Over de gemeenschap, Zwolle en Westerbroek

Fietstocht van Jan

Over de gemeenschap, Zwolle en Westerbroek

Door Jan Schuurman Hess op 26 september 2018 Delen  

Na mijn voettocht, pak ik nu mijn fiets. In het jaar dat de sociaal democratie 125 jaar bestaat ga ik twee maal in de maand, drie dagen per week, het land in. Van deze fietstocht hou ik een blog bij.

Zwolle – Een van de meest opvallende gebouwen van Nederland is het museum de Fundatie in Zwolle. Het lijkt alsof op de voormalige rechtbank, halverwege de 19e eeuw in een neoclassicistische stijl gebouwd, een reusachtig ruimtevaartuig in de vorm van een ei is geland. Dat vreemde ding, bovenop het dak is een expositieruimte maar tegelijk hèt beeldmerk van het hippe Zwolle.

Onder leiding van directeur Ralph Keuning is het provinciale museum van Overijssel in korte tijd uitgegroeid tot een museale topattractie. Mensen uit het hele land komen naar Zwolle voor de bijzondere tentoonstellingen. Ook een boekhandel in een voormalige kerk in het oude, laat Middeleeuwse centrum van de Hanzestad heeft een enorme aantrekkingskracht op mensen uit de wijde omgeving. Stond Zwolle in het verleden voor al bekend als een suffe provinciestad, de jongste jaren is dat beeld gekeerd. Jongeren voelen zich hier nu thuis, vinden er alles wat een stad aantrekkelijk maakt: een breed scala aan opleidingen op alle niveaus, gezellige terrassen, sportaccommodaties en dansgelegenheden. Bovendien is er werk en alle ruimte om je te ontwikkelen. Maar is Zwolle meer dan een verzameling hippe terrassen? Wat betekent het wegvallen van traditionele verbanden en verhoudingen? Deze week dwaal ik andermaal door Zwolle, en bezoek Westerbroek, een dorp tussen Hoogezand-Sappemeer en de stad Groningen, aan het Winschoter Diep.

“Het aardige van onze school is dat leerlingen met heel verschillende achtergronden en kwaliteiten snel en vanzelfsprekend met elkaar samenwerken,” zegt Coby Zandbergen, directeur van het CIBAP.

In een café tegenover de Fundatie tref ik Coby Zandbergen, directeur van het CIBAP, een kleine onafhankelijke voor middelbaar beroepsonderwijs. In deze zelfstandige ‘Vakschool voor Verbeelding’ kun je alle creatieve ambachten en technieken leren die je maar kunt bedenken, hout, textiel, restauratietechnieken, maar even goed alles wat met de nieuwste digitale technologieën te maken heeft en ruimtelijke ontwerpen. In de creatieve industrie wordt ruim tien miljard euro omgezet en werken 180.000 mensen in meer dan 130.000 (veelal kleine) bedrijven. Maar daarover straks. Hoe gaat het met haar leerlingen? Welke ontwikkelingen ziet ze bij een nieuwe generatie?

CIBAP, een kleine onafhankelijke voor middelbaar beroepsonderwijs.

Coby Zandbergen: “Het aardige van onze school is dat leerlingen met heel verschillende achtergronden en kwaliteiten snel en vanzelfsprekend met elkaar samenwerken. Tegelijk zie je dat veel jongeren eenzaam zijn. Jongens worstelen met hun identiteit. Maar waar we ook mee te maken hebben is dat heel veel kinderen uit instabiele gezinnen komen. School is in hun leven de enige veilige plek. Die ontwikkeling heeft gevolgen voor de manier waarop ze zijn opgevoed. Ik krijg wel eens de indruk dat de kinderen worden behandeld als prinsen en prinsesjes waarmee de kracht en betekenis van het leven van de ouders moet worden bewezen. Een andere houding is dat ouders tegen hun kinderen zeggen dat ze lekker mogen doen wat ze zelf willen, omdat de ouders veronderstellen dat dit de enige weg is om ‘gelukkig’ te worden. Terwijl het onderwijs echt een andere opdracht heeft: wij moeten de leerlingen leren uitzoeken waar hun belangstelling en talenten liggen, en ze moeten leren om, met oog voor de omgeving, zich zelf staande te kunnen houden.”

“Maar de werkdruk is ook een gevolg van de betrokkenheid van de medewerkers in de publieke dienst. Zij willen het in principe altijd goed doen.”

Het CIBAP is een kleine onafhankelijke school voor middelbaar beroepsonderwijs. De meeste vakscholen zijn in de loop der tijd op gegaan in grote onderwijsinstellingen met meer dan 10.000 leerlingen. Kan het CIBAP als onafhankelijke school standhouden. Coby Zandbergen: “Daar doe ik alles voor. We zijn een kleine, veilige school; ik ken alle docenten persoonlijk en heel veel leerlingen. We hebben een kleine organisatie en daarmee moeten we voldoen aan alle regels die ook voor de grote ROC’s gelden. Maar dat doen we. Iedereen is zeer betrokken maar we hebben de jongste decennia de samenleving opgezadeld met een enorme middenlaag van besturen, verzekeraars, inspecteurs, controleurs, adviseurs, noem maar op. Die leggen een enorme belasting op de samenleving en onze instellingen. De onderlaag van de samenleving lijdt daar onder en de bovenlaag, zeker de goed bedoelende en verantwoordelijke bestuurders in publieke instellingen, zijn in wezen heel kwetsbaar. Je mag nooit, en dat geldt voor een ieder van ons, onverschillig worden. Als iedereen z,n best doet, komen we een heel eind.”

