Toespraak Cohen tijdens landelijke 1-mei-viering in Haarlem

Toespraak Cohen tijdens landelijke 1-mei-viering in Haarlem

Door Job Cohen op 1 mei 2010 Delen  

Klik hier voor onderstaande toespraak in
PDF-formaat.

 

Haarlem – 1 mei 2010

GESPROKEN WOORD GELDT

‘Vandaag, op 1 mei, kijken wij terug op de geschiedenis van de
sociaaldemocratie. Een geschiedenis doordrongen van het streven naar een
fatsoenlijke samenleving. Het werd een spectaculair succes in die samenlevingen
die er in slaagden sociale omwentelingen op vreedzame, democratische en
rechtstatelijke manier tot stand te brengen. Het ging gruwelijk mis waar
uitsluiting de norm bleef of waar op revolutionaire wijze de mens ondergeschikt
werd gemaakt aan het systeem.

Daarom zal de 1 mei viering ook altijd dubbele gevoelens opwekken bij sociaal
democraten. Ook Hitler organiseerde in 1933 een 1-mei viering. waarna linkse
vakbondsleiders en intellectuelen naar concentratiekampen werden afgevoerd. En
onder het onderdrukkende communistische systeem was de 1 mei viering ieder jaar
weer een treurigstemmend toneelspel.

Maar in West Europa blijft 1 mei de dag waarop wij stilstaan bij het
spectaculaire succes van de strijd die onze ouders en grootouders hebben
geleverd voor een rechtvaardiger samenleving. Het einddoel was steeds duidelijk,
maar het besef was ook aanwezig dat dit tijd zou vergen en dat een roekeloze
benadering tot maatschappelijke ontwrichting kon leiden. Het heeft honderd jaar
geduurd maar het was het waard: het betekende het einde aan werkdagen van 15
uur, aan uitzichtloze armoede, uitbuiting, smerigheid, alcoholisme, ongezondheid
en veel te korte levens. En wij konden daarna bouwen aan de welvaartsstaat die
ons nu zo dierbaar is. Alleen de combinatie van vastberadenheid en
bedachtzaamheid, die mensen als Jaurès, Roosevelt, Drees, Brandt en Palme zo
kenmerkte, heeft dit mogelijk gemaakt. Als zij anders met hun opdracht waren
omgesprongen, zou de klassenstrijd nooit binnen de krijtlijnen van het
democratische speelveld zijn gebleven en zou niet het recht, maar het recht van
de sterkste hebben gewonnen.

Vrienden,
Ook de uitdagingen waarvoor wij nu staan zijn groot. De mens zal een nieuwe
verhouding met de natuur moeten ontwikkelen, we belasten de aarde meer dan zij
kan dragen. En Europa, ook Nederland, vergrijst. Wij moeten de verbondenheid
tussen generaties waarborgen. De aanpassingen die daarvoor nodig zijn, vragen
politieke wil en draagvlak onder de bevolking. Het vraagt van ons dat we de
samenleving bij elkaar houden.

We weten al heel lang dat een samenleving er beter voorstaat als de
verschillen tussen arm en rijk niet al te groot zijn. In samenlevingen waar de
ongelijkheid het grootst is, zijn vijf keer meer psychiatrische patiënten, is de
kans dat je in de gevangenis belandt, ook vijf keer hoger. Om maar te zwijgen
van het enorme aantal moorden. In samenlevingen waar de ongelijkheid het grootst
is heerst onvoorstelbare armoede en ellende en zijn ook de mateloos rijken niet
vrij. Want zij wonen in kleine enclaves, achter grote hekken, met bewapende
bewakers. Met andere woorden, een samenleving met redelijke inkomensverschillen
is niet alleen goed voor mensen met een laag inkomen, maar voor iedereen.

