PvdA de partij

PVDA - Respons nr. 2

MijnPvdA
Rode roos

Respons nr. 2

Platform voor ouderenbeleid


Michiel van Hulten: Leeftijd is geen selectiecriterium
Vitaal in de lokale politiek: Ouderen spreken
60 jaar ouderenbeleid
VIzIeR: Solidariteit tussen de generaties
WMO: Cliëntenbonden, ouderen, burgers opgelet!

en verder:
AOW? De verzilvering komt
Vanuit de Tweede kamer: Gerdi Verbeet
Politiek Forum: Goed wonen voor iedereen

Respons

           

Landelijke Adviesgroep Ouderenbeleid Partij van de Arbeid

 

2006, nummer 2

 

RESPONS 2

  Leeftijd is geen selectiecriterium bij de kandidaatstelling van de Tweede Kamer; instroom nieuw talent – jong en oud – wel, zegt onze partijvoorzitter Michiel van Hulten.   Hoe vitaal zijn ouderen in de lokale politiek? Onze redactie bracht een bezoek aan drie PvdA raadsleden met bijzondere verdiensten.

 

Ouderenbonden, burgers opgelet!

De WMO komt er aan. Is iedereen wel voldoende voorbereid. U kunt het lezen: De burgers maken de WMO.

 

Ook de LAO heeft haar stem laten horen op het Politiek Forum.

Worden er wel genoeg levensloopbestendig woningen gebouwd. In het eindrapport PvdA wonen wordt het nog niet genoemd.  

 

De AOW voor de toekomst blijft een heikel punt. Gaan we financieel aan zorg ten onder of houden we er zelfs geld over? Hooggeleerde economen buigen zich erover dit vraagstuk. Zo ook ons PvdA- kamerlid Frank Heemskerk: De verzilvering komt!

 

60 jaar ouderenbeleid! Flip Buurman heeft het allemaal meegemaakt als oud-Kamerlid.  Herman Hofman geeft een uitstekend overzicht over de snelle ontwikkelingen in het ouderenbeleid.

En vanuit de Tweede Kamer onze vaste rubriek van Gerdi Verbeet, Werken aan een sterke WMO.

 

Dit alles en nog veel meer kunt u lezen in  RESPONS 2.

 

 

V I z I e R

 

Solidariteit tussen de generaties

 

Een juichstemming leeft onder de PvdA kiezers. Het grote succes van de gemeenteraadsverkiezingen.

 

Wij allen – en dat geldt voor ouderen des te meer - weten maar al te goed dat tijd vriend en vijand kan zijn, als het gaat om veranderingen in onze maatschappij.

 

Volgens de opiniepeilingen in de periode van de gemeenteraadsverkiezingen zouden we 60 zetels halen in de Tweede Kamer, maar we hebben nog een jaar te gaan. In zoverre zou de tijd nadelig kunnen zijn.

Wanneer er grote maatschappelijke veranderingen zijn mag je blij zijn wanneer er veel tijd is om hier aan te werken.

Dan is tijd je vriend.

 

De emancipatie van de ouderen staat nog maar aan het begin. Te veel wordt gelet op de nadelen die met het ouder worden  gepaard gaan, terwijl de schat aan ervaringen en kundigheden zulke grote voordelen zijn. 

 

Het omgekeerde geldt voor jonge mensen, starters die aan het begin van hun leven staan en zich nog niet stuk gebeten hebben.

Maar wel de kracht hebben om zich op allerlei vraagstukken te werpen.

 

Jong en oud hebben elkaar  nodig om onze maatschappij te veranderen in zoals onze slogan het zo goed uitdrukt:

“Samen sociaal en sterk”.

 

 Solidariteit tussen de generaties is een vereiste. Te beginnen in onze eigen partij bij de kandidaatsstelling voor de Tweede en Eerste Kamer.

 

Willem van Spronsen


Michiel van Hulten:

Leeftijd is geen  selectiecriterium

 

De redactie vroeg aan onze partijvoorzitter of er naar

leeftijd werd gekeken bij de kandidaatsstelling voor de

Tweede Kamer.

Zijn antwoord was kort en bondig.

 

Ingrijpende vernieuwing van de Tweede Kamerfractie is geen doelstelling op zich; de instroom van nieuw talent - jong en oud - is dat wel." Dat schreef ik in "Team over Rood", mijn tienpuntenplan voor het voorzitterschap van de PvdA. En dat vind ik nog steeds.

 

Vernieuwing wordt vaak gelijk gesteld aan verjonging. Maar dat is natuurlijk onzin. Er zijn veel jonge PvdA'ers met frisse ideeën, die open staan voor de argumenten van anderen, maar er zijn er ook die al op vroege leeftijd hun wereldbeeld voor eens en altijd hebben bepaald.

 

En er zijn ouderen die al decennialang hetzelfde vinden, maar je hebt er ook die op hun 80e niet onder doen voor de meest radicale Jonge Socialist.

 

Kortom: leeftijd is geen selectiecriterium als het gaat om kwaliteit. De fracties in de Eerste en Tweede Kamer behoren een afspiegeling te vormen van de samenleving.

 

Wie fysiek en mentaal sterk genoeg is het werk aan te kunnen, en wie voldoet aan de eisen die in de profielschets worden gesteld, komt in aanmerking voor een plek op de lijst: of je nu 18 of 80 bent.

 

Michiel van Hulten

voorzitter@pvda.nl

 

 

VITAAL IN DE LOKALE POLITIEK

 

Veel ouderen zijn actief betrokken in de lokale politiek. Wat zijn hun drijfveren, wat heeft hen gemotiveerd voor het raadswerk? De redactie interviewde drie raadsleden die onlangs afscheid hebben genomen.

