Corporate governance, hedgefondsen en private equity
23 april 2008 - kort verslag van het Algemeen Overleg over corporate governance, hedgefondsen en private equity.
Blok 1: Kabinetsreactie op het rapport
van de Monitoring Commissie Corporate Governance Code; onderdeel
bezoldiging van bestuurders
Inbreng Kamerleden
De heer Omtzigt (CDA)
benadrukt dat aandeelhouders gaan over het beloningsbeleid van
vennootschappen. Dit is de afgelopen tijd geen wassen neus gebleken
toen aandeelhouder bij verscheidene ondernemingen het beloningsbeleid
niet hebben goedgekeurd. Het is goed dat het voornemen van tafel is om
pensioenopbouw boven een pensioengevend loon van € 185 000 af te
toppen, omdat de omkeerregeling een voorwaarde is gebleken voor de
ontwikkeling van het pensioenstelsel. De nu voorgestelde
belastingmaatregelen zijn effectiever. De definitie van tegenstrijdig
belang moet in de wet worden vastgelegd. Wat wordt precies bedoeld met
deze term? Het hebben van enkele aandelen moet geen belemmering zijn.
Wat vindt de regering van de suggesties van de heer Wijers om de
variabele beloning die moet worden uitgekeerd op basis van de
aandelenkoers, te bevriezen als sprake is van overnameonderhandelingen?
Blijven bestuurders werknemers van de vennootschap, of is het beter om
hen uit het arbeidsrecht te halen? Wellicht moeten de aanbevelingen van
de commissie-Frijns over de beloningen wettelijk worden verankerd, net
als de rest van de code-Tabaksblat. Op die manier is een vennootschap
in ieder geval verplicht om op basis van het principe «comply or
explain» uit te leggen waarom zij van de code afwijkt.
De heer Tang (PvdA)
vindt dat er het afgelopen jaar erg veel is verbeterd op het punt van
de topinkomens. Voor het eerst neemt een kabinet op topinkomens
gerichte fiscale maatregelen. Niet alleen de samenleving, maar ook het
bedrijfsleven is erbij gebaat dat tegenover topinkomens topprestaties
staan. Ook de symbolische waarde van de maatregelen is groot;
bestuurders moeten de enorme beloningen niet meer normaal vinden. Niet
alleen de bedrijven spelen hierbij een rol, maar ook de vakbonden. Zij
moeten ervoor zorgen dat de code een rol speelt bij de
cao-onderhandelingen. Heeft het kabinet al nagedacht over de vraag wat
er moet gebeuren als de voorgenomen maatregelen niet uitpakken zoals
bedoeld? Hoe zullen de ideeën van de commissie-Frijns om de rol van
aandeelhouders te versterken, terechtkomen in de code-Tabaksblat? De
verhouding tussen vaste en variabele beloning blijft een teer punt.
Opties zijn een bijzonder slecht beloningsinstrument. De
commissie-Frijns stelt voor om de variabele beloning te maximeren. In
hoeverre is volgens het kabinet de variabele beloning de oorzaak van de
verstoorde verhouding tussen prestaties en beloningen? Het is goed dat
het kabinet het tegenstrijdig belang bij overnames wettelijk verbiedt.
Bij deze overnames hebben zich in 2007 de belangrijkste excessen
voorgedaan. De waarde van aandelen en opties moet bij overnames worden
bevroren. Wat wordt de positie van de directeur-grootaandeelhouder
(dga) als het tegenstrijdig belang wettelijk wordt verboden? In
hoeverre zal het nog mogelijk zijn om achteraf discretionair een bonus
te geven als de beloning bij overname wordt bevroren maar de overname
wel gewenst is?
Volgens mevrouw Kos¸er Kaya (D66) is het
belangrijk om een onderscheid te maken tussen de private sector
enerzijds en de (semi)publieke en publieke sector anderzijds. Bij de
laatste heeft de overheid een taak, omdat deze draaien op
belastinggeld. Ook rond wanbestuur in de private sector bestaan regels.
Die worden echter nauwelijks toegepast. Wat is daarvan de oorzaak? Als
de raad van commissarissen enkel het belang van het bedrijf en niet dat
van de bestuurders zou vertegenwoordigen, zouden de problemen rond de
bezoldiging niet bestaan. Aanpassing van de beloningsstructuur door de
overheid zonder de onderliggende problemen aan te pakken, is niet de
juiste oplossing omdat regelgeving altijd kan worden omzeild. Bovendien
wordt het moeilijker om kwalitatief goede bestuurders aan te trekken en
te belonen op grond van prestaties als de overheid ingrijpt in de
beloningsstructuur. De alternatieven voor inperking van aftrekbaarheid
van pensioenpremie, waar in de motie-Kortenhorst (31 205, nr. 38) om
werd gevraagd, hebben op hun beurt ook weer onaantrekkelijke effecten.