De werkdruk in het onderwijs staat volop in de actualiteit. Coby Zandbergen erkent dat direct. “Maar de werkdruk is ook een gevolg van de betrokkenheid van de medewerkers in de publieke dienst. Zij willen het in principe altijd goed doen. Als je de ene leerling hebt geholpen, wil je ook de andere nog tegemoet komen. Dat kan niet altijd, maar de intentie blijft er wel, en ook dat is een basis voor de werkdruk. In de zorg houd je dat dilemma ook.”

’s Avonds ben ik te gast bij Anneke Speelman, bestuurslid van de PvdA afdeling in Zwolle en in het dagelijks leven werkzaam voor een van de grote aannemers in het land. Ze bereidt een heerlijke maaltijd en vertelt over het wel en wee van de lokale afdeling en de fractie in de gemeenteraad. Voor het eerst in decennia maakt de PvdA geen deel uit van het college van B&W in de provinciehoofdstad. Onder leiding van fractievoorzitter Youcef Ben Ali hervindt de fractie in de gemeenteraad haar rol in de oppositie. Dat is wennen, maar het gaat, legt hij in de lokale editie van het Algemeen Dagblad uit:. “We moeten in de handen spugen en aan het werk, de wijken in en het stadhuis uit. Wellicht zijn we teveel een bestuurderspartij geworden en hebben de mensen onze sociaaldemocratische waarden niet meer herkend.” Anneke Speelman: “Ik ben vaak wat linkser dan de partij, vrees ik, maar ja. We doen ons best. We hebben elke maand een leuke excursie of bijeenkomst met de afdeling. Dan gaan we ergens naar toe, volgende week naar het dorpje Windesheim, net onder Zwolle, of binnenkort naar PEC Zwolle, waar we tijdens een wedstrijd achter de schermen mogen kijken. Eind van de maand gaat een groep Zwolse PvdA ers naar de Westhoek in Vlaanderen om er de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog te bezoeken. Onlangs zijn we met een stadsgids door Zwolle gefietst om bijzondere planten in de stad te ontdekken. Dat leert je echt anders naar de stad te kijken. Het was heel leuk, en leerzaam, want daar gaat het altijd om. Je moet er iets aan hebben en zo bouwen we hier aan de sociaaldemocratie in de Zwolse gemeenschap.”

II. de gemeenschap en het dorp.

De volgende ochtend fiets ik van Groningen naar het verderop gelegen Westerbroek, een dorp aan het Winschoter Diep, in een uithoek van de voormalige gemeente Hoogezand Sappemeer. Het is een mooie nazomer dag; de zon brandt in mijn gezicht wanneer ik via de buitenwijken en industrieterreinen richting Westerbroek fiets. Ik passeer een brug, zie een reusachtige vuilnisberg en passeer laag gelegen weilanden. Even verderop, linksaf in de richting van het dorp is elke stedelijk karakter verdwenen. Langs de smalle weg staan perenbomen. Voor een ieder die het wil zijn er stoofpeertjes genoeg; je hoeft ze maar te plukken of op te rapen.

Wat is een school zonder boeken en een dorp zonder bibliotheek?

Op 9 juni van het vorig jaar was toenmalig vicepremier Lodewijk Asscher hier te gast om de inwoners en kinderen van het dorp te vertellen dat de dorpsschool open kon blijven en bestuurd zou gaan worden door de inwoners van het dorp zelf. Voor het ministerie van Onderwijs is het project in Westerbroek een experiment: wat zijn de effecten voor het onderwijs en het dorp wanneer de dorpsschool open blijft en in handen komt van de gemeenschap?