 

Jan van Leijenhorst

Sociaal en bewogen, 12 jaar raadslid IJsselstein

 

Willem van Spronsen

 

NOOIT  had Jan gedacht dat zijn leven nog voor zoveel verrassingen kwam te staan, toen hij op 64-jarige leeftijd gekozen werd als raadslid voor de PvdA in IJsselstein. En… na 12 jaar ging zijn grootste wens in vervulling. De PvdA werd de grootste fractie in zijn geliefde gemeente. De PvdA kreeg de eer een college te vormen.

 

In het verzekeringswezen had Jan altijd veel met mensen gewerkt, ervaringen die hem goed van pas kwamen.

Zijn “vut”leeftijd bracht vele voordelen mee voor de inwoners van IJsselstein.

 

Zij kregen een fulltime raadslid dat dicht bij de burger stond.

 

 

In Utrecht geboren had hij zich als OR voorzitter en kaderlid van de FNV al eerder maatschappelijk verdienstelijk gemaakt.

 

Ik stond versteld van zijn leeftijd. Jan en zijn vrouw Els zijn 76 en 75 jaar, maar ogen jaren jonger dan hun kalenderleeftijd.

Beiden zijn lid van de atletiekclub Hermes.

Grote fietstochten worden niet geschuwd!

De wijsheid en ervaring gaven hem in de raad  - bij jong en oud - het nodige gezag. Met verve loste hij  grote problemen van de gemeente op.

 

Bij het binnenkomen in de woonkamer met het uitzicht op een weidse omgeving zie ik een vriendelijk, bescheiden man, die in de oorlogsjaren heeft moeten zien hoe zijn Joodse juffrouw op een dag plotseling verdween, op transport. Zij kwam niet meer terug.

 

Na de lagere schoolperiode begon Jan als dakdekker om later letterlijk op te klimmen.

Zijn oudste zoon kwam in de politieke voetsporen van zijn vader. Hij werd een gewaardeerd wethouder voor GroenLinks in Utrecht.

 

Het lintje dat de sociaal bewogen Jan ontving bij zijn afscheid als raadslid was dan ook zeer wel verdiend!


 

Aat Wit

Historisch socialist, Raadslid Niedorp

 

Herman Hofman

 

Hij is bijna 77 jaar en nam vorige maand afscheid als PvdA raadslid van Niedorp,

een samenvoeging van vier dorpen, waar hij zijn leven lang heeft gewoond.

Zoon van een rijwielhersteller en “dus” kwam Aat na zijn lagere school bij zijn

vader in de leer en nam later het bedrijfje over. “Je werkte hard en toch hield je

geen cent over”. Daarom solliciteerde hij in zijn woonplaats naar de functie van

gemeentebode, tevens wnd. deurwaarder en werd uit een groot aantal sollicitanten

gekozen. Dat is hij ook gebleven tot zijn pensioen.

In al die jaren ontwikkelde hij veel kennis over de historie van de streek en zijn eigen dorp. Twee dikke boeken, rijk geïllustreerd en op glanzend papier, liggen voor hem op tafel. Ze zijn van zijn hand, net als vele artikelen in het regionale dagblad. Hij ontwierp na de samenvoeging van de vier dorpen ook de gemeentevlag en het nieuwe wapen. “Natuurlijk” werd hij voorzitter van de historische werkgroep en ontwikkelde zich ook nog als amateur-

archeoloog. Een bronzen penning herinnert aan zijn inzet en succes op dit gebied.

Pas toen hij stopte met werken werd hij lid van de PvdA en werd direct gevraagd voor

de kandidatenlijst en ook gekozen. Daarmee deed hij ook zijn vrouw een genoegen, want haar vader was liefst 30 jaar raadslid en wethouder van Winkel voor de SDAP/PvdA.

 

Gedurende 12 jaar was Aat actief in de raad, vooral op het terrein van de ruimtelijke ordening, maar: “in zo’n dorp bemoei je je met alles”. Hij is niet enthousiast over het dualisme en vindt dat jonge raadsleden vaak te weinig kennisnemen van alle stukken, maar evengoed had hij nog wel enkele jaren willen doorgaan. “Aan alles komt een eind

en ik kijk er met veel plezier op terug”.


 

 

Piet van Nieuwpoort

Landelijk en internationaal betrokken,

raadslid Hillegom            

 

Herman Hofman

 


Op 14 mei wordt hij 79 jaar. Met enige spijt heeft hij vorige maand afscheid genomen van de gemeenteraad van Hillegom.

 

Nu had dat lidmaatschap maar één jaar geduurd, maar al in 1958 trad hij toe tot die raad en bleef toen tot 1974. Tussentijds kwam deze no. 4 op de PvdA-lijst ook nog een keer eerder terug op het plaatselijk politiek toneel. Hij is geboren in Woerden en bracht in zijn jeugd als hulp van zijn vader per schip huisvuil van Amsterdam naar Woerden. Het protestantse gezin verhuisde naar Hillegom en daar groeide hij op en leerde zijn latere vrouw kennen. Beiden waren zeer actief binnen het kerkelijk jongerenwerk. Drie jaar lang maakte hij als soldaat de politionele acties in Nederlands Indië mee. “Daar werd ik politiek bewust en toen ik weer in Nederland kwam werd ik direct lid van de PvdA.“

Hij werkte ruim 25 jaar bij de PTT. In 1953 werd hij gekozen in het afdelings-bestuur en in 1958 als raadslid.

 

Hij was vooral actief in de commissies voor sociale zaken en volkshuisvesting en vertelt met trots over het gerealiseerde centrum voor dementie-patiënten. Vele jaren maakte hij ook deel uit van het bibliotheekbestuur en 25 jaar lang was hij ouderling in zijn kerk. Hij praat graag en veel, maar is ook een fervente briefschrijver. Tot in de slaapkamer liggen er stapels brieven en knipsels.Hij leest nog altijd vier kranten, “want ik wil landelijk en internationaal bijblijven met alles wat er politiek plaatsvindt”.