Zo kan de voorgenomen werkgeversheffing van 30% op vertrekvergoedingen
bij een inkomen vanaf € 500 000 leiden tot hogere brutosalarissen en
naar het buitenland vertrekkende bedrijven (Frijns in de Volkskrant, 20
december 2007). Hoe wil de minister deze effecten beperken? Mevrouw
Karabulut (SP) vindt dat het erg lang heeft geduurd voordat het kabinet
met maatregelen is gekomen om het graaien aan de top van het
Nederlandse bedrijfsleven te stoppen. Het is betreurenswaardig dat de
eerder aangekondigde maatregelen, zoals de aftopping van de
pensioenopbouw en de villabelasting, zijn gesneuveld. De nu aangedragen
maatregelen lijken schijnoplossingen en hebben slechts betrekking op
een zeer klein deel van het inkomen van topbestuurders. Zelfregulering
blijft het devies, maar de transparantie en zelfregulering die is
ontstaan door de invoering van de code-Tabaksblat hebben in de praktijk
geleid tot nóg hogere topsalarissen. Is de minister bereid om
wettelijke maatregelen te treffen? Er moet een wettelijk verbod komen
op prestatieloon of een wettelijk maximum hiervoor worden vastgelegd.
Verder moeten de beloningen van topbestuurders onder de cao’s worden
gebracht, zodat de relatie wordt hersteld tussen beloningen aan de top
en op de werkvloer. Gaat het kabinet zich hiervoor hard maken? Waarom
wordt het belastingtarief dat werkgevers moeten betalen over excessieve
vertrekvergoedingen op slechts 30% gesteld en waarom wordt deze
vergoeding pas belast als die het jaarsalaris overstijgt? Wanneer zijn
vertrekvergoedingen excessief? Waarom kunnen topbestuurders op basis
van hun eindloon pensioen opbouwen? Waarop is het tarief van 15%
werkgeversheffing op bovenmatige pensioenpremie gestoeld? Waarom geldt
deze heffing pas vanaf een inkomen van € 500 000? Managers die een
persoonlijk financieel belang hebben bij een bedrijfsovername, mogen
niet meer deelnemen aan overnamegesprekken. Wanneer is precies sprake
van tegenstrijdig belang? Heeft een topmanager niet altijd een
persoonlijk belang bij overname? Wanneer en hoe wordt het
beloningspakket bevroren? Wordt het tarief op de winst van private
equity managers van 1,2% verhoogd tot de gebruikelijke 52%? Ook de heer
Weekers (VVD) wijst op het verschil tussen bezoldiging in de
(semi)publieke en de private sector. De topsalarissen bij
publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) moeten worden
vastgesteld door de minister. Daarbij moet de mogelijkheid van
afwijking van de Balkenendenorm open blijven, want het Rijk moet de
juiste personen op belangrijke posten kunnen blijven benoemen. Wanneer
worden overigens besluiten genomen over de ministerssalarissen naar
aanleiding van de adviezen van de commissie-Dijkstal? In de private
sector ligt de verantwoordelijkheid voor beloningen bij de bedrijven
zelf, gecontroleerd door een systeem van checks and balances binnen de
bedrijven. De naleving van de code-Tabaksblat is echter op het punt van
de bezoldiging tot nu toe teleurstellend. Hierin zal verbetering komen,
onder andere omdat aandeelhouders een toenemend kritische rol spelen
bij de toekenning van beloningen. Bovendien leidt de maatschappelijke
discussie over excessieve beloningen ertoe dat raden van commissarissen
het beloningsbeleid moeten actualiseren. Er komt een regeling rond
communicatie tussen bestuur en aandeelhouders. Heeft deze regeling ook
effect op de mogelijkheid van communicatie tussen aandeelhouders
onderling? Zij moeten meer mogelijkheden krijgen om te reageren op
tussentijdse besluiten van de raad van commissarissen over het
beloningsbeleid. Het is voor aandeelhouders onvoldoende als zij dit
beleid alleen kunnen goed- of afkeuren tijdens de
aandeelhoudersvergadering. De heer Weekers is tegen de voorgestelde
werkgeversheffing van 30% op vertrekvergoedingen, omdat dit de facto
leidt tot een toptarief van 63%. Zo’n «symbooltaks» is niet in het
belang van de aandeelhouder. Als de maatregel effect heeft en de gouden
handdrukken verdwijnen, dan zal dit ook effect hebben op de budgettaire
opbrengst van de overheid. Hoe gaat het kabinet daarop reageren? De
arbeidsrechtelijke bescherming voor bestuurders moet worden afgeschaft.
Verder moeten de belemmeringen worden weggenomen voor
certificaathouders om in een aandeelhoudersvergadering te kunnen
stemmen. De ondernemingsraad mag slechts een adviserende rol krijgen in
het bezoldigingsbeleid.
De heer Tony van Dijck (PVV) vindt,
met het kabinet, dat exhibitionistische zelfverrijking door
topbestuurders aan banden moet worden gelegd, zeker als de verhouding
tussen prestatie en beloning zoek is. Hij is het eens met veel van de
maatregelen die het kabinet op dit punt voorstelt. Het variabele deel
van de beloning moet worden gemaximeerd. Bij overnameonderhandelingen
moeten de koersen van aandelen en opties van bestuurders worden
bevroren. Echter, de maatregel om bestuurders uit te sluiten van de
overnameonderhandelingen als zij aandelen bezitten, lijkt onwerkbaar.
