Toespraak Ploumen tijdens landelijke 1-mei-viering in Haarlem

Toespraak Ploumen tijdens landelijke 1-mei-viering in Haarlem

Door Lilianne Ploumen op 1 mei 2010 Delen  

Het is mij een eer en een groot genoegen vandaag hier te mogen zijn. Op de
campagneaftrap voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, op de Dag van de
Arbeid, tegen het prachtige decor van de Lichtfabriek, het voormalig onderkomen
van het Energiebedrijf Haarlem. Op de Dag van de Arbeid blikken
sociaaldemocraten in Nederland en in de wereld terug. Op de strijd voor de
achturige werkdag, de strijd voor het kiesrecht, de strijd voor een gelijke
spreiding van kennis macht en inkomen.

Klik hier voor
onderstaande toespraak in PDF-formaat.

Partijgenoten,

Het is mij een eer en een groot genoegen vandaag hier te mogen zijn.

Op de campagneaftrap voor de verkiezingen van de Tweede Kamer, op de Dag van
de Arbeid, tegen het prachtige decor van de Lichtfabriek, het voormalig
onderkomen van het Energiebedrijf Haarlem.

Op de Dag van de Arbeid blikken sociaaldemocraten in Nederland en in de
wereld terug. Op de strijd voor de achturige werkdag, de strijd voor het
kiesrecht, de strijd voor een gelijke spreiding van kennis macht en inkomen.

Maar 1 mei is ook de dag waarop we naar de wereld van vandaag kijken. Waarop
we ons de vraag stellen hoe onze idealen zich verhouden tot onze inzet voor de
wereld van vandaag. En of de wereld van morgen niet anders en vooral ook beter
moet.

Daar wil ik het vandaag over hebben. Over arbeid en sociale zekerheid, over
strijden voor een fatsoenlijk bestaan voor iedereen.  Wetende dat we op 9 juni
de kans krijgen om die betere wereld van morgen een stukje dichterbij te
brengen.

Partijgenoten,
Allereerst over onze inzet vroeger. Op de dag van de arbeid herdenken wij de
strijd voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden. De strijd voor de achturige
werkdag. In 1884 nam in de Verenigde Staten de ‘American Federation of Labor’
een resolutie aan, waarin voorgesteld werd om vanaf 1 mei 1886 de 8-urige
werkdag in te voeren. Die datum, de eerste mei, was niet zomaar uit de lucht
komen vallen.

De eerste mei was ‘moving day’ in de Verenigde Staten. Op de eerste mei
werden alle arbeidscontracten verlengd of verbroken. En omdat de huurcontracten
van de arbeiders gekoppeld waren aan hun arbeidscontracten was de eerste mei een
‘vrije dag’. Tussen aanhalingstekens. Want 1 mei betekende een volksverhuizing
voor het leger van loonslaven dat in die dagen schandelijk uitgebuit werd.

De Amerikaanse werkgevers weigerden de wens voor de achturige werkdag in te
willigen. In Chicago greep men daarom de eerste mei van het jaar 1886 aan om te
demonstreren. De betoging liep uit op een bloedige confrontatie tussen
demonstranten en politie. Nadat er een bom ontplofte op de markt, opende de
politie het vuur.

De strijd voor de achturige werkdag werd op die eerste mei van 1886 met bloed
beslecht. De leiders van de demonstratie werden ten onrechte verantwoordelijk
gehouden voor het uit de hand lopen van de betoging. Zij moesten hun idealen en
moedige strijd met de dood bekopen. Hen wachtte de galg…

Partijgenoten,
De herkomst van de eerste mei mag van de overkant van de oceaan komen, sociale
gerechtigheid was hier -in het Europa van de industrialiserende naties- even ver
te zoeken.

Hier in de Lichtfabriek hebben ongetwijfeld duizenden arbeiders in de loop
der jaren het zonder die sociale gerechtigheid moeten stellen. Want toen dit
gebouw in 1902 werd gebouwd, moest de Spoorwegstaking van 1903 nog plaatsvinden,
moesten het algemeen kiesrecht en de ziektewet nog ingevoerd worden, en duurde
het nog jaren voordat er via de invoering van de AOW voor iedereen een goede
oudedagsvoorziening was.