Hij spreekt met ontzag over Joop den Uijl en erkent dat hij tranen in de ogen krijgt als hij nog eens een enkele keer de Internationale hoort zingen. Hij wordt door dorpsgenoten nog steeds aangesproken alsof hij raadslid is, maar “tsja, dat is nu toch echt voorbij hoor”.             


 

In memoriam Theo Wehkamp

 

Herman Hofman

 

Op 18 februari overleed op 85-jarige leeftijd Theo Wehkamp, die van 1990 tot 1994 voorzitter was van de LAO.

Hij had politieke en sociale wetenschappen gestudeerd,

begon zijn loopbaan als hoofd kadervorming bij de Staatsmijn

Hendrik en ging daarna het landelijk vormingswerk in. Daar onderscheidde hij zich al snel en werd algemeen secretaris van de Federatie van Vormingscentra. In de 70er jaren trad hij toe tot het bestuur van de Nederlandse Federatie voor

Bejaardenbeleid. Per 1 januari 1985 werd hij – als opvolger van mr M.P.I.G.van Thiel - voorzitter van de koepel van de ouderenbonden, de COSBO-Nederland. In die rol heeft hij vele inleidingen verzorgd en heel veel inhoudelijk doortimmerde artikelen geschreven.

De samenwerking binnen de ouderenbonden was en is een moeilijke opgave; dat geldt voor het heden, maar ook voor zijn periode. Naar regering en 2e Kamer wilde hij graag één geluid laten horen, maar dat werd binnen sommige bonden

niet op prijs gesteld.

In 1994 trad hij min of meer noodgedwongen af. Op zijn

afscheid (“wrang en tóch hartelijk”) reikte minister Hedy d’Ancona hem een Koninklijke onderscheiding uit.

Kort daarna werd hij voorzitter van de LAO. In 1992 werd hij door Paul Witteman uitgenodigd om het Europees seniorenparlement toe te spreken. Een jaar later voerde hij de

PvdA-delegatie aan naar het 2e seniorenparlement in Luxemburg.

 

Intussen was de COSBO door bemiddeling van CDA-parlementariër Dien Cornelissen opgevolgd door een

nieuw koepel van ouderenbonden, het nog altijd bestaande, maar ook nu in zwaar weer verkerende CSO. PvdA-

Kamerlid Hessel Rienks werd voorzitter en ook zijn naam komt voor in de annalen van de LAO.

Om gezondheidsredenen droeg Theo in 1994 de voorzitterhamer van de LAO over aan Sinie Strikwerda, die met warme gevoelens aan Theo terugdenkt. Dat doen er ongetwijfeld

nog velen met haar. Ook de LAO herdenkt hem met veel waardering.

 

Uitspraken van Theo Wehkamp:

 

Enkele uitspraken van Theo Wehkamp zijn waard om hier

apart te vermelden:

 

Ook ouderen zijn medeverantwoordelijk voor het welzijn van hun generatiegenoten

 

We leven in één Nederland; niet in een Vereniging van 14 onafhankelijke departementen

 

Je doet vrijwilligerswerk toch ook voor jezelf ?

 

 

De verzilvering komt!

 

Willem van Spronsen

 

Je hoeft maar een willekeurige actualiteitrubriek te horen of te zien of men wordt geconfronteerd met een doemscenario waaruit we vernemen dat de zorg straks niet meer te betalen zou zijn. De  vergrijzinggolf dreigt met zulke hoge kosten gepaard te gaan dat de jongeren  straks het gelag moeten betalen om de ouderen op de been te houden

 

Hoe verfrissend is het wanneer men het boek De vergrijzing leeft leest. Vele gerenommeerde auteurs geven hun visie en beschrijven ieder vanuit eigen invalshoek de kansen en de mogelijkheden.

Het is onze partijgenoot en Tweede Kamerlid Frank Heemkerk die het initiatief tot dit boek nam, samen met zijn oud-collega Dolf van den Brink, beiden groot financieel deskundigen in hun vorige leven bij de ABN-AMRO.

Het bijzondere is dat we het juist van de liberaal Dolf van den Brink moeten horen  dat de samenleving van morgen zich geen zorgen  hoeft te maken over de financiële kosten van de ouderenzorg, omdat er voldoende economische groei is die de hoge lasten zal compenseren. Dit wordt nog eens breeduit in het slotwoord uitgelegd. Door de hogere pensioenen die ouderen straks krijgen, de extra belastingopbrengsten die er mee gepaard gaan, kunnen o.a. ook de toenemende AOW-lasten gecompenseerd worden.

 

Dus beste lezers, de komende doenscenario’s waar dit kabinet ons mee lastig valt, kunt u op grond van cijfers en het exacte feitenmateriaal dat het boek beschrijft met een iets grotere glimlach tegemoet treden.

 

Een citaat:

 

…..…Bij een verder groeiende welvaart kan een groter bedrag aan zorg worden besteed. Een economische groei van 2 procent per jaar verdubbelt ons inkomen de volgende 35 jaar. Een verdubbeling van de zorglasten van 10 procent naar 20 procent van het nationale inkomen betekent dat van de stijging van het nationale inkomen de komende 35 jaar 20 procent extra naar zorguitgaven gaat. Dan houden we dus nog steeds 80 procent over. Wij moeten dus niet doen alsof we aan zorg ten onder gaan…

 

Wat mij betreft had de titel mogen luiden: De verzilvering komt!

 

Op het Politiek Forum van april jl. waren wij benieuwd naar de mening van Wouter Bos. Hij sprak zich positief uit over dit boek. Inmiddels is de discussie over de AOW goed losgebarsten ( zie de Website PvdA Wouter Bos). Solidariteit tussen de generaties is ons uitgangspunt. Uw reacties voor het volgende nummer RESPONS zijn welkom.  w.vanspronsen@hccnet.nl

 

De vergrijzing leeft  bevat bijdragen van Frank Heemskerk, Dolf van den Brink, Bas Jacobs, Bert de Vries, Charles Kalshoven, Wouter van Aggelen, Guus Boender, Wim de Ridder, Irene Groenink-Verboon, Kees Blokland, Will Jansen, Dick van der Laan, Jan van Zijl, Paul Schnabel, Niek Klazinga, Gerard Tanke, Jan van der Schaar, André Buys, Edgar Keehnen, Dirk Sikkel, Roel in ’t Veld. Bernard van Praag en Kees Schuyt.