Hoe denkt men verder de voorgestelde maatregelen, met name in de
publieke sector te handhaven? Daar moeten loonstijgingen van
bestuurders gelijk opgaan met die van andere medewerkers. Nu worden
uitzonderingen daarop nog te vaak geaccepteerd. Het bezoldigingsbeleid
is de verantwoordelijkheid van commissarissen en aandeelhouders.
Fiscale maatregelen tegen excessieve beloningen zijn onwenselijk, omdat
die zullen worden omzeild. Bovendien worden niet de bestuurders door
deze maatregelen getroffen, maar de vennootschap zelf en indirect de
aandeelhouders. Tevens wordt het vestigingsklimaat erdoor aangetast.
Hoe beoordeelt de commissie-Frijns de voorgestelde fiscale maatregelen?
Volgens de heer Vendrik (GroenLinks) reageert de regering veel te
lankmoedig op de slechte naleving van de regels van de code-Tabaksblat
rond het beloningsbeleid. Men is er niet in geslaagd om met de
introductie van de code een cultuur van matiging te scheppen. Dat is
niet verbazingwekkend, want daarvoor was de code niet bedoeld. Daarom
moet die op het punt van de bezoldiging worden aangepast. Variabele
beloning moet worden teruggedrongen. De overheid moet werken aan het
herstel van de relatie tussen de werkvloer en de top van Nederlandse
ondernemingen en moet ervoor zorgen dat de code-Tabaksblat op dit punt
wordt aangepast. Het lijkt erop dat algemene beginselen van fatsoenlijk
inkomensbeleid worden uitgeruild tegen de bescheiden maatregelen die
het kabinet nu voorstelt en die slechts zijn gericht op excessen bij
overnames.
Net als de commissie-Frijns blijft ook de heer Cramer (ChristenUnie)
uitgaan van zelfregulering door het bedrijfsleven. De overheid moet
zich steeds afvragen in hoeverre zij zeggenschap heeft over de hoogte
van beloningen in de private sector. Beteugeling van excessieve
beloningen moet een soort ethische regel worden voor ondernemingen. Tot
nu toe heeft zelfregulering echter te weinig resultaat gehad. Wat gaat
de minister doen als straks blijkt dat de code-Tabaksblat op het punt
van de bezoldiging blijvend onvoldoende wordt nageleefd? Wat heeft hij
gedaan met de toezegging om te zorgen voor een grotere prikkel bij
aandeelhouders om excessieve beloningen tegen te gaan? Is hij bereid om
bijvoorbeeld de dividendbelasting te verhogen als bedrijven de code
niet toepassen? Als bestuurders tijdens overnameonderhandelingen een
tegenstrijdig belang hebben, worden zij voortaan van die
onderhandelingen uitgesloten. Wanneer is precies sprake van een
tegenstrijdig belang? Kunnen dga’s straks niet meer over hun eigen
onderneming meebeslissen? Kunnen bestuurders wel blijven meebeslissen
als hun aandelen- en optiepakket wordt bevroren? Het Rijk moet in de
publieke sector het goede voorbeeld geven. Daarom moeten er concrete
voorstellen komen om excessieve beloningen in deze sector tegen te
gaan. Hoe staat het met wetgeving op dit punt?
Antwoord van de bewindslieden: minister Bos en staatssecretaris De Jager
De minister van Financien benadrukt
dat het kabinet-Balkenende IV het eerste kabinet is dat concrete
maatregelen neemt tegen excessen bij de beloning van topbestuurders. De
twaalf in de bijlage bij de brief genoemde maatregelen zijn er veel
meer dan in het coalitieakkoord werden genoemd. Aan de ene kant komen
excessen in de praktijk nog steeds voor en nemen zij soms zelfs in
omvang toe, maar aan de andere kant nemen aandeelhouders,
commissarissen en bestuurders steeds vaker hun verantwoordelijkheid.
Problemen
met excessieve bezoldigingen spelen zeker niet alleen in Nederland. Het
punt staat op de agenda van de komende Eurogroep. Naarmate meer
Europese landen maatregelen nemen, verwatert het argument dat deze
maatregelen het vestigingsklimaat schaden.
Het kabinet heeft
niet de bevoegdheid om zaken wel of niet in de code- Tabaksblat op te
nemen, want deze code is een instrument van zelfregulering. De overheid
is slechts in zoverre betrokken bij de code dat in de wet staat waar
deze te vinden is en dat bedrijven geacht worden ermee om te gaan op
basis van «comply or explain». Als het parlement en de regering vinden
dat de code niet voldoet, moeten zij zich afvragen of wetgeving nodig
is. Dat gebeurt ook nu, want het vertrouwen in zelfregulering kent
grenzen. Wettelijke maatregelen zijn nu noodzakelijk, omdat een aantal
excessen niet via zelfregulering en de code zijn opgelost. Er is geen
ander land waar dit op een zo voortvarende manier wordt aangepakt.
Bij
bedrijven waarin de staat deelneemt, kan en zal de overheid zich als
aandeelhouder hard maken voor herstel van de koppeling tussen de
beloningsontwikkeling op de werkvloer en aan de top. Bij private
partijen heeft de overheid slechts de rol van wetgever, niet die van
aandeelhouder, en heeft zij op dit punt veel minder directe invloed.
De
minister is tegen een wettelijke maximering van variabele beloning,
omdat dit waarschijnlijk leidt tot een vergelijkbare verhoging van de
vaste beloningscomponent. Daardoor zullen ook slecht presterende
bestuurders een hoger vast salaris genieten. De maatschappelijke
verontwaardiging zal daardoor alleen maar toenemen. Variabele
beloningen moet daarom niet bij wet worden verboden, maar openbaar
worden gemaakt, zodat op een transparante manier kan worden vastgesteld
wat de verhouding is tussen de beloning en de geleverde prestaties.
Bovendien is juist voor startende ondernemingen de mogelijkheid om
beloningen toe te kennen door middel van aandelen of opties
buitengewoon belangrijk. Uiteraard kunnen in de code wel
randvoorwaarden voor variabele beloning worden opgenomen.
Bestuurders
moeten in principe niet kunnen afwijken van gemaakte afspraken over
beloningen zonder dat de aandeelhouders dit weten en zij hierover hun
oordeel hebben kunnen uitspreken. De commissie-Frijns doet op dit punt
enkele aanbevelingen. De overheid heeft niet de bevoegdheid om
beloningen onder een cao te brengen, want dat is een zaak van
werkgevers en werknemers.
De clausule dat bestuurders met een
tegenstrijdig belang niet kunnen deelnemen aan besluitvorming over een
overname, loopt mee in het wetsvoorstel «bestuur en toezicht», dat door
de minister van Justitie wordt opgesteld. Bij de uitwerking van dit
wetsvoorstel worden allerlei vragen rond dit thema betrokken, zoals de
vraag wanneer precies sprake is van tegenstrijdig belang en de vraag
hoe in dit opzicht zal worden omgegaan met de dga. Tijdens het
wetgevingsproces zou ook kunnen blijken dat naast de
uitsluitingsclausule andere manieren om tegenstrijdige belangen tegen
te gaan effectiever zijn. Te denken valt aan het bevriezen van de
waarde van de aandelen en opties of een claw back clausule voor
commissarissen. In hetzelfde wetsvoorstel zal waarschijnlijk een
bepaling worden opgenomen waarin de arbeidsrechtelijke relatie van de
bestuurder met de vennootschap wordt doorgesneden.
De vier op
pagina 10 van de brief aangekondigde wettelijke maatregelen tegen
excessieve beloning van topbestuurders komen in de plaats van de bij
het aantreden van het kabinet aangekondigde aftopping van de
pensioenopbouw. Volgens de minister is dit een goede uitruil, want door
te dreigen met één maatregel wordt nu gewerkt aan vier maatregelen
waarvoor tot nu toe in het parlement geen meerderheid te vinden was. De
pensioenaftopping waarvan nu wordt afgezien, zou bovendien leiden tot
veel onbedoelde neveneffecten, terwijl de vier nu aangekondigde
maatregelen zeer specifiek zijn gericht op bestrijding van de excessen.
Het
is nog te vroeg om te gaan werken aan een wettelijke verankering van de
aanbevelingen van de commissie-Frijns. Voor de zomer zal de commissie
nog een rapport uitbrengen waarin dieper wordt ingegaan op de rol van
commissarissen. Vervolgens wordt de commissie-Frijns wellicht ook de
commissie die de volgende versie van de code-Tabaksblat opstelt. Het
kabinet verwacht dat de aanbevelingen van de commissie- Frijns in die
nieuwe versie worden opgenomen. Eind 2008 moet er zicht zijn op zo’n
nieuwe code. Daarna kan het parlement daarover zijn oordeel uitspreken
en naar aanleiding daarvan kan worden bezien of nadere regelgeving of
andere maatregelen nodig zijn.
De staatssecretaris meldt dat hij
het wetsvoorstel rond de voorgestelde fiscale maatregelen direct na het
meireces bij de Kamer wil indienen. De maatregelen zijn geen
symbolische maatregelen, maar hebben wel een grote symbolische waarde.
Er kan een normerend karakter van uit gaan dat aansluit op de
code-Tabaksblat. Men verwacht dat de vier belastingmaatregelen zeer
effectief zullen zijn. Als bestuurders de beloningsstructuur niet
aanpassen, zal de overheid namelijk meer belasting kunnen heffen over
de excessieve beloningen. Als er wel wordt aangepast, komen de
beloningen weer te liggen binnen maatschappelijk aanvaardbare grenzen.