In het neo-liberale tijdperk, dat nu ten einde loopt, was de veronderstelling
dat de toename van inkomensverschillen niet erg is, zolang iedereen maar meer
inkomen krijgt. Dit blijkt een drogredenering. De toename van het verschil
tussen de middenklasse en de top is een belangrijke reden voor het onbehagen in
onze maatschappij. Daardoor zijn belangrijke zenuwbanen in de samenleving
doorgesneden en is maatschappelijke binding verloren gegaan. Wat ons het meest
bedreigt is de ‘ieder voor zich en God voor ons allen’ houding die daaruit
voortkomt. Die houding stimuleert de tendens om je achter hekken te verschansen
en je van minderbedeelden en hun noden af te sluiten. Als dat postvat, wordt
veel ongedaan gemaakt van wat onze ouders en grootouders met maatschappelijke
binding hebben bereikt.

Er lijkt een verband te bestaan tussen deze houding en de revolutionaire kant
van het neo-liberalisme die wil dat winstmaximalisatie en ongebreidelde
marktliberalisering doelen op zich zijn. Onder invloed van de gedachte dat er
voor marktliberalisatie en het terugdringen van de overheid geen alternatieven
zijn (“There is no alternative”, zei Thatcher), werd maatschappelijke ordening
ontdaan van zijn morele lading, van de fundamentele vraag of de keuzen die wij
maken ‘goed’ of ‘fout’ zijn. Terwijl de mens een wezen is met morele instincten,
die onlosmakelijk verbonden moeten zijn met de keuzen die hij maakt. Als je
mensen op morele gronden wil mobiliseren, moet je de doelen die je wilt bereiken
helder aan hen kunnen voorleggen. ‘Markt’, ‘winst’, ‘efficiency’, kunnen nooit
die doelen zijn. Dat ze wel als zodanig geformuleerd zijn, heeft mensen in
morele verwarring gebracht. Dat zie je terug in de politieke programma’s van
partijen die vast lijken te houden aan de recepten van Thatcher en Reagan. In
plaats van te erkennen dat de markt ontketend en losgeslagen is en dus weer
onder controle moet worden gebracht, zoekt men zijn heil in verdere
marktliberalisatie. De markt is als een haardvuur dat ons huis verwarmt, mits
goed gevoed en onderhouden, èn onder controle gehouden. Want staar je je blind
op die prachtige vlammen en ga je het vuur alleen nog maar voeden, dan kan het
je hele huis verteren. Spelen met vuur is dat, roekeloos gedrag in een
samenleving en een tijd die behoefte hebben aan maatschappelijke samenhang om de
nieuwe wereld met vertrouwen tegemoet te kunnen zien.

Wie zo omspringt met de gevolgen van de crisis, werkt ook het gevoel in de
hand dat het ‘ieder voor zich’ is in de samenleving. Want het is duidelijk dat
wij een forse rekening gepresenteerd krijgen en dat wij die moeten betalen. De
overheid moet haar inkomsten en uitgaven in evenwicht brengen en de schulden
verminderen. Hierover is geen verschil van mening. Waar het om gaat is in welk
tempo wij dat doen en hoe we de rekening gaan verdelen. Daarbij moeten we twee
ogenschijnlijk tegenstrijdige doelen met elkaar verzoenen: de wens onze kinderen
niet met de schulden op te zadelen en de wens de economie niet kapot te
bezuinigen. Onverstandig gedrag, zowel de ene kant op als de andere, zal
maatschappelijke ontwrichting en ondermijning van de solidariteit tot gevolg
hebben. Bovendien is het niet nodig, want het kan behoedzaam, met respect voor
de Europese afspraken en het spaarboekje van onze kinderen, zonder
honderdduizenden Nederlanders tot werkloosheid te veroordelen. Maar dan moet je
oog hebben voor de feiten en niet uitgaan van de gedachte dat iedere euro die
collectief wordt uitgegeven diefstal van de burgers is.

Waar ook met vuur wordt gespeeld, is in de financiële sector. Nog geen jaar
nadat de belastingbetalers zich wereldwijd diep in de schulden moesten steken,
worden er, zoals bij Goldman Sachs, alweer miljarden aan bonussen uitgekeerd.
Van gewone werknemers worden soms forse loonoffers gevraagd, aan de top is het
business as usual. Ook dat is roekeloos gedrag, onder het motto: “we hebben er
recht op”, zonder dat zij zich afvragen of het wel rechtvaardig is, of moreel
verantwoord.