Uitgeverij Bert Bakker ISBN 90 351 3021 9

 

VAN DE VOORZITTER

 

Herman Hofman

 

U ontdekte het bij het 1e nummer van “Respons” van dit jaar natuurlijk onmiddellijk: een nieuw (rood) jasje voor het periodieke orgaan van de LAO. Of  u ontdekte dat niet en dat kwam dan ongetwijfeld door het feit dat U recent (gratis) abonnee was geworden,. Dan was U overigens ook niet de enige, want tijdens het 60-jarig jubileumfeest van de partij schreven tientallen 50+ PvdA-leden zich in als abonnee. Daarmee gaf dat toch al zo

geslaagde feest een extra impuls aan de LAO en aan de redactie van “Respons”.

 

Had U het idee dat de partij ruim 1800 leden kent, die 60 jaar trouw aan de partij waren op die bewuste feestdag ?  Emotioneel om te zien hoe aan een aantal daarvan de erespeld werd uitgereikt en hoe vitaal zij die in ontvangst namen.

 

Zestig jaar PvdA en daarvan getuigt ook dit nummer van “Respons”. Het ouderenbeleid en de omstandigheden van de ouderen in die zelfde 60 jaar zijn drastisch gewijzigd, maar

de tijd staat niet stil en de aandacht van de LAO zal blijven uitgaan naar de aspecten van politiek beleid die ook maar enigszins voor ouderen van belang zijn. Niet als remmende factor, maar als kritisch volger van voorgenomen maatregelen en als creatief  meedenker waar de maatschappij van vandaag om nieuwe inzichten vraagt.

 

Feest was het ook in al die gemeenten waar de PvdA klinkende overwinningen behaalde.

Geen geringe opgave om al die zetels kwalitatief goed te bezetten en colleges te vormen, die de vraagstukken op lokaal niveau deskundig en voortvarend gaan aanpakken.

Juist doordat er ook steeds meer taken aan de lokale overheden worden overgedragen (zie de WMO !), ligt voor al die bestuurders een prachtige uitdaging.

 

De LAO onderhoudt contacten met de bestaande lokale en regionale werkgroepen

ouderenbeleid van de partij. Dat zijn er in wezen niet zoveel en daarom wordt er door ons op aangedrongen, dat er zeker in de wat grotere afdelingen zo’n werkgroep van de grond wordt getild. Er hebben vorige maand ook veel wethouders en raadsleden afscheid genomen. Zij zullen zeker niet achter de geraniums plaatsnemen. Wellicht ligt er voor hen een terrein braak om met zo’n werkgroep van start te gaan.

Ik wens hun bij voorbaat veel succes

                                

 

WMO

Cliëntenbonden, ouderen en burgers opgelet!

 

Willem van Spronsen

 

De gemeenten krijgen met de nieuwe wet WMO een grote verantwoordelijkheid bij de invulling en uitvoering van deze wet.

Burgers - jong of oud - die ondersteuning, huishoudelijke hulp of mobiliteit nodig hebben zijn sterk afhankelijk van de gemeente, als uitvoerder van deze wet.

 

Kwaliteit

De gemeente moet de kwaliteit bewaken zodat de zorg voor de meest kwetsbare groepen in onze samenleving optimaal is. Speciaal geldt dit voor de ouderen in de gemeenten, die een belangrijke doelgroep worden.

 

Financiële middelen

Een belangrijk gegeven hierbij is hoe groot de financiële middelen zijn om die werkelijk kwalitatief helpende hand te kunnen bieden. Maar niet alleen de financiële middelen zijn hier in het geding. Geschoolde, bijgeschoolde ambtenaren en uitvoerenden bepalen de uiteindelijke kwaliteit van de uitvoering. Een niet geringe opgave!

 

Iedere burger telt in zijn gemeente. Jong en oud, kwetsbaar of niet. Iedere burger moet kunnen participeren in de samenleving.

 

Geen gunst, maar recht.

Van belang is het dat burgers die nu vallen onder de AWBZ wat betreft de zorg, huishouding etc. hun rechten blijven behouden en niet straks hun hand moeten ophouden om de hulp als gunst te ontvangen. Recht mag niet veranderen in gunst. Waar hulp nodig is moet deze gegeven worden, als andere mogelijkheden er niet zijn.

 

Compensatieplicht

De WMO mag niet gebruikt worden als een bezuinigingsmaatregel teneinde de kwaliteit van de zorg uit te hollen.

De eigen verantwoordelijkheid van de burger betekent niet: Zoek het zelf maar uit.

Het betekent dat de wet toegepast dient te worden zoals die bedoeld is.

De compensatieplicht behoort tot de kern van de wet.

 

Wat is deze compensatieplicht?

De WMO verplicht de gemeente burgers in staat te stellen op een normale wijze mee te doen in de samenleving ongeacht hun beperking. Samen met de burger wordt gezocht naar de beste manier om de handicap te compenseren. De ICF (internationale classificatie) biedt hiervoor het kader. Normaal betekent: vergeleken met anderen van dezelfde leeftijd, opleiding e.d. zonder de beperking (art. 4 van de wet).

 

Cliëntengroepen inschakelen

De gemeente heeft de wettelijk verplichte rol om bij de totstandkoming van de plannen de cliëntengroepen in te schakelen. Goed moet erop worden toegezien dat de WMO niet gereduceerd wordt tot een WVG-plus ( Wet Voorzieningen Gehandicapten). Medewerkers moeten naast de burger staan en samen met hem of haar zoeken naar de optimale wijze om te participeren. Dit betekent zeker voor de gemeente een cultuuromslag.