Bij beide situaties is de samenleving gebaat. De maatregelen zullen
nauwkeurig worden gemonitord, zodat direct kan worden ingegrepen als ze
leiden tot ongewenste gedragsveranderingen. Het budgettaire effect voor
de overheid speelt geen rol, want gedragseffecten van
belastingmaatregelen worden niet meegewogen in de raming. Omdat de vier
voorgestelde belastingmaatregelen veel meer zijn toegespitst op
excessen dan de meer algemene pensioenaftopping die aanvankelijk werd
voorgesteld, zal het vestigingsklimaat niet worden geschaad. Ter
voorkoming van die schade is ook een grens gelegd bij een
pensioengevend loon van € 500 000. Hoe ervoor wordt gezorgd dat de
maatregelen zich zeer specifiek richten op excessieve vergoedingen, zal
duidelijk worden gemaakt in het wetsvoorstel. De nieuwe belasting op
excessieve vertrekvergoedingen zal niet leiden tot een verhoging van
het brutoloon evenredig aan de belastingheffing, omdat het hierbij gaat
om een werkgeversheffing, die de vennootschap treft en niet de
belastingplichtige. Wat precies onder vertrekvergoedingen wordt
geschaard, zal in het wetsvoorstel nader worden aangeduid. De inkomsten
van private equity managers komen vaak voor een deel voort uit arbeid
en voor een ander deel uit beleggingen. De manier waarop daartussen
onderscheid wordt gemaakt, zal nader worden uitgewerkt in het
wetsvoorstel. De dividendbelasting is geen geschikt instrument om
bedrijven mee aan te pakken die de code blijvend niet toepassen, omdat
deze belasting wordt geheven bij de aandeelhouder. De vennootschap is
hierbij slechts de inhoudingsplichtige. Ook de vennootschapsbelasting
is geen geschikt middel, omdat niet alle organisaties die met de code
te maken hebben, vennootschapsbelasting betalen. De werkgeversheffing
lijkt het meest effectieve middel.
Nadere gedachtewisseling
Volgens de heer Tony van Dijck (PVV) is
het te vroeg om nu al wettelijke en fiscale maatregelen te nemen, omdat
de code-Tabaksblat en de zelfregulering nog niet de tijd hebben gehad
om zichzelf te bewijzen. Er zijn allerhande positieve ontwikkelingen
gaande.
Volgens de heer Vendrik (GroenLinks)
heeft de regering wel degelijk invloed op de inhoud van de
code-Tabaksblat. Die is immers destijds onder hevige druk van het Rijk
en de dreiging met wettelijke maatregelen tot stand gekomen. Op
dezelfde manier kan ook nu vernieuwing van de code worden afgedwongen.
Volgens de minister moeten wettelijke en fiscale maatregelen niet
langer worden uitgesteld, omdat de problematiek daarvoor te ernstig is
en omdat de publieke verontwaardiging over de excessen serieus moet
worden genomen. Bovendien zijn de voorgestelde maatregelen erg goed.
Blok
2: Kabinetsreactie op het rapport van de Monitoring Commissie Corporate
Governance Code; overige onderdelen van de brief Vragen en opmerkingen
uit de commissie
Inbreng kamerleden
De heer Omtzigt (CDA)
benadrukt dat ondernemingen de spil van de economie vormen en meer zijn
dan vluchtige combinaties van arbeid en kapitaal; het zijn
gemeenschappen waarin mensen hun talenten kunnen ontplooien. Iedereen
heeft een aandeel in dit proces, maar in de afgelopen jaren is de
balans enigszins doorgeslagen naar de kant van de aandeelhouders. Dit
evenwicht moet worden hersteld. In Het Financieele Dagblad van 22 april
doet CDA-fractievoorzitter Van Geel een aantal voorstellen om de
aandeelhouder uit de anonimiteit te halen. De positie van vrouwen aan
de top van het Nederlandse bedrijfsleven is vergeleken met elders in
Europa weinig rooskleurig. In het rapport-Frijns wordt geen
streefcijfer genoemd voor het aantal vrouwen in de top van het
bedrijfsleven. Wat kan de commissie op dit punt meer doen dan ze nu
doet? Het zou goed zijn als bedrijven extra dividend mogen uitkeren aan
loyale aandeelhouders en er moet een mogelijkheid komen om hun extra
stemrecht te geven. Volgens de wet is loyaliteitsdividend verboden,
maar de Hoge Raad heeft DSM toestemming gegeven om zulk dividend tot op
zekere hoogte uit te keren. Kan de regering in een notitie op een rij
zetten wat op dit punt geoorloofd is en hoe meer mogelijk kan worden
gemaakt? In de code-Tabaksblat staat dat bij een openbaar overnamebod
een afkoelingsperiode van 180 dagen in acht moet worden genomen. De
code is echter niet wettelijk afdwingbaar en partijen hebben vaak haast
als bij overnames wordt geboden. Kan de afkoelingsperiode van 180 dagen
in de wet worden verankerd? Kan de regering deze zomer een verkenning
uitvoeren naar de mogelijkheden om een marktmeester in te stellen?
Wanneer komt het kabinet met een standpunt over het SER-advies voor
overnameregels?