Wij moeten ervoor zorgen dat in onze samenleving ‘recht’ en
‘rechtvaardigheid’ met elkaar in balans blijven. Dat als je ergens ‘recht’ op
hebt, je soms toch je gevoel van rechtvaardigheid moet laten spreken om dat
recht niet onder alle omstandigheden werkelijk op te eisen of te laten gelden.
Misschien heb je wel recht op die bonus, op voorrang, op beledigen, op negeren,
maar kan je gevoel van rechtvaardigheid je ertoe brengen dat recht niet op te
eisen,. Die vorm van behoedzaam handelen dient een hoger doel, het verbetert de
kwaliteit van ons bestaan.

Vrienden,
Er zit onrust in onze samenleving. Razendsnelle veranderingen, immigratie,
economische onzekerheid, veel lossere maatschappelijke banden, het zijn allemaal
factoren die die onrust aanwakkeren. In de beleving van mensen vaak een
bedreiging voor de eigenheid van de samenleving. Of, beter gezegd, voor de
sociale staat van de samenleving.

Dát is de sociale kwestie van onze generatie. Tot tien jaar geleden was het
een deugd bij de aanpak van dit soort kwesties uit te gaan van redelijke
compromissen tussen verschillende belangen. Men vond het logisch zoveel mogelijk
steun te vergaren en ook diegenen die de uitkomst niet wilden steunen, toch
tegemoet te komen. Het voorkomen van extremen werd als een deugd gezien,
radicale oplossingen eerder als een bedreiging voor de stabiliteit. Dit lijkt
wel een mensenleven geleden. Nu geldt: hoe wilder, hoe beter. De winnaar is de
helft plus één en de verliezer heeft dikke pech. Extreme standpunten zijn
‘lekker duidelijk’ – nuance en bedachtzaamheid al gauw ‘niet helder’ en ‘laf’.
Ook dit geschreeuw is een vorm van gedrag dat de samenleving geen stap verder
helpt, maar wel het onderlinge wantrouwen tussen mensen bevordert.

Ook hier geldt dat handelen in het algemeen belang kan vragen om
tegengestelde belangen met elkaar in evenwicht te brengen. ‘Vrijheid’ en
‘gelijkheid’ staan soms op gespannen voet. Als de sterkste of rijkste partij
haar vrijheid maximaal uitlegt en niet in toom wordt gehouden door het recht of
maatschappelijk gedragen regels van rechtvaardigheid, zal de zwakkere partij het
onderspit delven en in zijn vrijheid worden beknot. Redelijke mensen, die bereid
zijn elkaar de ruimte te geven en behoedzaam met elkaar om te gaan, komen daar
altijd wel uit. Maar alleen als zij weten dat we allemaal bereid zijn een beetje
in te schikken, wanneer dat nodig is. Dat is de essentie van solidariteit: de
bereidheid risico’s en kansen die het leven ons geeft, op een eerlijke manier te
delen.

En de essentie van sociaaldemocratische politiek, van generatie op generatie,
is te zoeken naar de optimale balans tussen individuele vrijheid en het
gemeenschappelijk belang, tussen ‘ik’ en ‘wij’. Zodat de mensen in een
samenleving de onderlinge lotsverbondenheid ervaren als de best mogelijke
garantie om het meeste uit zichzelf te kunnen halen. Dat vraagt om zorg,
behoedzaamheid, geduld en de innerlijke overtuiging dat wij een doel hebben dat
waard is om voor te strijden. Prestaties uit het verleden, bieden daarbij geen
garantie voor de toekomst, maar zijn wel een prachtige bron van inspiratie om
ieder jaar op 1 mei bij stil te staan.