 

Stappenplan

Het is dan ook van belang voor de gemeente om een stappenplan temaken in overleg met de cliëntenbonden om deze doelen te bereiken.

Zoals gezegd, de financiële mogelijkheden bepalen straks voor een deel wat de kwaliteit wordt.

 

Verantwoording afleggen

Bij de behandeling van de gemeentebegroting zou het wenselijk zijn verantwoordelijkheid af te leggen over het gevoerde beleid en dit verslag aan te bieden bij de gemeentebegroting.

 

 

N.B.

De 14 aandachtpunten WMO zijn per email te krijgen.

w.vanspronsen@hccnet.nl


 

VVanuit de Tweede Kamer

Werken aan een sterke en sociale WMO

 

GGerdi Verbeet

 


Onlangs heeft onze fractie ingestemd met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning nadat deze een totale metamorfose had ondergaan. Met de WMO gaat om te beginnen de verstrekking van huishoudelijke hulp uit de AWBZ naar de gemeenten. Ook de ondersteuning van de mantelzorg en vrijwilligers wordt voor het eerst wettelijk verankerd. De wijzingen hadden betrekking op het garanderen van gemeentelijke steun bij zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van burgers met beperkingen, op de inspraak van burgers en cliënten bij de planvorming, op het gezamenlijke loket van AWBZ en WMO, op evaluatie en op de invoeringsdatum. De wet gaat pas in op 1 januari 2007.

 

Dicht bij de burger

De WMO past in het gedachtegoed van de PvdA: je moet zoveel mogelijk zaken zo dicht mogelijk bij de burger organiseren. Toch was het geen eenvoudige afweging om een beroerd wetsvoorstel dat ongegeneerd de zoveelste bezuinigingsoperatie afwentelde op de schouders van de wethouder zo aan te passen dat we ermee in konden stemmen. Ik heb zeker toen het kabinet koos voor een achterommetje met de Vereniging van Nederlandse gemeenten op kosten van de burgers wel eens gedacht ze zoeken het maar uit. Maar dan laat je belangrijke en noodzakelijke verbeteringen in het ondersteuningsaanbod aan burgers weer een paar jaar liggen en dat vond ik onverantwoord. Het oordeel van de organisaties van ouderen en gehandicapten over de gewijzigde WMO is gelukkig positief.

 

Een toenemende vraag aan zorg

De financiering van de WMO blijft een punt van zorg. Aanvankelijk was het CDA net als de PvdA voor een oormerking van de middelen in de eerste fase van de wet. Nu dit niet gebeurd is,  zal de PvdA ook in de toekomst nauwlettend blijven volgen of de budgetten gelijke tred houden met de toename van de vraag. Want de komende jaren neemt het aantal ouderen sterk toe.

 

Cultuuromslag

Nu begint het echte werk. De wet moet worden ingevoerd in de gemeenten. Ik hoop dat onze lokale PvdA-ers om te beginnen zelf het gesprek aangaan met de burgers en met de cliënten voordat er een ambtelijk voorstel op tafel ligt. Burgers moeten vanaf het allereerste begin betrokken worden bij de cultuuromslag, die de WMO als het goed is, betekent voor de lokale dienstverlening. Ook als het gaat om informatie en indiceren zou een heel andere aanpak de voorkeur verdienen. Een aanpak die uitgaat van de zoekroutes van mensen en die maatwerk mogelijk maakt. Een aanpak waarbij de WMO-uitvoerder naast de burger gaat staan en samen zoekt naar de beste oplossing voor die individuele burger.

 

Maatwerk

De WMO maakt maatwerk mogelijk. Meedenken en maatwerk leveren is niet makkelijk. In de gemeenteraadscampagne is de gedachte van servicepunten gelanceerd. Dat zijn plekken op een centrale plaats in de wijk, liefst het winkelcentrum of een woonzorgcentrum waar men elkaar kan ontmoeten, maar ook praktische hulp en informatie kan krijgen met als eventueel als sluitstuk een indicatie voor de WMO.

 

Servicepunt

In zo’n servicepunt is het consultatiebureau voor ouderen en de wijkzuster, maar zou ook de veilige plek om geld te pinnen moeten zijn. Ook zou informatie over allerlei mogelijkheden voor inkomensondersteuning gegeven moeten worden. Veel ouderen maken hiervan onvoldoende gebruik. In sommige gemeenten is al een start gemaakt met dergelijke punten. Ouderen zijn daar erg enthousiast over. De WMO geeft de gemeenten de kans het voor de burgers echt goed te gaan organiseren. Ik hoop dat ze die kans pakken.

 

 

Politiek Forum

Goed wonen voor iedereen,

van iedereen

 

Willem van Spronsen

 

Ook de LAO was actief aanwezig op het Politiek Forum van zaterdag 8 april j.l.

Uitvoerig werd ingegaan op het eindrapport Project Wonen.

De LAO vindt het rapport een hoge kwaliteit hebben maar mist toch nog enkele belangrijke zaken. Dit hebben wij dan ook in het Politiek Forum naar voren gebracht.

 

Vergrijzinggolf

Bouwen doe je voor minstens 40 tot 50 jaar. Gezien de vergrijzinggolf die we voor de komende 10 en 20 jaar verwachten is het van groot belang woningen zodanig te bouwen dat ouderen niet onnodig hoeven te verhuizen. Nu zijn alle woningen nog niet voor ouderen geschikt.

 

Levensloopbestendig bouwen

Het begrip levensloopbestendig bouwen zijn wij niet in het eindrapport tegen gekomen. Terwijl dit ook - al zou je bouwen voor starters - toch heel belangrijk is. Verhuizen uit de vertrouwde omgeving is voor ouderen een grote ingreep in de levenssfeer en - zeer belangrijk - het verlies van het sociale netwerk. Bovendien zal bij ouderen de zorg na een verhuizing vaak drastisch toenemen. Onnodig duur voor de ouderen zelf en voor de gemeenschap. De meeste ouderen kunnen gelukkig redelijk voor zichzelf zorgen. Een goede aangepaste huisvesting is hierbij een noodzakelijk. De overheid moet dit stimuleren en haar oren en ogen richten naar de ouderenbonden. Ook daar ligt een grote maatschappelijke taak voor de wooncorporaties.

Kortom: bouw huizen voor jonge mensen die ook voor ouderen geschikt zijn.

 

 

Afschaffen regelgeving

Van verder afschaffen van regelgeving -wanneer deze niet nodig is – zijn wij altijd een voorstander. Maar als men levensloopbestendig wil bouwen kan dat niet zonder regels. Er zullen bouweisen gesteld moeten wil men deze doelen halen.

 

Kwaliteitseisen

De toekomstwaarde van woning blijft belangrijk. Vroeg saneren is duur en ongewenst. Daarom: pas op met het versoberen van de kwaliteitseisen. Goedkoop is duurkoop.

 

Bouwbeleid

De projectgroep wil het restrictieve bouwbeleid vervangen door een selectief bouwbeleid. Dit kan een goede zaak zijn. Dat betekent ook dat men kiest voor kleinere bouwlocaties. Dit kan betekenen dat open ruimte wordt aangetast. In alle gevallen dient er een volledige afweging te zijn van de belangen van wonen versus die van natuur, landschap, milieu en landbouw.

 

 

60 jaar ouderenbeleid

Flip Buurmeijer, oud-Kamerlid

 

 

Bij de vraag van de redactie om hierover een bijdrage te leveren realiseerde ik mij opeens dat dit ongeveer parallel loopt met mijn eigen leven. Ik ben van 1940 en geniet inmiddels van de AOW.

Hoe anders was dat in mijn jeugd. Geboren en opgegroeid in het Noord Groningse Leens herinner ik me nog goed dat er oude mensen in het dorp woonden die van heel weinig geld moesten zien rond te komen. Deze oudjes leefden voor een deel van de opbrengst uit hun eigen groente tuinen en probeerden in de zomer bij de boer nog wat bij te verdienen. Maar als ze daartoe lichamelijk niet meer in staat waren dan hadden sommigen het heel arm. Vooral zij  die kind noch kraai hadden. Voor hen was er dan vanuit de gemeenten armenzorg. Genoeg om niet te sterven maar te weinig om van te leven. Een beeld dat velen in ons welvarende Nederland nauwelijks meer kennen.

 

Noodwet-Drees

De grote vooruitgang in de periode van na de oorlog is daarom voor mij nog altijd de Noodwet-Drees en de daarop door Suurhof ingevoerde AOW. Ik geloof niet dat we dit ooit ouderen beleid hebben genoemd. Wel was het een krachtige vorm van solidariteit tussen jong en oud. En nog steeds zie ik deze vorm van sociale zekerheid als een hoeksteen van ons stelsel. Ouderen zijn hierdoor niet afhankelijk van hun kinderen of hun omgeving. Ze kunnen  met opgeheven hoofd leven van een eigen inkomen waar geen andere  verplichtingen tegen over staat dan dat je er in het verleden premie voor hebt betaald. Een groot goed om te verdedigen!

 

Ouderenbeleid

In mijn periode als kamerlid was het onderwerp ouderenbeleid aanvankelijk vooral een onderdeel van het beleidsterrein van CRM en later WVC. Daar lag de verantwoordelijkheid voor ouderen die zorg

behoeven. In mijn beleving heeft dit aspect in de loop der tijd vooral in de publiciteit steeds meer aandacht gekregen. En ook daarbij geldt dat er in de samenleving een breed gevoel van solidariteit aanwezig is als er incidenten zijn. We willen geen pyjama dagen, we nemen het niet dat dementerende oudjes in bed worden vastgebonden.

 

Ouderen een last?

Kamerleden roepen dan bewindslieden naar de kamer en eisen maatregelen. Maar het blijft toch vaak bij incidenten politiek. Want een groot deel van de boze politici roepen tegelijkertijd dat de vergrijzing gepaard gaat met te veel kosten. Ouderen van nu moeten soms bij het horen en lezen van dat soort verhalen denken dat ze een last zijn geworden. Dat mag naar mijn opvatting niet gebeuren. Oud zijn kan een persoonlijke last zijn maar mag niet gezien worden als een collectieve belasting. In het ouderen beleid van nu vind ik dit te weinig doorklinken. Maar wie zijn de ouden van nu?

 

Gelaagdheid

Vergeet niet dat de scheidslijn tussen jong en oud veel minder scherp is dan 60 jaar geleden. Er is nu een gelaagdheid waarbij een grote groep wel oud is maar nog zeer vitaal. Er kan voor de toekomst dan ook een appèl worden gedaan op de “jongere ouderen”. De groep tussen de 55 en de 75, die over het algemeen veel kapitaalkrachtiger zijn dan de oudjes uit mijn jeugd. Vanuit een welbegrepen eigen belang is deze groep te activeren om dwars door de politieke partijen heen zich te manifesteren. Ouderen beleid van deze eeuw zal zich moeten kenmerken door een samenhang tussen inkomen, wonen, zorg en welzijn! En dat vereist een benadering die gebaseerd is op brede solidariteit. Een thema dat de PvdA op het lijf geschreven moet zijn. Laten we de partij scherp houden!

 



SNELLE ONTWIKKELINGEN

Herman Hofman 

 

1945 - 2005 ouderen in Nederland

Wie een poging waagt om terug te kijken naar 60 jaar ouderenbeleid in Nederland,

begint bijna automatisch bij de invoering van

de “noodwet van Drees” en de AOW.

Daarna hebben zich op dit terrein nog vele

ontwikkelingen voltrokken en ook in de

komende jaren zal dat ongetwijfeld het geval

 zijn.

