1 mei, een gedenkwaardige dag!
1 mei, de Dag van de Arbeid, kent een Amerikaanse oorsprongAmerikaanse vakbonden riepen de eerste mei van het jaar 1889 uit tot dag voor de strijd voor de achturige werkdag. De datum werd symbolisch gekozen. Op 1 mei werden van oudsher de arbeidscontracten gesloten. De stakingsoproep werd massaal opgevolgd, wat met name in Chicago grote gevolgen had. Er vielen doden en gewonden. Er vond zelfs een bomaanslag op agenten plaats, waarvoor leden van de anarchistische beweging werden opgehangen.
In hetzelfde jaar vond er in Parijs een internationale conferentie plaats waar de bestorming van de Bastille (op de kop af 100 jaar daarvoor) werd herdacht. Op dit congres, dat tevens het oprichtingscongres was van wat later de Tweede Internationale zou gaan heten, besloot men 1 mei uit te roepen tot Dag van de Arbeid.
1 mei werd een belangrijke dag in de socialistische arbeidersbeweging. In Nederland werd het vooral een feest voor het hele gezin, met bijeenkomsten, sprekers en optochten. Later werden ook de graven van beroemde socialisten bezocht. Het graf van Hendrik Spiekman in Rotterdam werd een heus ‘bedevaartsoord’. Ook het uitdelen van rode rozen aan oudere partijleden kwam langzaam maar zeker op gang.
Nadat de invoering van de achturige werkdag een feit was, werd 1 mei gedurende de periode tussen de wereldoorlogen gebruikt in de strijd tegen bewapening en voor wereldvrede.
Koos Vorrink van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) introduceerde het symbool van de 1 mei viering: het dansen rond de mei-boom. De voorjaarssymboliek – het verdrijven van de winter, het ontwaken van de natuur – raakte zo meer en meer met de Eerste Mei verbonden.