Volgens de heer Kalma (PvdA)
zit er een weeffout in de code-Tabaksblat. Alles draait daarin om de
aandeelhouders en hun relatie tot het bestuur van de onderneming, maar
de positie van de werknemers ontbreekt. Zo is het agressieve
aandeelhouders te gemakkelijk gemaakt om hun zin door te drijven door
de raad van commissarissen naar huis te sturen. Nederland blijkt op dit
moment een van de minst tegen dit soort aandeelhouders beschermde
economieën te zijn. Een discussie hierover is al gepland; de
voorstellen van de heer Van Geel en de heer Omtzigt zijn niet nieuw. De
code kent meer tekortkomingen. Zo heeft de commissie-Tabaksblat nooit
regels over maatschappelijk verantwoord ondernemen willen opnemen en
ook op de terreinen beloningsbeleid en de diversiteit in de top van
bedrijven stelt de commissie zich uiterst terughoudend op. Daardoor
dreigt de code een minder centrale plaats in het stelsel van corporate
governance te krijgen dan hij verdient. Als zelfregulering stelselmatig
achterblijft bij legitieme maatschappelijke verwachtingen zal het
alternatief, namelijk regulering door de overheid, weer wat meer op de
voorgrond komen te staan. Wordt de Kamer betrokken bij een besluit over
de vraag welk vervolg wordt gegeven aan de commissie-Frijns? De
commissie doet binnenkort aanbevelingen voor wijzigingen in de code.
Worden de Kamer, maar ook het kabinet en stakeholders betrokken bij
besluiten hierover? Tijdens een algemeen overleg in december 2004 heeft
de toenmalige minister Donner van Justitie hierover toezeggingen
gedaan. Hij zei bij die gelegenheid dat te zijner tijd zou worden
bezien op welke wijze de Kamer bij het proces van aanpassing van de
code kan worden betrokken. Kan de minister de te volgen procedure
schetsen? De positie van vrouwen in raden van commissarissen en raden
van bestuur is erg zwak en wordt nauwelijks beter. De commissie-Frijns
onderkent het probleem maar zet niet de logische stap om op dit punt
streefcijfers in de code vast te leggen. De heer Kalma stelt voor om
ernaar te streven dat over een paar jaar 25% tot 30% van de leden van
de raden vrouw is. Ook moet er aandacht komen voor die elementen in de
topmanagerscultuur die het voor vrouwen moeilijk maken om daarin door
te dringen. Is het kabinet bereid om de voorkeur voor ambitieuze
streefcijfers in een brief onder de aandacht van de commissie te
brengen? Als de commissie geen streefcijfers in de code wil opnemen,
moeten wettelijke quota worden ingevoerd, want glazen plafonds
verdwijnen niet vanzelf. De situatie in Noorwegen bewijst dat met
wettelijke quota goede resultaten kunnen worden geboekt.
Mevrouw Kos¸er Kaya (D66)
vindt dat private equity en hedge funds kunnen bijdragen aan een betere
werking van de kapitaalmarkt en aan innovatie. In het artikel in Het
Financieele Dagblad van 22 april heeft CDA-fractievoorzitter Van Geel
het in dit kader over «sprinkhanengedrag». Wat vindt de minister van
deze kwalificatie? Nadat de regering binnenkort de wetsvoorstellen
heeft ingediend waarin de aanbevelingen uit het tweede rapport van de
commissie-Frijns nader worden uitgewerkt, zal over die voorstellen en
de uitvoerbaarheid ervan uitgebreid worden gesproken. Kan de minister
investeerders echter nu alvast geruststellen door zich te distantiëren
van de voorstellen die de heer Van Geel in dit kader in het artikel in
Het Financieele Dagblad het Financiële Dagblad doet? Een wezenlijk
kenmerk van aandelen is dat zij anoniem kunnen worden aangeschaft. De
bevoogdende voorstellen van de heer Van Geel geven blijk van een
fundamenteel onbegrip van de werking van het financieel systeem. Uit
onderzoek blijkt dat quota geen effectief middel zijn om het aantal
vrouwen in de top van het bedrijfsleven te verhogen (zie
onderzoeksrapport «Women Matter» van bureau McKinsey). Ondernemingen
moeten wel verplicht worden om transparant te zijn over hun
diversiteitsbeleid door cijfers openbaar te maken. De commissie-Frijns,
maar ook Sybilla Dekker (charter «Vrouwen aan de Top») doen hiervoor
voorstellen. Fundamentele keuzes zijn nodig om het voor meer vrouwen
mogelijk te maken in topfuncties te functioneren, zoals de keuze voor
modernisering van het ontslagrecht, voor de afschaffing van het
ambtenarenrecht en voor flexibilisering van de werkdag. Wat is het
standpunt van de minister?
Volgens de heer Irrgang (SP)
is de macht van aandeelhouders doorgeschoten. CDA-fractievoorzitter Van
Geel doet in zijn artikel in Het Financieele Dagblad een aantal goede
voorstellen om hierin verbetering te brengen, hoewel de meeste
voorstellen niet nieuw zijn. Het voorstel om te komen tot een Takeover
Panel naar Brits model is minder goed, omdat zo’n panel in het Verenigd
Koninkrijk alleen het belang van aandeelhouders dient.
Overnameprocessen behoeven meer regulering. Waarschijnlijk kan de AFM
die taak in Nederland goed op zich nemen. Daarbij moeten de belangen
van alle stakeholders in het oog worden gehouden. Het is een nobel
streven om aandeelhouders voor langere termijn aan de onderneming te
binden, maar hoe realistisch is dit? Hoe zit het precies met de
wettelijke mogelijkheden om trouwe aandeelhouders extra stemrecht te
geven? Is nieuwe wetgeving op dit punt noodzakelijk? Naar aanleiding
van grote problemen met beleggingsinstellingen in de VS heeft de
commissie-Winter in 2004 geadviseerd, beleggingsinstellingen te
verplichten om een raad van commissarissen in te stellen. Toentertijd
hebben de AFM en de toenmalige minister van Financiën deze aanbeveling
overgenomen. De gedragscode die nu wordt voorgesteld, is veel te
vrijblijvend. Waarom is de verplichte raad van commissarissen uit beeld
geraakt?
De heer Weekers (VVD) benadrukt
dat de code-Tabaksblat is ingesteld om de positie van aandeelhouders te
versterken, omdat er een tegenwicht moest worden gevormd tegen de macht
van de «old boys networks» en affaires zoals bij Ahold. Aandeelhouders
maken nu gebruik van hun versterkte positie om de raad van
commissarissen scherp te houden. Agressieve aandeelhouders moeten
kunnen worden aangepakt en er moeten wellicht maatregelen worden
genomen om overnameprocessen ordelijker te laten verlopen. Het is
echter niet goed om assertieve aandeelhouders, met name institutionele
beleggers, weer monddood te maken. De voorstellen van
CDA-fractievoorzitter Van Geel in Het Financieele Dagblad neigen soms
naar protectionisme. Ook nadat de commissie-Frijns haar taak heeft
afgerond, moet er in Nederland een Monitoring Commissie Corporate
Governance Code blijven die de naleving van de code in de gaten houdt
en hem van tijd tot tijd actualiseert. Niet alleen de communicatie
tussen de onderneming en de individuele aandeelhouder moet worden
bevorderd, maar ook die tussen aandeelhouders onderling. Worden
voorstellen daartoe in de wetsvoorstellen opgenomen? De drempel om
gebruik te maken van het agenderingsrecht mag niet worden verhoogd. Er
is niets tegen langetermijnaandeelhouderschap, maar maatregelen die dit
bevorderen mogen niet resulteren op een vorm van handelsboete. Ontvangt
de Kamer nog vóór de behandeling van de aangekondigde wetsvoorstellen
de resultaten van het onderzoek dat naar aanleiding van de
motie-Weekers wordt gedaan naar de manieren waarop men in andere landen
het tegenstrijdig belang aanpakt? De aanbevelingen van de
commissie-Frijns om diversiteit in de top van het bedrijfsleven te
bevorderen, zijn te mager. Quota zijn geen goed middel om de
diversiteit te bevorderen; de voorstellen van mevrouw Dekker zijn
beter. Zulke voorstellen krijgen meer dynamiek als streefcijfers in de
code-Tabaksblat worden opgenomen, waardoor het principe van comply or
explain op diversiteit van toepassing wordt.
De heer Tony van Dijck (PVV)
ziet niets in streefcijfers, quota of positieve discriminatie om de
diversiteit in de top van het bedrijfsleven te bevorderen. Er moet
altijd kunnen worden gekozen voor de beste man of vrouw. Bij het
principe van comply or explain wordt voor de uitleg steeds meer
gebruikgemaakt van nietszeggende standaardformuleringen. Het niet
toepassen van de code en dus uitleggen (explain), hoort een hoge
uitzondering te zijn. Hoe kan ervoor worden gezorgd dat bedrijven
minder gemakkelijk voor uitleggen kiezen? De naleving van de code is
een wettelijke verplichting en moet dus op 100% uitkomen. Bij
levensverzekeringsmaatschappijen blijft de naleving zelfs steken op
53%. Welke sancties kan de minister inzetten om ervoor te zorgen dat de
nalevingscijfers hoger worden? Het is goed als ondernemingen
mogelijkheden krijgen om aandeelhouders voor langere termijn aan zich
te binden. Wat zijn de wettelijke mogelijkheden? Hoe kan worden
voorkomen dat dergelijke maatregelen andere aandeelhouders benadelen?
De heer Vendrik (GroenLinks)
vindt het belangrijk dat in de Kamer wordt gesproken over de vraag hoe
het Nederlandse bedrijfsleven moet worden geleid. De huidige structuur
leidt ertoe dat aandeelhouders en bestuurders te veel gericht zijn op
rendement op de korte termijn, wat funest is voor duurzaamheid en
innovatie. Het zou goed zijn als het kabinet een fundamentele visie op
de organisatie van het Nederlandse bedrijfsleven opstelt, zodat de
Kamer hierover kan discussiëren. Het artikel van CDA-fractievoorzitter
Van Geel in Het Financieele Dagblad kan hiertoe een aanzet zijn.