Vrienden,
Vandaag starten we de campagne voor de verkiezingen van 9 juni. De verkiezingen
die gaan over de vraag in wat voor land we willen leven. Ik zeg: Iedereen telt
mee. We horen bij elkaar en we hebben elkaar nodig.

De opgave van 29 miljard aan bezuinigingen is fors. Wij moeten dat verstandig
doen. En ik herhaal: wees niet roekeloos. Laten we oppassen dat we onze broze
economie niet afremmen en dat er niet nog meer banenverlies zal komen, met
minder belastinginkomsten, minder bestedingen van consumenten en minder winst
voor bedrijven. Het zou de maatschappij ontwrichten en de juist nu zo
noodzakelijke solidariteit ondermijnen. Het zou met de verkeerde maatregelen
onze zorgvuldig opgebouwde verzorgingsstaat aantasten. Het zou de balans tussen
ik en wij, tussen waar we zelf verantwoordelijk voor zijn en wat we collectief
regelen uit balans brengen. Dat zijn niet mijn keuzes.

De samenleving heeft een nieuwe richting nodig. Eerlijke hervormingen,
pijnlijke maatregelen en verstandige investeringen gaan daarbij hand in hand. Ik
wil generaties samenbrengen, jong en oud moeten solidair met elkaar blijven. Zo
deden we dat bij de vormgeving van onze verzorgingsstaat, zo willen we dat
houden. Loon naar werken, investeren in mensen en sparen voor later. Het zijn
ouderwetse woorden maar ze zijn opnieuw actueel.

Negen jaar lang heb ik in Amsterdam de boel bij elkaar gehouden, en ik wil
dat de komende jaren doen voor Nederland. Ik zoek samenwerking voor een sterke
economie, een schoon land en een fatsoenlijke samenleving waarin mensen zich
thuis en veilig kunnen voelen.

Wij, politici moeten daarbij politieke moed tonen, optreden tegen banken die
speculeren op verval, woningbouwcorporaties en andere publieke organisaties
controleren op hun bestedingen, onze staatsschuld verminderen. Wij zullen
pijnlijke maatregelen niet schuwen. Maar wel zullen het altijd eerlijke
maatregelen zijn. Het geleidelijk terugbrengen van de hypotheekrenteaftrek en
het geleidelijk ophogen van de AOW leeftijd zijn daarbij onontbeerlijk om ook
onze kinderen en kleinkinderen te kunnen laten profiteren van onze gezamenlijk
verworven welvaart.

Wij willen investeren in onze samenleving, in onderwijs en veiligheid. In
solidariteit, waarbij we risico’s delen en zorgen dat iedereen de kans krijgt
het beste uit zichzelf te halen. Daarom pleit ik voor werkscholen waar jongeren
het onderwijs krijgen dat bij ze past en dat ze verdienen. Daarom pleit ik voor
een no-risk polis, waarbij mensen die door werkgevers als risicovol worden
gezien toch een kans krijgen om hun talent als werknemer te laten zien. En
daarom pleit ik voor een sociaal akkoord waarbij werknemers, werkgevers én de
politiek over hun eigen schaduw heenspringen, voor die samenleving waarin
iedereen een kans krijgt.

Vrienden,
Wij moeten een dam opwerpen tegen een kille en harde samenleving waar het ieder
voor zich is, waar banken worden geholpen, maar mensen het maar zelf moeten
uitzoeken. Waarbij je zonder geld of connecties aan het kortste eind trekt. Dat
is niet mijn wereld.

Jullie inzet en gedrevenheid is daarbij heel hard nodig. Met jullie hulp
kunnen wij het verschil maken, zodat we een sterke positie hebben om te
onderhandelen met andere partijen over wat wij samen willen bereiken.

Laat je stem horen, ga de straat op, ga langs deuren, doe mee en kies voor
een sterker, veiliger en fatsoenlijker Nederland.

Ik reken op jullie allemaal, want we doen het samen!

Ik nodig nu alle canvassers, die vandaag de straat op waren, uit om bij mij
op het podium te komen.’

Delen: