PvdA de partij

PVDA - RESPONS, Nieuwsbrief September 2005

MijnPvdA
Rode roos

RESPONS, Nieuwsbrief September 2005

In deze Respons:
Van de voorzitter
Afscheid
Ouderen en mobilitiet
Collumn Gerdi Verbeet, 2e-Kamerlid
LAO-reactie op SER-advies
Jaarverslag 2004
50PlusBeurs

VAN DE VOORZITTER

Freek de Leeuw

Laat ik beginnen met een citaat. Het is de laatste alinea van een column van Flip de Kam in de NRC van donderdag 25 augustus.

“Het kabinet misleidt dus parlement en bevolking wanneer het de uitkomsten van koopkrachtplaatjes gebruikt als ‘bewijs’ hoe ons inkomen en onze koopkracht zich in 2006 tot achter de komma zullen ontwikkelen. Koopkrachtpraatjes vullen ook in 2006 geen koopkrachtgaatjes waarmee opnieuw veel huishoudens te maken zullen krijgen”.

In dezelfde NRC geven universitaire economen hun negatieve commentaar op de bekend geworden maatregelen van het kabinet. In dit soort zaken kun je je beter baseren op uitspraken van deskundigen dan op die van oppositiefracties, omdat het van te voren duidelijk is dat die laatsten bezwaar zullen hebben tegen de kabinetsplannen, ze zullen hun twijfel uitspreken en ze zullen er de vloer mee aanvegen.

Ik heb, denk ik, een goed voorbeeld om duidelijk te maken dat plannen van de huidige regering een bijna bedrieglijk karakter hebben.

Het voorbeeld werd me aangereikt door de Algemene Onderwijsbond. En het heeft belang voor allen die hun inkomsten ontvangen van pensioenfondsen of van de Sociale Verzekeringsbank. En dat zijn waarschijnlijk velen van onze lezers.

Het Nederlandse volk krijgt een basisverzekering voor de gezondheidszorg. Eén zorgverzekering voor iedereen. Dat is iets waar in de afgelopen jaren velen voor hebben geijverd (en niet Hannie van Leeuwen/CDA alleen.) We gaan dus ook allemaal dezelfde nominale premie betalen, tot nu toe berekend op € 1100,- maar pessimisten voorspellen dat het wel € 1300,- zal worden. Maar dat de premie voor de nieuwe zorgverzekering uit twee delen bestaat, is amper bekend. Maar in de ministeriële brochure is het wel te vinden.

Het eerste deel is dus die € 1100,-. Het tweede deel is een inkomensafhankelijke bijdrage die voor iemand die b.v. een pensioen heeft van € 30.000,- ongeveer € 1875,- zal bedragen. Die inkomensafhankelijke bijdrage wordt gecompenseerd door de werkgevers en de uitkeringsinstanties, maar niet door de pensioenfondsen en de SVB.

En nu mag u voor uzelf uitrekenen wat u dit gaat kosten. En of het waar is dat die door het kabinet met trots gepresenteerde verbeter-maatregelen u inderdaad geven wat beloofd is, nl. stijging van de koopkracht. De Groep Post-Actieven van de Algemene Onderwijsbond gaat proberen die scheefgroei tussen werkenden en uitkeringsontvangers enerzijds en gepensioneerden bij pensioenfondsen anderzijds ongedaan te maken. 

AFSCHEID Freek de Leeuw, voorzitter LAO

 De Landelijke Adviesgroep Ouderenbeleid heeft zichzelf voorzien van een reglement. Op basis daarvan is het niet meer mogelijk om ongelimiteerd in jaren lid van de LAO te zijn. De leden hebben gekozen voor een frequenter doorstroming, waardoor meer partijgenoten gedurende ten hoogste 8 jaren een bijdrage kunnen leveren aan de advisering van TK-fractie en partijbestuur.

Maar dat betekent wel dat er vier leden tegelijk vertrekken.

In de eerste plaats Wim van Genderen. Hij is de enig overgeblevene van de groep die werd samengesteld bij de oprichting in 1984. Wim heeft veel werk verzet voor de LAO, Dat geldt trouwens voor alle vier. Maar bij Wim is het zo dat één ding zichtbaar is gebleven, nl. zijn inspanningen voor de partij tijdens de 50+beurs. Hij is ook tweede secretaris geweest en heeft de contacten onderhouden met de gewestelijke en lokale werkgroepen.

We nemen ook afscheid van onze eerste secretaris, Jessie Koene. Zij was al secretaris toen Sienie Strikwerda nog voorzitter was. Elke groep heeft altijd wel iemand die je het zonnetje in huis kunt noemen. Dat was in de LAO, en vooral in het groepje dat we kerngroep noemden, Jessie. We hoeven niet op te sommen wat zij zoal gedaan heeft om het werk van de LAO draaiende te houden. Veel werk concentreert zich altijd weer op de secretaris. Het laatste jaarverslag is van haar hand en staat in dit nummer.

En dan Toon Riemen en Wim Revet. Ik noem die twee met opzet in één adem. Zij waren meestal de spil van een groep die zich bezighield met het maken van een advies. Toon was bijna altijd de leider als het onderwerpen betrof op het gebied van zorg, inkomen en pensioenen. De deskundigheid van Wim was af te lezen in de uitgebrachte adviezen over verkeer en vervoer en huisvesting.

De LAO is dit viertal veel dank verschuldigd. In de oktobervergadering nemen we echt afscheid van hen.

 

 OUDEREN EN MOBILITEIT

Jan Hein Boone, werkgroep mobiliteit LAO

 Na het advies van de LAO over het invoeren van “Gratis “Openbaar Vervoer te beginnen voor o.a. ouderen is de belangstelling voor de het mobiliteitsdossier aan het groeien.

De LAO streeft naar het opnemen van dit punt in de verkiezingsprogramma’s te beginnen voor de komende raadsverkiezingen.

 

In enkele delen van ons land worden proeven met ‘gratis’ openbaar vervoer voorbereid (Zeeland,Flevoland,Noord-Holland) en onze Tweede Kamerfractie o.a. woordvoerder Sharon Dijksma staat positief tegenover onze voorstellen.

 

Een advies waarbij de LAO ook betrokken is is het werk van de zg. commissie Van der Zaag.Deze commissie genoemd naar haar voorzitter de burgemeester van Goes, stelt een advies op over een andere organisatiewijze van het doelgroepenvervoer met als uitgangspunt de wensen en behoeften van de gebruikers.

Namens de LAO zit ik in deze commissie.

 De bedoeling is te komen tot een bruikbaar advies, dat moet kunnen rekenen op een breed maatschappelijk en politiek draagvlak.

Het centrale uitgangspunt is, dat iedereen zich moet kunnen verplaatsen op de manier zoals hij/zij dat wil.

Er is natuurlijk een aantal beperkende factoren die er toch voor zorgen, dat men niet altijd de gewenste verplaatsing kan realiseren. Denk aan inkomen, woonplaats, bestemming maar ook zeker voor ons ouderen de fysieke beperkingen. 

In ons land wordt erg veel aan de markt opgehangen. Ook onze partijgenoten zijn daar denk ik soms te ver ingegaan. Je kan mobiliteit ook als een sociale wenselijkheid zien zeker voor ouderen om eenzaamheid tegen te gaan.

Wellicht moet je zelfs een basisrecht formuleren op mobiliteit. Dat heeft natuurlijk financiële  konsekwenties maar het maakt het leven voor velen ook aangenamer. Ga eens een dagje naar België en zie met welk modern materiaal de spoorwegen en De Lijn (bus en tram) rijden en tegen welke lage prijs voor ouderen.Voor 3 Euro koop je een treinretour als 65 plusser naar elke plaats die je wilt behalve naar een grensstation.Met een NS vrijreizenkaartje naar de grens en dan België in zijn er leuke uitstapjes te maken. 

Kijkend vanuit de blik van de reiziger zijn de geldstromen en de voor die geldstromen verantwoordelijke ministeries niet belangrijk. De reiziger wil niet hoeven aankloppen bij verschillende loketten. Ook de betaling moet zo simpel mogelijk. De invoering van de chipkaart is wat dat betreft zeker een stap in de goede richting. 

Ook het meenemen van hulpmiddelen als rollators in het openbaar vervoer krijgt gelukkig meer aandacht bij het bestellen van nieuw materiaal voor trein, tram en bus. Het moderne light rail materiaal heeft meer ruimte voor fietsen, rollators en rolstoelen.

Vraag je de oudere gebruiker hoe wil je vervoerd worden, dan is het antwoord denk ik het liefst van deur tot deur. Bundeling van de verschillende regelingen voor doelgroepenvervoer zal voor ons ouderen positief  zijn mits de doorgevoerde bezuinigingen worden gestopt en liefst teruggedraaid.

Als je in de verschillende regelingen duikt die nu gelden, dan is nog heel wat werk om te komen tot bundeling en vereenvoudiging te verrichten.

Kent u de verschillende doelgroepenvervoers regelingen, het collectief vraagafhankelijk vervoer, het Wvg vervoer,het bovenregionaal vervoer Valys,het Zittend ziekenvervoer, enz. enz.

Een afkortinglijstje mag dan ook niet ontbreken in het rapport van de commissie Van der Zaag. 

Een probleem is ook de verschillende indicatiestellingen hetgeen tot onoverzichtelijkheid leidt. Eén reiziger kan vallen onder verschillende vervoersvormen. De rompslomp moet uit het systeem worden gehaald. Onze kamerleden Sharon Dijksma en Gerdi Verbeet volgen de ontwikkelingen van deze discussies op de voet. 

Voor ons als LAO is het zaak ook op dit gebied alert te blijven en mobiliteit te zien als een basisbehoefte ook als het lichaam gebreken gaat vertonen. 

In september is te verwachten dat het rapport van de commissie Van der Zaag  op tafel ligt dan kan de LAO er verder mee aan de slag. 

 

50 JAAR AOW: 65-PLUSSERS OPNIEUW IN DE MIN

Gerdi Verbeet

 

Begin augustus publiceerde het Verwey-Jonker instituut een rapport dat helaas alle verontrustende geluiden over de inkomenspositie van mensen met een onvolledige AOW  bevestigt. De AOW waarop we zo trots zijn, blijkt na 50 jaar niet meer helemaal aan te sluiten bij de maatschappelijke werkelijkheid van een groeiende groep mensen die niet hun hele leven in hetzelfde land doorbrengt en bij dezelfde baas werkt. Een toenemend aantal ouderen heeft door allerlei oorzaken geen volledig AOW-pensioen opgebouwd. Deze mensen komen steeds meer in een sociaal isolement omdat je om als oudere mee te kunnen doen in deze samenleving echt een volledig AOW-pensioen nodig hebt. Over deze kwestie heb ik direct Kamervragen gesteld. Het antwoord van de regering laat nog op zich wachten. 

Over tien jaar zullen 512.000 mensen een onvolledige AOW hebben. Zo’n 30% van het totaal. Nu gaat het om 345.000 mensen van wie er 145.000 in Nederland wonen. Sommigen hebben naast hun AOW een behoorlijk aanvullend pensioen opgebouwd of hebben inmiddels een lastenvrij huis. Maar een groter aantal heeft dat niet en moet zich melden voor aanvullende bijstand bij de sociale dienst van de gemeente waar men woont.

Het gaat om mensen die hier op latere leeftijd vaak vanwege werk of gezinshereniging zijn komen wonen, maar ook om Nederlanders die een aantal jaren in het buitenland hebben gewoond en dus die jaren geen rechten hebben opgebouwd. Tien jaar in het buitenland gewerkt betekent dus 20% minder AOW rechten, tenzij mensen zich die periode vrijwillig hebben verzekerd. Dat laatste is zo kostbaar dat weinigen dat hebben gedaan. 

Het Verwey-Jonker instituut stelt vast dat vele ouderen geen gebruik maken van de rechten die zij hebben. Dat heeft verschillende oorzaken. Zij kennen de regelingen niet, zij schamen zich om uit te komen voor hun armoede, maar belangrijker nog de regelingen zijn zo ingewikkeld en veranderen zo vaak dat het ouderen gewoon niet lukt om hun rechten te verzilveren. 

Ik vind dit een schandalige toestand. Niemand mag in Nederland onder de armoedegrens leven. Maar simpele oplossingen zijn helaas niet mogelijk. We willen ook niet dat Nederland een vestigingsplaats wordt voor vreemdelingen boven de 55 die willen meegenieten van onze oudedagsvoorziening. Geleverde bijdragen en opgebouwde rechten moeten in evenwicht blijven. Natuurlijk is iedereen verantwoordelijk voor de eigen keuzen. Als mensen zich op latere leeftijd vrijwillig in ons land vestigen, mag je verwachten dat men daarvoor ook nagedacht heeft over de eigen oudedagsvoorziening. Dat geldt ook voor mensen die een aantal jaren in het buitenland veel geld verdienen en daarvan niets opzij zetten. Maar laten we er geen doekjes om winden. Wie weet nu eigenlijk hoe de oudedagsvoorziening in elkaar zit. Hoeveel mensen weten dat je vanaf je 15e al AOW-rechten opbouwt. Niemand vertelt het je. De overheid vertelt je pas hoe het zit als het te laat is.

Dat is het eerste dat moet veranderen. De overheid moet mensen van jongs af op alle beslissende momenten in hun leven voorlichten over de financiële gevolgen voor het inkomen na 65. Dus als je je meldt bij het Centrum voor werk en inkomen, als je trouwt, als je stopt of minder uren gaat werken, als je langdurig naar het buitenland gaat, wordt je steeds actief verteld wat dat voor je AOW/pensioenrechten betekent. Dat betekent slimme folders en goede voorlichters, maar vooral goede samenwerking tussen werkgevers, werknemers en de overheid. 

Verder vind ik dat gemeenten actief ouderen moeten benaderen die een onvolledige AOW hebben. Die gegevens kunnen ze opvragen bij de SVB, maar pas 90 gemeenten maken gebruik van die mogelijkheid. Die groep moet tegelijkertijd voorgelicht worden over andere mogelijkheden voor financiële steun, zoals huursubsidie of bijzondere bijstand. Ook vind ik dat de belastingdiensten ouderen actief moeten gaan helpen om de zorgtoeslag aan te vragen en andere aftrekmogelijkheden te benutten. Wat dacht u van de extra kosten die een mantelzorger maakt als zijn of haar partner of familielid in een verpleeghuis is opgenomen?  

Tot slot vind ik dat de strenge eisen die verbonden zijn aan het ontvangen van een aanvullende bijstanduitkering, zoals de regel dat je maximaal 6 weken buiten Nederland mag verblijven versoepeld moeten worden voor 65-plussers. Deze mensen hoeven toch niet meer beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt? Laat de regering de jacht op zogenaamd samenwonende AOW- ers die ten onrechte de alleenstaande uitkering zouden krijgen, maar eens opschorten tot dat deze zaken waar een zeer kwetsbare groep zeer onder lijdt zijn aangepakt. En met terugwerkende kracht de koppeling van de AOW aan de lonen uitvoeren, maar dat spreekt voor zich!   

 

LAO-REACTIE OP SER-ADVIES

Toon riemen 

Ten geleide

Naar aanleiding van het SER advies ‘ Van alle leeftijden, toekomstig gericht ouderenbeleid’ is zowel in de media als binnen maatschappelijke organisaties een discussie ontstaan, vooral gericht op de toekomstige financiering van de AOW.

In deze discussie zijn andere vormen van financiering ter sprake gebracht dan die welke in het SER advies zijn genoemd. Wij hebben deze in onze beschouwing betrokken en daarover in bijgaand advies onze mening gevormd, om daardoor een zo compleet mogelijk standpunt weer te geven.

In het SER advies worden belangrijke passages gewijd aan de toekomstige ontwikkeling van ‘ de zorg’, waarbij veelvuldig wordt verwezen naar het SER advies over de wijziging van de ziektekostenverzekering in 2000.

Waar wij reeds eerder ons standpunt hebben bepaald zowel met betrekking tot het zorgstelsel als de WMO zijn wij in bijgaand advies op deze aspecten niet verder ingegaan.

Bovendien hebben wij het voornemen separaat te reageren op het rapport ‘ Zorg voor een gezond leven’  van de PvdA projectgroep Zorg onder leiding van Steven de Waal.

 

LAO  reactie op SER advies :

Van alle leeftijden, toekomstig gericht ouderenbeleid 

Op 21 januari 2005 heeft de SER een uitvoerig advies uitgebracht onder de titel ‘ Van alle leeftijden ‘ een toekomstig gericht ouderenbeleid op het terrein van werk, inkomen, pensioenen en zorg.  

Op bepaalde aspecten van dit advies wil de LAO nader ingaan.  

I Inkomen, Pensioenen

1)      gelet op het feit dat pensioenen behoort tot het arbeidsvoorwaardenbeleid concentreren wij ons in dit verband op de toekomstige ontwikkeling van de AOW. Wij stellen daarbij voorop dat het beleid gericht moet blijven op het bestendig blijven van de pensioenstructuur zoals wij die op dit moment in ons land hebben namelijk de AOW als basis pensioen, aanvullend daarop de pensioenen zoals gerealiseerd in het arbeidsvoorwaardenbeleid per bedrijfstak of onderneming en eventueel daarop een privé afgesloten verzekering (bijvoorbeeld lijfrente verzekering).

2)      Als gevolg van de demografische ontwikkeling zullen in de komende jaren de kosten van de AOW sterk stijgen. De discussie spitst zich toe op de vraag op welke wijze de AOW gefinancierd moet worden om het bestendig karakter te behouden en wel zo dat er tegelijkertijd een evenwichtige inkomensverdeling en welvaartsontwikkeling plaatsvindt.

3)      Bij de beoordeling van die inkomensverdeling en welvaartsontwikkeling hanteren wij drie pijlers:      

a) Solidariteit tussen de generaties

b) Solidariteit tussen de ouderen

c) Solidariteit tussen arm en rijk.

 

4)      Naar aanleiding van het SER advies is een maatschappelijke discussie ontstaan over de toekomstige financiering. Wij noemen enkele aspecten zoals die meerdere malen ter sprake komen.

a)      Verhoging van de leeftijdsgrens die nu 65 jaar is.

Wij menen dat dit niet in overweging genomen moet worden. Waar het nu de vraag is hoe het langer doorwerken bevorderd kan worden en in welke mate het vroeg pensioen nog gestalte kan krijgen moet men die ontwikkeling niet extra belasten door de AOW leeftijd te verhogen. Bovendien indien de leeftijdsgrens wordt verhoogd lopen de uitkeringen WAO, WW en bijstand ook door tot die verhoogde leeftijd hetgeen kostenverhoging werkt. De vraag is dan welke besparing levert dit idee op in verband met de AOW.

b)      De AOW inkomensafhankelijk stellen

Ook dat moet niet in overweging genomen worden. Het tast de structuur aan van het stelsel met voor iedereen de AOW als basispensioen.

Uitgangspunt moet zijn dat iedereen uitzicht houdt op AOW. Bovendien, voor zeer veel 65 plussers vormt de AOW een belangrijk deel van het totale inkomen. Uit onderzoek blijkt dat 1/3 van de 65 plussers voor 80% van het inkomen afhankelijk is van de AOW ; 1/3 voor 55% en nog 1/3 voor 33% afhankelijk is van de AOW. Op grond hiervan zijn wij van mening dat de hierboven genoemde solidariteit niet gezocht moet worden aan de uitkeringskant maar aan de kant van de financiering.  

 

II Financiering

Ten aanzien van de financiering zijn er globaal gesproken twee stromingen.

1) AOW als volksverzekering handhaven

Uitgangspunt daarbij is dat de AOW gefinancierd moet blijven als omslagstelsel en de aanvullende pensioenen als kapitaaldekkingssysteem. Hierbij wordt tijdens het werkzaam leven premie betaald ter financiering van de AOW voor ouderen. Het tekort zou dan aangevuld moeten worden uit de belastingen. Echter de premie is nu 17,9% met een maximum premie-inkomen van 30.357 euro. De vraag stelt zich dan of de solidariteit tussen rijk en arm in voldoende mate tot zijn recht komt. Voorbeeld. Thans betalen mensen met een inkomen tot 30.357 euro de volledige 17,9%, maar gerelateerd aan een inkomen van 90.000 euro is die 17,9% met inachtneming van de pensioenpremiegrens maar 6%. Derhalve zal omwille van die solidariteit die premiegrens aanmerkelijk verhoogd moeten worden.  

2) AOW fiscaliseren

Momenteel wordt ter financiering van de AOW reeds ongeveer 20% betaald uit de algemene middelen. Van een zuiver omslagstelsel is derhalve geen sprake meer.

Deze stroming pleit dan ook voor verder gaande fiscalisering, zij het stapje voor stapje. Daarmee wordt geleidelijk steeds verder afstand genomen van de AOW als verzekering.

Die weg van de geleidelijkheid door middel van de fiscus wordt ook bepleit door de SER. Langs deze weg betalen 65 plussers ook mee aan de financiering van de AOW en kunnen de drie pijlers van de solidariteit gestalte krijgen.

Bovendien sluit verdergaande fiscalisering goed aan bij de huidige financiering van de AOW door middel van de 20% die momenteel al uit de algemene middelen wordt bekostigd. Voor dat gedeelte dragen 65 plussers nu al bij aan de financiering van de AOW.

In het SER-advies  wordt voorgesteld om bij verdergaande fiscalisering tegelijk de maximale AOW-premie (17.9%)  te verlagen. Wij beschouwen dit als een vorm van compensatie. Een compensatie die echter niet kan worden toegepast bij 65 plussers, omdat die geen premie betalen. Derhalve zou omwille van het evenwicht tussen actieven  en 65 plussers, de belasting op het opgebouwde aanvullend pensioen verlaagd dienen te worden.  

III AOW welvaartsvast

Voor welke stroming men ook kiest AOW-ers die alleen op de AOW uitkering zijn aangewezen alsmede 65 plussers met een klein aanvullend pensioen dienen gevrijwaard te worden van een lastenverzwaring.

Vervolgens: gebleken is dat de AOW uitkering in de loop der jaren is achtergebleven bij de algemene loonontwikkeling. Omwille van een goede welvaartsverdeling dient de koppeling gerelateerd te worden aan de algemene loonontwikkeling dus inclusief de incidentele looncomponent.   

IV De Keuze

Alles tegenover elkaar afwegend gaat onze voorkeur uit naar de stroming “AOW fiscaliseren”, omdat daarin de drie pijlers het beste tot hun recht komen. Hierbij gaan we er wel vanuit dat:

a)      het fiscale element zich ook uitstrekt tot box 3 (vermogensbelasting)

b)      65 plussers met AOW en klein pensioen geen lastenverzwaring krijgen

c)      de AOW niet achterblijft bij de welvaartsontwikkeling.

 

V Laag pensioen en Onvolledige AOW

In het SER-advies wordt terecht aandacht gevraagd voor een aanzienlijke groep ouderen, naar schatting 20%, die alleen op een AOW uitkering en een laag aanvullend pensioen beroep kunnen doen. Het betreft in het bijzonder alleenstaande vrouwen en allochtone huishoudens.

Daarnaast is er een toename te verwachten van het aantal ouderen met een onvolledige AOW- opbouw of - uitkering. Dit treft in hoofdzaak niet Westerse allochtonen. De groep huishoudens met een onvolledige AOW- opbouw of –uitkering die nu al een beroep moet doen op aanvullende bijstand zal hierdoor alleen maar groter worden. Het beleid moet erop gericht zijn dat deze groep niet alleen nu, maar ook in de toekomst geen beroep hoeft te doen op aanvullende bijstand.  

Dit kan bereikt worden door een toeslag op de AOW- uitkering door de Sociale Verzekerings Bank (SVB) die immers over de bestanden van deze groepen beschikt. 

VI Hogere arbeidsparticipatie

Wij zijn het eens met het SER-advies dat een hogere algemene arbeidsparticipatie essentieel is voor het economisch draagvlak voor collectieve voorzieningen die voor ouderen van belang zijn. In dat verband wordt in het SER-advies uitvoerig aandacht besteed aan een leeftijdsbewust personeelsbeleid. Geconstateerd moet echter worden dat in veel ondernemingen nog geen of nauwelijks aandacht wordt besteed aan dat leeftijdsbewust personeelsbeleid hetgeen heel duidelijk zichtbaar wordt bij reorganisaties en het opnieuw toetreden op de arbeidsmarkt door oudere werklozen. Het langer doorwerken wordt momenteel te zeer beheerst door negatieve prikkels in plaats van het bieden van mogelijkheden die er toe leiden dat mensen graag langer blijven werken.  

VII Zorg

Voor wat betreft de zorg verwijst de SER naar het eerder uitgebracht advies van de SER over de wijziging ziektekostenverzekering in 2000. In dat advies kunnen verzekerden kiezen tussen een uitgebreid standaardpakket, een beperkte basispolis of een daar tussen liggende polis. Daarbij wordt uitgegaan van een nominale premie. Het valt ons op dat de SER geen oordeel vormt over het stelsel zoals dat nu wordt voorgesteld. Men zou kunnen verwachten dat de SER kritiek zou hebben op de daarin opgenomen no-claim regeling waarbij vooral ouderen een groter risico lopen te worden ‘ gestraft’ en de jongeren, nog gezond zijnde worden ‘ beloond ’.

Wij handhaven onze opvatting dat het zorgstelsel het karakter moet hebben van een brede basisverzekering als sociale verzekering die het kenmerk draagt van solidariteit door middel van een inkomensafhankelijke premie.

In het SER-advies worden ook een aantal uitgangspunten geformuleerd voor nadere invulling van de WMO.

Wij kunnen daar kort over zijn en verwijzen naar de tien voorwaarden zoals geformuleerd door achttien maatschappelijke organisaties in het Manifest van 1 december 2004.

De LAO heeft inmiddels te kennen gegeven genoemd Manifest volledig te onderschrijven. Ter adstructie daarvan wordt het Manifest als bijlage bij dit advies gevoegd. 

Wij willen met betrekking tot de zorg nog wel een opmerking maken over de financiering van de ABWZ. De premie hiervan is momenteel 13,45% maar kent dezelfde premiegrens als de AOW namelijk 30.357 euro. Gelijk aan het  genoemde voorbeeld bij de AOW wordt door iemand gerelateerd aan het inkomen van 90.000 euro geen 13,45% betaald maar slechts 4,45%.  

Waar de financiering van de AWBZ aan de orde is menen wij dat ook hier de solidariteit tussen ‘ arm en rijk’ aan de orde is hetgeen moet leiden tot een verhoging van de premiegrens dan wel gelijk met de AOW ook de AWBZ verder fiscalisering.  

 

Bijlage  

Manifest aangeboden op  1 december 

Vooraf

Organisaties van consumenten, patiënten, cliënten, mantelzorgers en de vakbeweging zijn van mening dat ten aanzien van de financiering van de zorg grote problemen zijn en wij zijn bereid mee te denken over het zoeken naar oplossingen. Wij zijn van mening dat ten aanzien van de plannen voor de Wet Maatschappelijke Ondersteuning:

Dit kabinet de verkeerde diagnose stelt ten aanzien van de problemen in de zorg.

De voorstellen van het kabinet de problemen niet oplossen en de zorg niet goedkoper maken.

De gekozen oplossing tot grote problemen leidt voor burgers die noodzakelijk gebruik maken van zorg en voorzieningen.  

Uitgangspunten.

Burgers, jong en oud, moeten, indien zij dat wensen, in de gelegenheid zijn zolang mogelijk zelfstandig thuis te wonen en worden ondersteund door voldoende en adequate woon-, zorg- en welzijnsvoorzieningen.

In een nieuw stelsel voor langdurige zorg en ondersteuning dient volwaardige participatie en eigen regie over de persoonlijke situatie te worden gegarandeerd. Vraagsturing, keuzevrijheid en zeggenschap vormen daarbij essentiële uitgangspunten.

Behoud van kwaliteit en volume van werkgelegenheid voor medewerkers in de zorg moet worden gewaarborgd. Zorg en ondersteuning dient te worden verleend door gekwalificeerde medewerkers. De rol voor CAO partijen bij werkgelegenheidsgevolgen moet worden vastgelegd.  

 

10-voorwaardenplan voor de WMO  

De WMO dient een landelijk wettelijk kader te bevatten dat voldoet aan de volgende 10 voorwaarden:

  1. Recht op zorg in de vorm van individuele aanspraken op zorg en ondersteuning.
  2. Wettelijke verankering van de strekking van de inhoud van het Wvg protocol.
  3. Wettelijke verankering van de keuzemogelijkheid voor cliënten voor een verstrekking in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.
  4. Onafhankelijke, objectieve en integrale indicatiestelling op basis van landelijk vastgestelde criteria.
  5. Garantie op toereikende middelen, die zijn geoormerkt en jaarlijks worden bijgesteld in overeenstemming met de demografische ontwikkelingen binnen het provincie- en gemeentefonds.
  6. Kwantitatief en kwalitatief minimumniveau van voorzieningen, zowel op collectief als op individueel niveau, en beschikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen voor burgers met een minimum inkomen.
  7. Toetsbare en uniforme prestatieafspraken door gemeenten, een klachten-, bezwaar- en beroepsprocedure in de WMO en onafhankelijke toetsing van de kwaliteit zorg en ondersteuning vanuit cliëntenperspectief.
  8. Formele medezeggenschap van consumenten, cliënten, patiënten en mantelzorgers en hun vertegenwoordigende organisaties.

9.     Informatieplicht van gemeenten over het aanbod van zorg en voorzieningen en hun prestaties in dit kader.

  1. Voorzieningen ter erkenning en benoeming van het werk en de diensten van mantelzorgers.  

Dit manifest wordt ondersteund door de volgende organisaties:

Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV)

Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland (CG-Raad)

Cliëntenbond in de Geestelijke Gezondheidszorg

Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO)

De Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid (Sociale Alliantie)

De Nederlandse Woonbond

Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)

Federatie van Ouderverenigingen (FvO)

Landelijke Organisatie Cliëntenraden (LOC)

Landelijke Organisatie Regionale Patiënten Consumenten Platforms (LOREP)

Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF)

Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV)

Stichting Hoofd Hart en Vaten (Nederlandse CVA-vereniging „Samen Verder‰, Hartezorg)

Federatie van Hartpatiëntenorganisaties, Vereniging van Vaatpatiënten, Stichting Hart in Beweging, Vereniging Harten Twee, Contactgroep Marfan, Patiëntenvereniging Aangeboren Hartafwijkingen)

Stichting LPR, belangenorganisatie cliënten GGz  Vereniging Nederlands Astma Fonds

Vereniging van budgethouders Per Saldo

Vereniging van mantelzorgers LOT

(1 december 2004)  

 

<H6 style="TEXT-ALIGN: left" align=left>JAARVERSLAG 2004 </H6>

PvdA Landelijke Adviesgroep Ouderenbeleid (LAO)

Jessie Koene-Pijpers, secretaris  

In de tachtiger jaren van de vorige eeuw, toen ‘oud‘ uit was en ‘jong‘ in, hebben senioren in de PvdA het initiatief genomen om een landelijke groep ‘ouderenbeleid’ op te richten. Gekozen is voor een adviesgroep en niet voor een actiegroep. Hilda Verwey – Jonker was één van de initiatiefneemsters. Afgelopen jaar is zij op 24 juni op 96 jarige leeftijd overleden. Hilda, oud SER lid, was een drijvende kracht achter vele maatschappelijke bewegingen.

