De woningmarkt zit volledig op slot. Er worden nauwelijks nog huizen gebouwd en huizen staan te lang te koop. Voor huurders en starters op de woningmarkt zijn geen betaalbare woningen beschikbaar. Daarmee treedt er een tweedeling op in de woningmarkt tussen zittende bewoners en starters en mensen met weinig en veel geld.
Voor betaalbare huurwoningen bestaan lange wachtlijsten. Zo lang dat starters niet eens aan de beurt komen. Een koophuis is bijna niet meer te betalen voor starters op de woningmarkt. De huidige hypotheekrenteaftrek stimuleert mensen om grote leningen aan te gaan met flinke risico’s. Deze schuldsubsidie drijft de prijzen van koophuizen verder op, verspert voor starters de toegang tot de koopmarkt en belast de schatkist veel te zwaar, namelijk met 13 miljard euro per jaar.
Onze oplossingen
- De PvdA wil dat iedereen zijn hypotheek zoveel mogelijk aflost, ook de bestaande gevallen. Met de VVD gaan we de hypotheekrenteaftrek geleidelijk aanpassen. Het compromis is dat de hypotheekrenteaftrek voor bestaande gevallen in 28 jaar zal worden teruggebracht naar een maximum aftrekpercentage van 38% ongeacht het soort hypotheek. Met deze geleidelijke aanpak voorkomen we verstoring van de woningmarkt.
- Bij nieuwe hypotheken zal worden uitgegaan van annuïtaire of lineaire aflossing. Hiermee stimuleren we het aflossen van hypotheken en voorkomen we restschuld.
- Mensen met een restschuld worden tegemoetgekomen door het mogelijk te maken dat de restschuld 5 jaar lang mag worden afgetrokken van de belasting.
- De starter wordt in positie gebracht met startersleningen op gunstige voorwaarden.
- De PvdA wil dat er meer betaalbare huur- en koopwoningen komen voor starters. Bij nieuwbouwprojecten streven we ernaar om tenminste 30% starterswoningen te realiseren.
- Het tekort aan betaalbare jongerenhuisvesting willen we oplossen door leegstaande kantoren om te bouwen.
- Sociale woningbouw is vooral bedoeld om mensen een laag inkomen of een middeninkomen te huisvesten. Boven een inkomen van €43.000,- , dat is 130% van het modale inkomen, wordt een marktconforme jaarhuur van 4,5% WOZ waarde de maximaal toegestane huur. Onder de €43.000,- geldt ook een maximale jaarhuur van 4,5 % van de WOZ waarde, tenzij deze boven de huurliberalisatiegrens van €664,- uitkomt. In dat geval is €664,- de maximaal toegestane huur.
- Als het inkomen van een huurder onder de €43.000,- daalt, dan daalt ook de huur naar het niveau dat hoort bij die inkomenscategorie.
- De betaalbaarheid van een huurwoning moet worden geborgd voor de lagere inkomens. Het budget voor de huurtoeslag wordt daarom vergroot met ongeveer 500 miljoen euro extra per jaar.
- Verhuurders en corporaties moeten de extra huurinkomsten gebruiken om extra huurwoningen te bouwen de huurwoningen energiezuiniger te maken. Daardoor worden de wachtlijsten korter en de energierekening lager.
- Als de huurder het wil, dan kan een huurwoning worden gekocht van de corporatie. Het onzalige plan van Rutte I om 75% van de sociale woningvoorraad te koop te zetten is van tafel.
- Woningcorporaties hebben een belangrijke taak om een bijdrage te leveren aan leefbare buurten. De PvdA wil de corporaties aan hun kerntaak binden, namelijk het bouwen voor lagere- en middeninkomens. Commerciële avonturen en idiote risico’s met (sociaal) kapitaal passen daar niet bij. Ook wil de PvdA de directe invloed van bewoners op de corporaties vergroten.
- Corporaties komen onder de hoede van de gemeente. Corporaties moeten hun activiteiten begrenzen tot hun kernregio. De grote corporaties zullen worden opgesplitst.
- Het eigen vermogen van corporaties moet vrijkomen voor sociale doelstellingen. Corporaties zijn er om woningen te bouwen, niet om op een zak met geld te zitten. De beloning van bestuurders en directeuren van corporaties worden nog verder aan banden worden gelegd. Corporaties moeten veel doelmatiger (zuiniger) gaan werken.
- De meeste ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Daarom moet er meer te kiezen zijn qua woonvormen. Zorg-aan-huis is een uitkomst. Oude grote verpleeghuizen en verzorgingshuizen zijn niet meer van deze tijd. In de AWBZ worden wonen en zorg gescheiden tot en met ZZP 4. Om vormen van zelfzorg en langer zelfstandig thuis wonen mogelijk te maken, stimuleren we nieuwe innovatieve oplossingen en technologieën. Daarbij moeten woningen ook aanpasbaar en levensloopbestendig gebouwd worden, mede vanwege de vergrijzing maar ook vanwege het belang van kostenbeheersing.
- Gemeentes en corporaties moeten alerter zijn op hun grondvoorraden. Nu de woningbouw stokt vanwege de crisis, dreigen gemeentes en corporaties in de problemen te komen omdat ze teveel bouwgrond in voorraad hebben. Scherp toezicht hierop is noodzakelijk.