Dat hangt niet alleen af van de politieke kleur van een Kabinet, al heeft dat er zeker grote invloed op. Maar van grote invloed zijn natuurlijk  de “vergrijzing” als zodanig en het antwoord op de vragen “Wat is eigenlijk oud ?” en “Wat betekent solidariteit tussen de generaties in die zich wijzigende omstandigheden?” De antwoorden wijzigen met de tijd, want in 60 jaar veranderde er heel veel.

 

na wederopbouw de babyboom

Na 1945 stond alles in het teken van de wederopbouw. Zowel de ouderen van toen als de ouderen van nu hebben een forse bijdrage aan het fysieke en economisch herstel van ons geplunderde land geleverd. Er wordt in 1950 nog 48 uur per week gewerkt en slechts weinigen stoppen vóór hun 65e jaar. Bijna 4% werkt na het 65e jaar nog door.

Enkele jaren later komt een langdurige geboortegolf op gang. Gemiddeld worden er dan in Nederland anderhalf maal zoveel kinderen geboren als in de rest van Europa.

In 1955 telt Nederland 900.000 65-plussers.Het begrip 50+ is nog niet uitgevonden  en boven 65 ben je “bejaard”. De verhouding tot 20-64 jarigen is 1 op 6,6.

De lonen zijn laag en de soberheid van Drees is troef. Ouderen hebben het dikwijls zeer moeilijk, zij moeten vaak inwonen bij hun kinderen en zijn daarvan ook meestal financieel afhankelijk. De AOW komt pas in 1957 tot stand, 12 jaar na de oorlog. De uitkering bedraagt dan (omgerekend) 680 euro per ….jaar ! De verzorgingsstaat krijgt onder grote invloed van vooral  PvdA-bewindslieden vorm. Bijstandswet, WAO en AWBZ zijn nieuwe wetten die met elkaar een redelijk vangnet vormen.

 

solidariteit is uitgangspunt

Natuurlijk vormde de solidariteitsgedachte de basis van de AOW en dat is gelukkig nog steeds het geval, al proberen sommigen de solidariteit tussen jongeren en

ouderen ter discussie te stellen. In de verzorgingsstaat speelt het begrip solidariteit sowieso een belangrijke rol.

Daardoor kwam er ook meer aandacht voor minderheidsgroepen.

Eveneens worden er vanaf de jaren 60 in vrijwel alle gemeenten bejaardentehuizen gebouwd. Achteraf gezien niet altijd om vrolijk van te worden, maar op dat moment voorzieningen die inspelen op duidelijk aanwezige behoeften. Er kwam dus ook een Wet op de Bejaardenoorden, waarin de nodige eisen waren opgenomen.

 

In de jaren 80 bereiken de bejaardentehuizen hun top met bijna 150.000 plaatsen.

Jong en oud schaffen zich als het maar enigszins kan een auto aan en de mobiliteit

neemt dan ook fors toe. In 1980 kampt Nederland met de grootste werkloosheid sinds de jaren 30. De geworven migranten belanden massaal in de WAO. Arbeidstijdverkorting en de VUT doen hun intrede. Nederland kent nu een lager geboortecijfer dan de andere Europese landen. We hebben dan 1,6 miljoen 65-plussers, waarvan de gemiddelde levensverwachting snel stijgt.

De AOW wordt opgetrokken tot het minimumloon en dat is een forse stap vooruit in het belang van de “ouden van dagen”.

Het eigen woningbezit onder hen is intussen gestegen naar 31% en ook de consumptiecijfers stijgen, maar evenzeer bestaat er nog behoorlijk veel “stille armoede”.

 

gedifferentieerd beeld

Na 1985 ontstaat er een veel gedifferentieerder beeld. Velen stoppen – al of niet onder druk – eerder met werken en het gebruik van de WAO schiet uit de bocht.

De Thuiszorg wordt professioneel en er komen steeds meer instellingen als “tafeltje dek je” en “boodschappendienst”. De lokale welzijnszorg voor ouderen krijgt body. De N.S. kent inmiddels de kortingskaart voor ouderen. De ouderen in de oude wijken krijgen te maken met buren uit andere culturen en het verdwijnen van

buurtwinkels. Er komen op het terrein van de huisvesting nieuwe begrippen bij: aanleunwoningen, serviceflats, beschermd wonen en mengvormen daarvan.

De inkomenspositie van de ouderen, die we nu    “senioren” gaan noemen, kent grote onderlinge verschillen. Tegenover ouderen

met slechts bijstand of AOW staan grote groepen die de vliegreizen en de tweede woning hebben ontdekt.

 

 

vergrijzing en marktdenken

Dat de vergrijzing er zat aan te komen, wisten we al vele jaren  Dat geldt overigens internationaal ; de V.N. riep al in 1982 een conferentie bijeen over die ontwikkeling en twintig jaar later in Madrid opnieuw. Maar de aanbevelingen krijgen maar beperkt aandacht en de Nederlandse organisaties die zich hiervoor inspanden, zijn door het huidige Kabinet in meer of mindere mate “om zeep geholpen”.

In ons land leven nu 2,2 miljoen 65-plussers en 10 miljoen 20-64 jarigen; verhouding dus nu 1 op 4,4. Door de “ontgroening” zal dit beeld in de komende 25 jaar nog verder veranderen en dat vraagt om gewijzigd beleid en het opnieuw definiëren van het begrip solidariteit, zowel tussen de ouderen onderling als tussen de generaties. De discussie over de leeftijdsgrens van de AOW is hier en daar al ingezet, maar dat klinkt uiterst voorbarig. Er bestaan nog veel andere wegen.

Inmiddels zijn grote groepen vrouwen aan het arbeidsproces gaan deelnemen, kennen we begrippen als tweeverdieners en deeltijdbanen.

 

Bij een aantrekkende economie ontstaat er druk om langer door te werken, maar voorlopig zien we nog forse aantallen 55plussers afvloeien en niet in de laatste plaats bij de overheid. Intussen is de levensverwachting verder gestegen: mannen 79,8 en vrouwen 83,1.

Het aantal ouderen dat uitsluitend afhankelijk is van bijstand en/of AOW is drastisch gedaald, maar die hebben het dan ook erg moeilijk, vooral nu het zo om zich heen grijpende marktdenken de gezondheidszorg en andere kwetsbare terreinen overspoelt. Eveneens ontstaat er een groeiende problematiek bij een deel van de inmiddels ook oud geworden Nederlanders van niet westerse afkomst.

Overigens mogen we tevens vaststellen, dat Nederland wellicht het beste pensioenstelsel in de wereld kent en daarmee uiterst zorgzaam moet blijven omgaan.

 

ja, wat is oud ?

Bejaarden, ouden van dagen, ouderen, senioren, 65-plussers. De terminologie verandert met de hierboven geschetste ontwikkelingen. De beeldvorming blijft

vaak nog wat steken in (negatieve) stereotypen, maar die worden gelogenstraft door allerlei feitelijke gegevens.

Zeker, rollators en scootmobielen hebben hun intrede gedaan, maar dat betreft toch

maar een klein percentage van de ouderen en wat dan nog ?!

Minstens 20% van de ouderen volgt nog cursussen of zelfs langdurige opleidingen.

De deelname aan fitness en andere vormen van sport stijgt van jaar tot jaar en tot het leger van vrijwilligers en mantelzorgers  behoren grote groepen ouderen.

Een opvallende ontwikkeling doet zich natuurlijk ook voor ten aanzien van de

 

mogelijkheden van snelle communicatie en kennisvergaring. Ouderen hebben massaal internet ontdekt. Alleen al de vereniging Seniorweb telt bijna 60.000 leden.

 

en de toekomst ?

Dit artikel is een zeer onvolledige terugblik over 60 jaar omstandigheden en beleid,  die invloed hadden op het leven van de Nederlandse ouderen. De toekomst vormt altijd een uitdaging en dat geldt zeker ook voor het ouderenbeleid en alles wat daarmee verband houdt. De LAO richt de blik natuurlijk vooral daarop en dat zal zeker ook in de komende afleveringen van “Respons”  tot uiting komen.

 

 

 

De Centen

 

Leest  u  “Respons” al langer dan dit jaar?

Dan weet u ongetwijfeld nog dat het kleiner van formaat was, dus minder inhoud kende en slechts tweemaal per jaar verscheen. Dit is al het tweede nummer van 2006 en zowel de fleurige omslag als hopelijk ook de inhoud doen u genoegen en doen u uitkijken naar een volgende aflevering? Die komt er na de zomer ongetwijfeld.

Maar ja………….zoals altijd:

De   C e n t e n !

Er ligt een verzoek bij het partijbestuur om in ieder geval de bijdrage aan de LAO te verhogen en dat wordt welwillend bezien. Dan is no. 3 wel bijna zeker. De LAO wil het gratis abonnement voor de oudere leden, die toezending op prijs stellen, zeker niet prijs geven. Maar daarmee is geen verbod uitgevaardigd aan de lezers om er vrijwillig iets voor op tafel te leggen.

 

Als het u uitkomt om een klein bedrag over te maken ten behoeve van “Respons”, dan zal dat enthousiast in ontvangst worden genomen. (girorekening no.18218 van de PvdA te Amsterdam onder vermelding “t.b.v. de LAO”). Vele kleintjes maken 4x “Respons” mogelijk.

Bij voorbaat geweldig bedankt!

 

Redactie

 

 

Burgers maken de WMO

 De LAO organiseert samen met de “Gewestelijke Werkgroep Ouderenbeleid Noord Brabant” een symposium Burgers maken de WMO.

 

Het symposium wordt gehouden op 9 juni 2006

Boerke Mutsaers  Vijverlaan 2  5042 PZ Tilburg

Inloop12.30 uur; aanvang 13.00 uur.

Er wordt geen lunch geserveerd, maar deelnemers kunnen zelf iets eten in restaurant.

Koffie en thee zijn voor eigen rekening.

 

Inleiders o.a. Gerdi Verbeet, Tweede Kamerlid PvdA

Dagvoorzitter Tineke Netelenbos

Onderwerpen: De PvdA en de uitvoering van  de WMO,  taak cliëntenraden, de PGB 

Toegang gratis voor PvdA-leden.

 

Aanmelden via het computersysteem van het partijbureau.

Uitgenodigd worden de plaatselijke, gewestelijke en provinciale ouderengroepen van de PvdA, tevens raadsleden en wethouders die zich met de WMO bezig houden in hun regio.

Voorbereidingscommissie LAO:       Chris Huijer       Chris.huijer@hetnet.nl                  

                                                           Willem van Spronsen w.vanspronsen@hccnet.nl

 

Inlichtingen: Miek van den Boogaard 040 – 223 33 83 jboogaard@brabant.statenleden.nl

 

 

 

Respons

Platform voor ouderenbeleid

 

Respons is de periodiek van de Landelijke Adviesgroep Ouderenbeleid van de PvdA.

Zij wil een actieve bijdrage leveren aan de positie van de ouderen in onze samenleving.

 

Redactie Respons                               

 

Freek de Leeuw,

frleeuw@planet.nl

 

Herman Hofman

h.hofman01@hetnet.nl                                                     

 

Willem van Spronsen

w.vanspronsen@hccnet.nl

 

Marjan Bastiaan

m.bastiaan@home.nl

 

foto voorkant: Rob Maas

bewerking foto: Vera Bastiaan

  Redactieadres

 

Freek de Leeuw

Den Biest 14

5615 AT Eindhoven

frleeuw@planet.nl

 

Abonnementen

Abonnementen zijn voor PvdA leden gratis. Toezending en correspondentie richten aan Maria Dijkman, mdijkman@pvda.nl

Postbus 1310

1000 BH Amsterdam

 

Eindredactie, lay-out / illustraties:  Willem van Spronsen