Rond de eeuwwisseling, op het breukvlak van twee eeuwen, was de strijd voor
arbeidersrechten, voor een fatsoenlijk bestaan heftiger dan ooit.

Deze heftige strijd vond ook hier plaats, in Haarlem. De grote strijd van
toen laat zich vatten in een klein, bijna vergeten verhaal. Het verhaal van de
staking bij meubelmakerij Pool,

Partijgenoten,
Het is februari 1904. Eigenaar Pool van de gelijknamige meubelmakerij besluit
hij zijn meubelmaker Van der Tiel te ontslaan. De reden? Hij is te duur. Van der
Tiel is een actief lid van de vakbond en hij weet zijn collega’s aan zijn zijde.
28 werknemers van Meubelmakerij Pool besluiten het werk uit solidariteit met van
Tiel neer te leggen. Ook de meubelmakers van het filiaal in Zaltbommel leggen
het werk neer. Zes weken van staking volgen, de Meubelmakersbond regelt een
stakingskas: de nog werkende meubelmakers leggen geld opzij voor hun stakende
collega’s in Haarlem en Zaltbommel…

Na zes weken stellen de stakers Pool een ultimatum: ze eisen dat hij alle
stakers, dus ook Van der Tiel, zonder onderscheid weer aan het werk laat. Doet
hij dit niet, dan zoeken de stakers elders hun emplooi.

Zo geschiedde. Het ultimatum verstrijkt en de stakers houden de eer aan
zichzelf: ze zoeken ieder voor zich ander werk. Begin mei 1904 hebben bijna alle
stakers, op één na, elders ander werk gevonden. De secretaris van de
Meubelmakersbond concludeert, en ik citeer:

“Wij kunnen de Haarlemsche kameraden een eresaluut brengen voor de kranige
wijze waarop zij hunne staking hebben geleid, en al hebben zij nu voor de
overmacht van het kapitaal moeten bukken, toch is de aftocht eervol. Zij gaan
het terrein der strijd verlaten zonder de knie te buigen voor de vijand.”

Dit kleine verhaal van ruim twee maanden staking bij Meubelmakerij Pool is
exemplarisch voor de wijze waarop in die tijd duizenden arbeiders streden voor
een fatsoenlijk bestaan.

Een strijd, die zij soms met bloed, maar altijd met zweet en tranen voerden.
Een strijd, die in latere jaren vele duizenden anderen heeft geïnspireerd om op
te komen voor hun rechten.  En een strijd die laat zien dat je met solidariteit
en lotsverbondenheid een stuk sterker staat dan ieder voor zich.

Partijgenoten,
Zo was het toen. Dat brengt mij naar de wereld van vandaag. Er is
ontegenzeggelijk veel veranderd sinds die donkere dagen van 1904.

De ontslagen werknemer Van der Tiel zou nu tot aan zijn pensioen een
beschermd zijn geweest tegen onrechtmatig ontslag. Hij had zich bij plotselinge
werkloosheid of arbeidsongeschiktheid gesteund geweten door een uitkering. Zijn
kinderen hadden allemaal een van leven lang goed onderwijs kunnen genieten. En
het hele gezin had kunnen stemmen.

Ja, er is veel veranderd. Maar misstanden bestaan nog steeds…. Gelukkig niet
meer iedere dag in Nederland, maar nog wel iedere dag in landen als China,
Zimbabwe, Rusland en Venezuela.

Partijgenoten,
Er gaat dus gelukkig heel veel goed. Maar we zijn nog lang niet klaar.

En juist de sociaaldemocratie vindt hierin een bijzondere opdracht,  in
Nederland en daarbuiten. Want de strijd tégen knechtende arbeid en vóór een
fatsoenlijk bestaan voor iedereen is en blijft actueel. Het is onze opdracht
vanaf de wieg.

Partijgenoten,
Terug naar Nederland. Hoewel de opdracht nog hetzelfde is als in 1886 en 1904,
is de wereld van nu een andere.

De veranderde context kennen we allemaal. De mondiale economie met haar
kansen en risico’s is de realiteit voor ons allemaal geworden. En overal waar ik
kom – in Nederland en daarbuiten- stellen mensen dezelfde vragen…

Zal ik over een paar maanden nog steeds werk hebben? En hebben mijn kinderen
in de toekomst nog steeds de mogelijkheid om te studeren? Krijgen ze de kans om
hun talenten te ontplooien? En kan ik nog genieten va een pensioen en goede zorg
als ik oud ben?

Vragen zoals die honderd jaar geleden ook gesteld werden door het gezin van
de ontslagen meubelmaker Van der Tiel.

Vragen die tóen een ander antwoord behoefden dan nu. We leven nu in een
‘global economy’ waarin werk zich niet slechts bínnen maar ook tússen landen
verplaatst. Waarin werk flexibel is geworden, waarin de vraag van morgen heel
anders kan zijn dan het aanbod van vandaag…

De zorgen van de fabrieksarbeider waar we onze sociale zekerheid omheen
gebouwd hebben –werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom- , zijn de
laatste decennia aangevuld met nieuwe zorgen. Zorgen die niet alleen
fabrieksarbeiders treffen, maar ook andere groepen: vrouwen, jongeren,
flexwerkers en nieuwe Nederlanders.

Onze idealen, onze inzet is dus onverminderd actueel.

En dat brengt mij op mijn laatste punt.

Voor de toekomst van onze kinderen gaan we op 9 juni naar de stembus.

We gaan naar de stembus om de nazaten van onze Haarlemse meubelmaker Van der
Tiel ook een goede toekomst te bieden. Omdat de opdracht van de
sociaaldemocratie – tegen knechtende arbeid en voor een fatsoenlijk bestaan voor
iedereen- nog altijd actueel is.

Want we mogen onze verworvenheden niet voor lief nemen. Want nog altijd is
het lijntje tussen voor- en tegenspoed, tussen een zonnige en een donkere
toekomst, soms flinterdun.

Dit was zo in 1886, in 1904 en dat is nog steeds zo. Zo las ik donderdag in
de krant dat per jaar altijd nog 3000 mensen tijdens of als gevolg van hun werk
overlijden, door stress, het inademen van gevaarlijke stoffen of onveilige
werkomstandigheden. Drieduizend: Een schrikbarend aantal… De vakbond verdient
lof dat zij hier de aandacht op gevestigd heeft en zich inzet voor maatregelen.

En als we niet oppassen, dan wordt het lijntje tussen voor en tegenspoed,
onder druk van de enorme bezuinigingen, de komende jaren alleen maar dunner.

Want wat moet de jong gehandicapte, die door een subsidieerde baan weer volop
meedoet in de samenleving, doen wanneer de subsidie op haar baan wordt
stopgezet?

Wat moet de oudere werknemer doen wanneer door een versoepeld ontslagrecht
hij of zij op straat komt te staan en het verder maar moet uitzoeken?

En wat doet de werknemer in de bouw, die ziek aan de kant staat, wanneer door
meer marktwerking in de zorg goede zorg een stuk duurder wordt?

Juist voor deze mensen, mensen die het moeilijk hebben en kwetsbaar zijn, is
het zo belangrijk dat we blijven strijden voor een fatsoenlijk bestaan voor
iedereen. In een nieuwe context en met andere ideeën over werk en arbeid dan in
1886 en 1904, maar nog altijd onmiskenbaar met dezelfde opdracht. De opdracht
die we ieder jaar op 1 mei, de Dag van de Arbeid, weer in herinnering roepen.

Partijgenoten,
Dit jaar zal ook op 9 juni deze opdracht weer in herinnering worden geroepen.
Want met grote bezuinigen in het verschiet, zullen we er alles aan moeten doen
om een fatsoenlijke bestaan voor iedereen mogelijk te maken, of in stand te
houden. Niet alleen voor de mensen die het voor de wind gaat, de winnaars van de
huidige tijd maar ook voor de mensen die het moeilijker hebben of zullen
krijgen.

Wij zijn er klaar voor om die keuze de komende weken aan Nederland voor te
leggen.

Door met ons verhaal van deur tot deur te gaan.

Door de straten en pleinen van Nederland rood te kleuren.

Door te laten horen dat de strijd voor een fatsoenlijk bestaan, en daarmee 1
mei – de Dag van de Arbeid – nog altijd actueel is.

Laten we dus voor iedereen duidelijk maken dat voor ons iedereen meetelt!

Ik dank u wel.

Delen: