedagen, pensioen. Dat was ooit onderwerp van bittere strijd. Strijd waarin sociaaldemocraten voorop gingen. Troelstra, Drees, Den Uyl, Kok. Wij, sociaaldemocraten, hebben met succes gestreden. En niet alleen in vervlogen tijden. Nee, de strijd gaat door. Schoonmakers die niet meer op 0 uren contracten zitten maar vast in dienst zijn van de overheid. Drie maanden geleden gerealiseerd. Werknemers die worden beschermd tegen uitbuiting en onderbetaling. Vorige maand geregeld. Een fatsoenlijke vergoeding bij ontslag, ook voor mensen met een tijdelijk contract, over twee maanden is het realiteit. We knokken iedere dag verder voor een betere toekomst.

En hoe ziet die toekomst er dan uit? Lastig te zeggen. Maar een ding weet ik zeker: over 10 jaar vieren wij weer de Dag van de Arbeid. Over 10 jaar vieren we de resultaten van de strijd die we nu voeren. Welke? Laat ik u vertellen waar ik van droom.

Mijn droom is dat het over 10 jaar vanzelfsprekend is dat er voor iedereen een plek is in onze economie. Dat we de dreiging van baanloze groei hebben afgewend, dat we de afslag naar een economie waarin alleen voor de allersnelsten nog plek is, rechts hebben laten liggen en dat we linksaf zijn geslagen naar die samenleving waarin iedereen tot zijn recht kan komen. Er aan iedereen recht wordt gedaan.

Ik droom dus bijvoorbeeld van de dag dat we met verbazing terugkijken naar het jaar 2015 waarin er voor bijna 9 op de 10 mensen met een arbeidsbeperking geen werk was bij een reguliere werkgever. Dat er zelfs een quotumwet moest komen, als stok achter de deur. Want mijn droom is dat er over 10 jaar overal, in elk bedrijf, mensen werken met een kleine of grotere beperking. Over 10 jaar is het normaal dat op elke werkvloer iemand met een arbeidshandicap deel uit maakt van het team. Het begin is er al. Eergisteren was ik op bezoek bij Rogier. Een bijzondere jongen. Op een partijbijeenkomst was hij een keer op me afgestapt om zijn verhaal te vertellen. Met niet meer dan een veterstrik en zwemdiploma zoals hij zelf zei, en met een onrustig karakter, zat hij lange tijd thuis, met een Wajong uitkering, maar zonder werk, zonder eigenwaarde. En nu trof ik hem aan als stagair marketeer bij een hip internetbedrijfje in Eindhoven, waar ze de waarde van Rogier wel zagen. Ik zag hoe hij in zijn element was, zelfverzekerd, rustig. Een aanwinst voor het bedrijf. En het belangrijkste: de directeur van het bedrijf vond het helemaal niet bijzonder. Als bedrijf dat een smartphone applicatie bouwt voor een brede doelgroep, vond hij het vanzelfsprekend dat het personeel een afspiegeling is van de diversiteit van de samenleving. Zo vanzelfsprekend is het voor heel veel werkgevers echter nog niet. Daarom geeft Jetta Kleinsma nu een forse duw door werkgevers te verplichten in totaal 125.000 mensen een plek te geven. Het gevecht om de droom over 10 jaar waar te maken begint vandaag.

De droom van een economie waarin er voor iedereen plaats is, van hoog- tot laagopgeleid, van high-potential tot arbeidsgehandicapte, die droom wordt immers niet vanzelf bewaarheid. Als we de krachten van markten en globalisering ongebreideld hun gang laten gaan, staat straks een te groot deel van de mensen langs de kant, zonder zekerheden, zonder perspectief. Er zijn keuzes nodig. Voor een opleving van onze maakindustrie bijvoorbeeld. Omdat die een duurzame pijler kan zijn onder onze welvaart, omdat de nieuwe technologie die daar gemaakt wordt toekomstige generaties van energie, voedsel en schoon water kan voorzien. En omdat de maakindustrie bijdraagt aan een genereuze economie die kansen geeft aan iedereen. Van laag- tot hoog opgeleid. In de machinefabriek in Emmen bedenken en tekenen universitaire en hbo-ingenieurs de concepten, verdelen de voormannen het werk en lassen en frezen de jongens met een mbo-2 opleiding de constructies. Ouderen leren de jongeren het vak en brengen ze naar een hoger niveau. De jongen met een arbeidshandicap vindt zijn plek in de logistieke afdeling. Het is geen romantiek van de jaren 50, maar de realiteit van de 21ste eeuw. We hebben er veel meer van nodig. Nederland moet het vakmanschap en haar maakindustrie koesteren en uitbouwen. Voor een sterkere economie en een completere arbeidsmarkt. En over Emmen gesproken. Nog maar een paar maanden geleden kondigde Phillips aan de lichtfabriek in Emmen te sluiten. Maar ze had buiten ons gerekend. Buiten commissaris Jacques Tichelaar, buiten PvdA gedeputeerde Ard van der Tuuk, buiten de PvdA Drenthe, buiten de PvdA in Den Haag. Op 28 januari was ik in Emmen en zei namens onze partij dat wij niet zouden accepteren dat een winstgevende fabriek die aan zoveel mensen werk biedt, wordt verpatst en verplaatst naar elders. En deze week werd bekend dat hij blijft. Onze strijd werpt vruchten af mensen. Dat smaakt naar meer.

Ik droom van een land waarin het accent is verschoven van een dienstverlenende en financiële economie, met alle risico’s van dien, naar een bloeiende maakindustrie. Met focus op lange termijn, niet gericht op winst, maar op meerwaarde. Dat is het ondernemerschap waar de sociale markteconomie die Nederland is, uiteindelijk op drijft. Ik droom van een land waarin het weer vanzelfsprekend is, om een technische opleiding te doen en in de maakindustrie te werken. Toen ik als jonge student voor kernfysica koos, werden betastudenten al tijdens hun studie weggekaapt door duurbetaalde consultancy bedrijven. Gepaaid met lease-auto’s en hoge salarissen. Goed voor die bedrijven, maar desastreus voor onze maakindustrie. Straks kiezen die studenten weer een technisch beroep. Omdat je het daar kunt maken.

Ik droom daarom van de volgende revolutie in ons onderwijs. Die gaat plaatsvinden in het MBO. Daarover kregen we afgelopen week een indringend manifest van de voorzitter van de MBO-raad en sociaaldemocraat Jan van Zijl. Verhef de MBO-er, zei hij. En terecht. Het blijft de eerste opdracht van de sociaal-democratie: de verheffing via ons onderwijs. Juist nu achterstanden hardnekkiger worden. Want ik maak me zorgen. Ik zie weliswaar met trots hoe goed we onze MBO-er opleiden. Klaarstomen voor de toekomst. Maar met angst en beven zie ik ook hoe die toekomst steeds onbereikbaarder wordt. Bedrijven trekken de onderste sport van de ladder steeds hoger op. Al lang onbereikbaar voor MBO-1. Straks ook MBO-2. Niks genereus. Keihard. Om dat te veranderen, om onze droom waar te kunnen maken is een deltaplan nodig. Een deltaplan maakindustrie. Want we dreigen de strijd te verliezen. Deze week was ik bij FlowiD. Een bedrijf dat met een nieuw type reactor de chemische industrie op zijn kop kan zetten. Ze zijn klaar voor de sprong. Een fabriek waarin die reactoren gebouwd worden. Met nieuwe werkgelegenheid. Van professor tot lasser. In Nederland is genoeg geld maar niemand durft het aan. Hoe anders is dat vanuit China. Straks leggen de chinezen het geld op tafel en zijn we niet alleen de kennis, maar ook de banen kwijt. Ik wil een deltaplan dat dat voorkomt. Een deltaplan om van MBO’s snel vakscholen te maken, nog meer technici op te leiden, financiers te stimuleren om in de maakindustrie van de toekomst te investeren, als het moet met hulp van de overheid, de Nederlandse Investeringsbank. Er is snel lastenverlaging op arbeid nodig, met name voor de lagere inkomens, om het aannemen van mensen aantrekkelijk te maken. En ruimte voor bedrijven om hun vindingen in Nederland om te zetten in producten. Duurzame energie, elektrisch transport, chemie op basis van biobrandstoffen, offshore energiewinning. We zijn er goed in. Als we onze inspanningen opvoeren in het deltaplan Maakindustrie, kunnen we onze droom waarmaken. De generatie van onze ouders bereikte de maan, wij kunnen de zon grijpen en toekomstige generaties van welvaart,voedsel en energie voorzien. Dat is mijn droom. Daarvoor wil ik met u strijden.

En die strijd is al begonnen. De fundamenten worden daarvoor nu gelegd. Door Lodewijk Asscher die een eerlijke arbeidsmarkt bouwt. Jetta die mensen met een arbeidshandicap een plek geeft. Door Jet Bussemaker die de vakscholen creëert. Door dat we in deze coalitie meer dan ooit investeren in duurzame energie. In een tijd dat dat niet vanzelfsprekend is, dat de grootste economische tegenwind in 80 jaar ons op flinke achterstand zette. We begonnen er toch aan. Met de droom voor ogen. In de wetenschap dat het moeilijk zou worden. Maar met de strijders van 1 mei in gedachten, de arbeiders van de McCormick fabrieken die in 1886 voor de 8 urige werkdag streden. Ook zij trotseerden de tegenkrachten en betaalden daarvoor zelfs de hoogste prijs. Aan hen zijn we schatplichtig. En aan onze kinderen. Onze erflaters en onze erfgenamen. Voor hen mogen we niet opgeven. Op naar onze droom.

Delen:

Een verbonden samenleving

Eerlijke spelregels zijn nodig. Zodat grote bedrijven netjes belasting betalen, net als de bakker op de hoek. Zodat we uitbuiting van werknemers aanpakken. En zodat we minder schreeuwen en beter naar elkaar luisteren.

Lees ons verkiezingsprogramma