Intussen is de school een jaar verder. De onderwijsresultaten zijn boven verwachting. De ouderen in het dorp eten eens per maand een met elkaar samengestelde, gezonde maaltijd met de leerlingen van de school. Het voetbalteam van de F-jes van de plaatselijke voetbalclub zou met het sluiten van de school worden opgeheven maar is blijven bestaan: het afgelopen seizoen werden ze kampioen. Het dorp heeft in overleg met de gemeente de beschikking gekregen over een lapje grond en bouwt daar tegen kostprijs nieuwe woningen voor de eigen jeugd en nieuwe bewoners en met hulp van het Jeugdeducatiefonds konden laptops voor de leerlingen worden aangeschaft, plus een collectie boeken voor de eigen schoolbibliotheek. Wel om die schoolbibliotheek ben ik naar Westerbroek gefietst. Want wat is een school zonder boeken en een dorp zonder bibliotheek? Ouders en vrijwilligers uit het dorp hebben samen met het onderwijsteam een collectie boeken samengesteld en beheren de bibliotheek die niet alleen voor de kinderen van de basisschool beschikbaar zijn, maar ook voor de Westerbroekse leerlingen uit het voortgezet onderwijs. Juf Aimee, die binnen het team het leesonderwijs als specialiteit heeft, toonde zich met haar kinderen zo verheugd dat de school nu over een bibliotheek kan beschikken. Bovendien heeft de school nu een abonnement op de schooldiensten van de reguliere bibliotheek in Hoogezand Sappemeer, waardoor met regelmaat een nieuwe collectie kan worden verkregen. De schoolbibliotheek heet het Slakkenhuis; de naam werd in de bovenbouw bedacht. Voor alle kinderen bij wie thuis geen boeken zijn, is er nu een opening naar een nieuwe werkelijkheid. En ja, de opa’s en oma’s die bij de opening kwamen kijken, weten het zeker… dit is een opstapje naar straks ook een echte dorpsbibliotheek voor volwassenen. Westerbroek heeft weer een toekomst. “Mooi”, zei Aaldrik Lesman, “mooi.”

III. De gemeenschap en de stad

Terug in Zwolle zoek ik Mariska van Beusichem op in het Academiehuis, in de Grote of Sint Michaëlskerk in het hart van de stad. De monumentale hallenkerk herbergt geen kerkgemeenschap meer sinds het vertrek van de PKN parochie naar een andere protestantse kerk, elders in de stad. Het gebouw staat nu open voor een ieder, en daarmee ook voor alle geloofsgemeenschappen, legt de ‘stadspastor’, Mariska van Beusichem uit. De stadspastor is niet verbonden aan een kerkgemeenschap maar is er voor alle Zwollenaren. Dat makkelijker gezegd dan gedaan, want hoe verbindt je de stad? Hoe verbindt je alle lagen van de bevolking? Hoe verbindt je de verschillende religies en geestelijke stromingen.

Zwolle ademt optimisme en glimlacht naar de toekomst

Mariska van Beusichem werd twee jaar geleden aangesteld om met die vragen aan de slag te gaan. Sindsdien zijn er in de kerk tal van activiteiten ontwikkeld, tentoonstellingen, concerten en lezingen. Er zijn verbindingen met maatschappelijke organisaties, zoals het COC, en meer dan honderd vrijwilligers zijn actief voor het project. Mariska van Beusichem: “Mijn achtergrond is de protestantse kerk en vanuit de PKN is mijn aanstelling ook voor drie jaar gegarandeerd, maar dat is dan ook het enige. Wat we proberen, met individuele gesprekken of met gespreksgroepen om het Academiehuis als een centrale plaats voor zingeving te ontwikkelen. Dat is best een opgave, maar tegelijk ook zo nodig en noodzakelijk. Heel veel mensen zijn hier naar op zoek. We vangen vluchtelingen op met hun vragen en al hun ervaringen en ja, juist voor de mensen in de knel bieden we plaats voor een gesprek, of zo maar een moment van stilte, of rust. Zwolle is van oudsher echt een gemeenschap; je kent elkaar hier snel, ook al is het een stad van meer dan 125.000 inwoners. Het is groot, en toch klein.”

Het is al vrijdagmiddag wanneer ik naar de school van Coby Zandbergen, het CIBAP, fiets. De school ligt schuin onder de zesbaans snelweg , buiten het centrum, in een beetje een dooie hoek van de stad. Maar juist hier is de vakschool voor verbeelding, zoals de deze middelbare beroepsopleiding voor de creatieve industrie zichzelf noemt. Het gebouw ziet er uit als een gewone scholengemeenschap, maar dan vrolijker, vrijer. Tot mijn spijt is het op vrijdagmiddag niet echt meer heel druk en maken de studenten zich op om naar huis te gaan, het week end tegemoet. Maar wel lukt het om een wandeling te maken door de school, langs de verschillende afdelingen. Het is fascinerend, lange gang waar fietsen klaar staan die een eigen ontwerp hebben gekregen en straks voor de studenten beschikbaar komen. Ik zie een ruimte waar je leert om 3 D printen te ontwerpen en fabriceren en alles wat met digitale technologie nog meer mogelijk is. We passeren een bibliotheek, niet met boeken maar verschillende materialen, rekken vol… niet alleen hout, textiel of metaal, maar eindeloze varianten van kunststoffen.. Er is een afdeling waar je kunt leren restaureren, meubels maken.. wie creatief is, praktisch en inventief kan hier alle kanten op.
Voor mij is het tijd om de terugreis aan te vangen; ik fiets door het oude stadscentrum naar het station. De terrassen zijn weer vrolijk en vol; Zwolle ademt optimisme en glimlacht naar de toekomst. Ik lever mijn fiets in en neem de trein.

Delen:

Blijf op de hoogte van de fietstocht van Jan

Elke maand ontvang je een update van Jan Schuurman Hess over zijn fietstocht.