In 1984 drukte het toenmalige Partijbestuur haar waardering uit door de groep te erkennen als: Landelijke Adviesgroep Ouderenbeleid. De LAO was geboren.  

In de jaren van PvdA-voorzitter Felix Rottenberg braken er moeilijke tijden aan. Het mes ging in vrijwel alle adviesgroepen van de partij. Dankzij een lumineus idee van de toenmalige LAOvoorzitter Sienie Strikwerda heeft de LAO kunnen overleven. De LAO is gewoon verder gegaan als Landelijke Werkgroep Ouderenbeleid’ of  kortweg : LWO.  

Freek de Leeuw volgde Sienie Strikwerda als voorzitter op. Onder zijn voorzitterschap heeft de LWO zich opnieuw gebogen over de positie en taak in de partij. Wat bleek, de oorspronkelijke uitgangspunten golden nog steeds. Dan ligt het voor de hand dat de oude naam weer wordt opgepakt. Tijdens het PvdA-voorzitterschap van Ruud Koole is de LAO opnieuw als adviesgroep erkend en mocht zelfs drie leden leveren voor het PvdA Politiek Forum dat werd ingesteld. Na een evaluatie is de samenstelling van het Politiek Forum  gewijzigd en neemt de LAO deel met twee in plaats van drie leden. En zo kent de PvdA al twintig jaar een Landelijke Adviesgroep Ouderenbeleid, een feit dat in 2004, zij het bescheiden, is gevierd met een symposium in Lelystad.  

De LAO geeft gevraagd en ongevraagd adviezen aan de Tweede Kamerfractie en aan het Partijbestuur.

De adviezen, cq reacties hebben betrekking op effecten van het politieke beleid voor ouderen in Nederland op terreinen als: inkomen, participatie en educatie, wonen, mobiliteit en zorg. Ook Europa komt aan bod.  

LAO visie op senioren: ’ Een samenleving voor alle leeftijden’

De LAO ziet senioren als geïntegreerd in de samenleving. Dus niet als een aparte groep, laat staan als een groep, zoals de beeldvorming hardnekkig wil doen geloven, die zielig en hulpbehoevend is. Nee, 80% van de senioren zijn vitale burgers, die op hun wijze een bijdrage leveren aan de samenleving, niet in het minst in economisch opzicht.

Wel laat de seniorenwereld een grote diversiteit zien. Toch is er een gemeenschappelijk kenmerk en dat is, dat (vrijwel) alle 65-plussers in onze samenleving een positie buiten het betaalde ‘arbeidscircuit’ innemen. Een riskante positie, bijna te vergelijken met de positie van vrouwen nog geen vijftig jaar geleden ! Want toen was het nog vanzelfsprekend dat vrouwen of zij gestudeerd hadden of niet, binnenshuis de moederrol vervulden en hun mannen buitenshuis de kost verdienden. Aan die vanzelfsprekendheid is een eind gekomen en moeten ook meisjes ervoor zorgen dat zij economisch onafhankelijk van een partner in het leven kunnen staan. Niettemin zijn er veel 65 plussers, in het bijzonder alleenstaande vrouwen, die hun economische zelfstandigheid niet hebben kunnen verwerven en daardoor qua inkomenspositie duidelijk in de knel zitten.

Ten aanzien van 65-plussers valt lering te trekken uit het vrouwenemancipatieproces;

zij behoeven zeker geen sta in de weg te zijn voor de perspectieven van toekomstige generaties en dienen - samen met jongeren - na te denken over de inrichting en het functioneren van onze samenleving , zodat ook onze kinderen, klein- en achterklein- kinderen kunnen blijven profiteren van verworvenheden die wij, onze ouders en grootouders hebben gerealiseerd. 

Politieke waakzaamheid is geboden, niet in het minst voor 65 plussers. Zeker in een tijd waarin de verhoudingen in de leeftijdsopbouw tussen oud en jong ten nadele van oud dreigen uit te vallen.. Vanuit de positie van vitale 65-plusser loop je dan het risico ofwel uit het ( politieke) zicht te verdwijnen, ofwel als zondebok te moeten fungeren. Wat nu al opvalt en wat 65 plussers steeds meer onaangenaam treft,  is de gemakzucht waarmee eigentijdse problemen en vooral die op de terreinen van de gezondheidszorg en het inkomensbeleid zonder blikken of blozen afgewenteld worden op het onpersoonlijke begrip: vergrijzing. Moeten 65 plussers het zich zelf kwalijk nemen dat het merendeel van hen gelukkig nog ouder worden of is het niet eerder een vorm van beschaving dat op velerlei gebied de mogelijkheid geboden wordt op een lang leven? In ieder geval voor de LAO reden temeer het politieke beleid kritisch te volgen. Uiteraard in het besef dat het voor de PvdA veel moeilijker is te opereren als oppositiepartij dan wanneer ze deel uit maakt van de regering. 

 

LAO  advisering 

Bij het tot stand komen van LAO adviezen en reacties staan solidariteit en sociale rechtvaardigheid in onze samenleving voorop. Solidariteit tussen oud en jong, tussen senioren onderling, tussen arm en rijk. Ook de positie van veel (oudere) vrouwen en die van nieuwkomers, probeert de LAO daarbij niet uit het oog te verliezen.

De LAO brengt bij voorkeur schriftelijke adviezen uit, maar laat haar stem ook klinken binnen de partij, zoals op het Politiek Forum, waar de LAO vertegenwoordigd is.

Ook neemt de LAO deel aan activiteiten, zoals bij de viering van het twintig jarig bestaan van de JS en de deelname van de PvdA aan de jaarlijkse 50+ BEURS in de Jaarbeurs van Utrecht. Indien nodig of gewenst gaat ze in op uitnodigingen voor overleg met de PvdA Tweede Kamerfractie en het Partijbestuur.

De LAO organiseert al of niet in samenwerking met anderen studiebijeenkomsten. In september 2004 heeft de LAO in samenwerking met de Statenfracties van de PvdA en  Groen Links in het Provinciehuis van Flevoland te Lelystad een symposium georganiseerd over (gratis) openbaar vervoer. Dit symposium heeft mede geleid tot een LAO advies over vervoer, dat zeer recent aan de Tweede Kamerfractie is aangeboden.

In februari 2004 verscheen het LAO advies :  ‘Mobiliteit is participatie”.  

Onder de titel  “Senioren ZORG en over WONEN” droeg de LAO enkele punten aan om op te nemen in de nieuwe wet op de maatschappelijke dienstverlening.

In de reactie  “Zorgen om de Zorg” spreekt de LAO bezorgdheid uit over de voorgenomen wijziging van het zorgstelsel en in het advies “Een dilemma in de Zorg” laat de LAO zien hoe de solidariteit tussen zieken en gezonden, tussen arm en rijk in het nieuwe zorgstelsel onder druk komt te staan. De LAO pleit dan ook voor een zorgstelsel dat duidelijk het karakter draagt van een sociale verzekering door middel van een goed basispakket en een inkomensafhankelijke premie. Een pleidooi, dat overeenstemt met het pleidooi van de ouderenorganisaties in ons land.  

Er staat een nieuwe pensioenwet op stapel. Intussen heeft de LAO een reactie geformuleerd op het SER advies ‘ Van alle leeftijden’ . In haar reactie met name over de financiering van de AOW betrekt de LAO ook de discussie die daarover momenteel in het land wordt gevoerd. 

Voor wat betreft ‘nieuwkomers’ verwijst de LAO naar haar advies aan het Partijbestuur:

“Het betrekken van oudere burgers van buitenlandse origine bij de PvdA”.

 

LAO en het Partijbestuur 

De LAO heeft tot tweemaal toe schriftelijk gereageerd in het kader van de discussie in de partij over het Beginselprogramma. Ook heeft de LAO schriftelijk gereageerd op het eerste rapport van de Projectgroep Zorg PvdA, onder leiding van Steven de Waal: ‘ De Zorg als zorgenkind: onze diagnose’. Inmiddels is van genoemde commissie het tweede rapport verschenen onder de titel ‘ Zorg voor een gezond leven’. De LAO volgt de discussie hierover binnen de partij op de voet.

 

Korte lijn met Tweede Kamerfractie en Partijbestuur 

Om de lijn tussen de Tweede Kamerfractie, het Partijbestuur en de LAO zo efficiënt mogelijk te benutten,hebben de Kamerfractie en het Partijbestuur een contactpersoon aangewezen. Voor de Tweede Kamerfractie is dat Gerdi Verbeet. Voor het Partijbestuur heeft Maria Scali die taak aanvankelijk op zich genomen, maar in de loop van het jaar heeft ze deze taak overgedragen aan haar collega Partijbestuurslid Rob de Werd.

Beide contactpersonen wonen zoveel mogelijk de LAO bijeenkomsten bij. Berichten uit de Kamer en berichten uit het Partijbestuur zijn vaste agendapunten op de LAO agenda.

Ter wille van de efficiëntie vergadert de kerngroep zeven maal per jaar op het partijbureau in Amsterdam. De LAO in principe zeven maal per jaar in het Gebouw van de Tweede Kamer in Den Haag.   

LAO en het congres

Statutair heeft de LAO geen spreekrecht op het congres. Op verzoek heeft het Partijbestuur bij wijze van experiment besloten de LAO voor één jaar spreekrecht te verlenen. Het congres in februari 2005 heeft het besluit geaccordeerd. Tijdens het congres is vervolgens het woord gevoerd door de LAO leden Herman Hofman (over het beginselprogramma) en Chris Huijer (over het betrekken van allochtonen bij de partij). 

LAO – Respons

Onder de naam Respons zorgt de LAO driemaal per jaar voor een Nieuwsbrief.  Guus van Egdom, Inge Schut, Freek de Leeuw en Jessie Koene-Pijpers vormden de redactie. Guus, de eindredacteur zorgde tevens voor de lay-out. Maria Dijkman van het partijbureau verzorgde de verzending. Het redactieadres is ondergebracht bij het LAO secretariaat. Inge Schut en Guus van Egdom zagen zich helaas genoodzaakt begin 2005 hun taak neer te leggen.  

PvdA –site en de LAO 

De LAO vindt u ook op de PvdA site. www.pvda.nl  ( links  netwerken  aanklikken ).

Op verzoek van de LAO beheert Maria Dijkman het LAO onderdeel van de PvdA site. 

 

PvdA - LAO vertegenwoordiging in de Europese Senioren Organisatie 

Op Europees niveau hebben de sociaal democraten de ‘European Senior Organisation’ (ESO) opgericht. De PvdA is lid van de ESO en wordt daarin vertegenwoordigd door de LAO .Tweemaal per jaar organiseert de ESO een internationale bijeenkomst. Eenmaal in Brussel en eenmaal wisselend in een Europees land. 

Jenny Ytsma, Jessie Koene-Pijpers en Marije Laffeber, de internationale secretaris van de PvdA, waren in Brussel. Op verzoek van de LAO heeft de PvdA Jenny Ytsma als kandidaat voor een vice voorzitterschap voorgedragen. Daartoe is zij tijdens het congres in oktober 2004 in Zagreb gekozen. Dit congres werd verder vanuit de LAO bijgewoond door Freek de Leeuw en Jessie Koene-Pijpers. Rob de Werd maakte als lid van het  Partijbestuur deel uit van de delegatie.

Als speciale gast heeft de president van Kroatië het ESO congres in Zagreb toegesproken.

In 2005 organiseert de PvdA in samenwerking met de LAO op 5 november het ESO -congres in Rotterdam.  

 

PvdA - LAO vertegenwoordiging AGE Platform Nederland

Op Europees niveau hebben de ngo’s ( niet gouvernementele organisaties) zich verenigd in AGE Europe. Deze in Brussel gevestigde koepel reageert met betrekking tot seniorenbeleid richting het Europees Parlement en de Europese Commissie.

In Nederland is Age Nederland opgericht door het Nederlands Platform Ouderen en Europa (NPOE) en maakt nu deel uit van AGE Europe. Een groot aantal ngo’s is hierbij aangesloten; andere organisaties kunnen belangstellend lid zijn. Het secretariaat wordt gevoerd door het NPOE.

De PvdA is belangstellend lid van AGE Nederland en wordt vertegenwoordigd door de LAO. Tot zijn overlijden in 2004 heeft Tjerk Lanting die taak vervuld. In 2005 heeft Henk Eradus die taak voor één jaar op zich genomen. Uit andere hoofde maken de LAO-leden Jenny Ytsma en Herman Hofman deel uit van AGE Nederland.  

LAO medewerking aan PvdA  activiteiten

Op verzoek van de PvdA verleent de LAO medewerking aan de uitvoering van verschillende activiteiten, zoals de jaarlijkse 50+BEURS.

Sinds 2004 hoort daar ook de jaarlijkse dag bij voor nieuwe PvdA leden als zij uitgenodigd worden voor een bezoek aan de Tweede Kamer. Bij het verlenen aan medewerking voor PvdA activiteiten doet de LAO op haar beurt een beroep op lezers van Respons en /of ouderengroepen in de partij.  

 

PvdA ouderengroepen en de relatie met de LAO

In gewesten en in zes grote steden bestaan PvdA ouderengroepen. Ze vormen op zich zelf staande groepen en bestaan los van de LAO. Wel is uitwisseling van gedachten wenselijk. De vraag hoe, zal nog verder uitgediept worden. Communicatie per e-mail kan hierbij een rol van betekenis spelen.   

LAO grootte en samenstelling

De LAO is een groep van maximaal 18 PvdA-senioren, die vanuit hun persoonlijke betrokkenheid, specifieke kennis- en ervaring op de diverse beleidsterreinen gezamenlijk in staat zijn de deskundigheid van de groep als geheel te vergroten. Bij de samenstelling staan deskundigheid en betrokkenheid voorop. Dat neemt niet weg dat er ook zoveel mogelijk gestreefd wordt naar een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen in de groep en spreiding van de leden over het land  

LAO-werkwijze

De LAO kende in 2004 een kerngroep van zes personen. De kerngroep draagt zorg voor de beleidsvoorbereiding en het -uitvoerend werk. Ter wille van de beleidsvoorbereiding en de –uitvoering zijn enkele leden als ‘eerstverantwoordelijken‘ belast met de advisering op de beleidsterreinen. Zij geven aan of en wanneer advisering of een reactie nodig is. Indien wenselijk wordt er een apart werkgroepje ingesteld van leden in en/of buiten de LAO.  Zij kunnen eventueel anderen raadplegen.

Als gevolg van de ITC ontwikkeling kan de voorbereiding van een reactie of advies in kleine groepjes beperkt worden en de inhoudelijke discussie over het uit te brengen advies zoveel mogelijk in de LAO bijeenkomst plaatsvinden. Op de agenda van de kerngroep is het punt ‘voortgang advisering’ een vast agendapunt. 

Het LAO secretariaat is verantwoordelijk voor de coördinatie van het LAO werk. Voor de uitvoering werkt het secretariaat nauw samen met het partijbureau in de persoon van Maria Dijkman. Ook met de fractiemedewerkster van het PvdA Tweede Kamerfractie Gerdi Verbeet, Netty de Geest heeft het secretariaat veelvuldig contact.  

De penningmeester is verantwoordelijk voor het beheer van het toegekende budget op de PvdA begroting en werkt samen met het secretariaat en het partijbureau.  

Inmiddels is in 2005 besloten de kerngroep om te vormen tot een dagelijks bestuur op basis van een huishoudelijk reglement.

 

LAO- leden 2004

Freek de Leeuw, Eindhoven, voorzitter; Jessie Koene-Pijpers, Roermond, secretaris; Tonny Bruins-Brugman, Purmerend, penningmeester; Jan Hein Boone, Gouda; Henk Eradus, Leusden; Guus van Egdom, Nijmegen; Wim van Genderen de Bilt; Herman Hofman, Arnhem; Chris Huijer, Rotterdam; Anneke Jacobs-van Egmond, Middelburg. Wim Revet, Biddinghuizen; Toon Riemen, Berlicum; Jan Schuller, Den Haag; Joke Teuling, Amsterdam; Jenny Ytsma, Den Haag.

Eind  2004 is Tjerk Lanting, Steenwijk, overleden en heeft Jan Boekhoudt, Groningen bedankt als lid.

 

Vertegenwoordigers in de LAO vanuit :

Tweede Kamerfractie :             Gerdi Verbeet

Partijbestuur :               Maria Scali en Rob de Werd

Partijbureau :                Maria Dijkman.

 

LAO leden Kerngroep

Freek de Leeuw, Jessie Koene-Pijpers, Tonny Bruins- Brugman, Jan Hein Boone, Henk Eradus en Toon Riemen.

 

LAO Vaststelling jaarverslag

Tijdens de LAO bijeenkomst van 13 juni 2005 in het gebouw van de Tweede Kamer te Den Haag is het jaarverslag 2004 vastgesteld.


De PvdA en de 50PlusBeurs 

De 50PlusBeurs wordt dit jaar gehouden van woensdag 21 t/m zondag 25 september (dagelijks van 10.00 tot 17.00 uur) in de Jaarbeurs in Utrecht. Ook de PvdA is op deze beurs vertegenwoordigd met een stand. Deze is te vinden in hal 2 gang A standnummer 106. In de stand zijn verschillende

PvdA-leden, zowel politici als vrijwilligers, die met de beursbezoekers in gesprek zullen gaan. Ook u hopen we bij de stand te mogen begroeten!

Op het podium in de buurt van de stand wordt door de acht aanwezige politieke partijen iedere dag een debat georganiseerd over een actueel onderwerp. Ook de PvdA-politici zullen hieraan deelnemen.