Maatregelen die het ondernemingen mogelijk maken om aandeelhouders voor
langere termijn aan zich te binden, kunnen een belangrijke rol spelen
bij de bestrijding van de kortetermijncultuur in Nederlandse bedrijven.
Welke maatregelen gaat de minister nemen? De aanbevelingen van de
commissie-Frijns rond diversiteit zijn veel te vrijblijvend. Het
Nederlandse bedrijfsleven loopt op dit punt zwaar achter. De code moet
op dit punt fors worden aangescherpt. Als dat niet mogelijk blijkt,
moet het kabinet komen met voorstellen voor wettelijke maatregelen.
Alle fiscale premies op kortetermijndenken moeten worden afgeschaft.
Vorig jaar is het kabinet verzocht om te onderzoeken of door de fiscus
overnames met vreemd vermogen worden bevorderd. Hoe staat het met dat
onderzoek?
Antwoord van minister Bos
De minister van Financiën
stelt vast dat veel van wat door Kamerleden is aangevoerd, gaat over
punten uit het rapport van de commissie-Frijns, over
ondernemingsbestuur en aandeelhoudersactivisme. In voorbereiding op de
discussie in de Kamer over dit tweede rapport is de regering ingegaan
op het evenwicht tussen de verschillende partijen die betrokken zijn
bij het bestuur van een onderneming. Na een fundamenteel debat hierover
is geconcludeerd dat maatregelen nodig zijn om er in de eerste plaats
voor te zorgen dat dit evenwicht tussen de verschillende betrokkenen
wordt hersteld en om in de tweede plaats te voorkomen dat bedrijven de
langetermijnbelangen uit het oog verliezen. Over enkele maanden komt de
regering met wetgeving naar aanleiding van dit rapport en de discussie
die daarover in de Kamer is gevoerd. Verder volgt de kabinetsreactie
naar aanleiding van het SER-advies over de betrokkenheid van werknemers
bij het bestuur van een onderneming. Over de gevolgen van globalisering
brengt de SER verder rond de zomer een advies uit. Ten slotte is er het
wetsvoorstel «bestuur en toezicht», dat door de minister van Justitie
wordt opgesteld naar aanleiding van de discussie over het tweede
rapport-Frijns. Een en ander biedt de komende tijd ruimschoots
mogelijkheden voor het voeren van een fundamentele discussie over de
organisatie van het Nederlandse bedrijfsleven. Ook de voorstellen van
CDA-fractievoorzitter Van Geel in Het Financieele Dagblad komen voor
een groot deel uit het rapport van de commissie- Frijns. De
afkoelingstermijn van 180 dagen bij overnames is een nadere uitwerking
van de code. De commissie monitort inmiddels de naleving van deze
afkoelingstermijn. Een debat over de rol van de marktmeester staat al
op de Kameragenda van deze zomer. Hierbij kunnen vragen rond het
Takeover Panel naar Brits model worden betrokken. De minister zegt toe
om desgewenst nog eens schriftelijk nader in te gaan op concrete
voorstellen van de CDA-fractie om problemen op te lossen met private
equity, empty voting en de naleving van de 180-dagenregel, en op de
mogelijkheid met een marktmeester de ordelijkheid bij overnames te
verhogen. Bedrijven mogen met maatregelen aandeelhouders voor langere
termijn aan zich trachten te binden. De fiscus benadeelt bedrijven die
dat doen niet en de Hoge Raad heeft bepaald dat het loyaliteitsdividend
van DSM Tweede Kamer, vergaderjaar 2007–2008, 31 083 en 28 998, nr. 21
10 niet in strijd is met de wet. Ook differentiatie in stemrecht is
mogelijk. De minister wijst er verder op dat een aandeel in Nederland
gemiddeld één maal per jaar van eigenaar wisselt, terwijl een
private-equityfonds een aandeel gemiddeld vijf tot zeven jaar bezit. De
overheid is niet direct betrokken bij de opstelling van de
code-Tabaksblat, want de code is een instrument voor zelfregulering.
Als de Kamer vindt dat zaken uiteindelijk onvoldoende in de code tot
uitdrukking komen, dan kan weer worden gekozen voor wetgeving. De
dreiging daarmee legt een gezonde druk op de partijen die de code
opstellen. Verder bestaat de mogelijkheid om de verwijzing in het
Burgerlijk Wetboek naar de code- Tabaksblat te verwijderen of te
wijzigen. De verwijzing geschiedt middels een AMvB.
De minister
kent de uitspraak van de voormalige minister Donner van Justitie niet
over de wijze waarop de Kamer bij het proces van aanpassing van de code
kan worden betrokken. Hij zegt toe om in de kabinetsreactie op het
volgende rapport-Frijns in te gaan op deze uitspraak. De minister van
OCW heeft in het kader van de Emancipatienota uitgebreid met de Kamer
gesproken over diversiteit. Daarbij zijn ook het streefcijfer van 20%,
de inspanningen van het bedrijfsleven en de charters van mevrouw Dekker
aan de orde geweest. De commissie-Frijns weet dat de regering en de
Kamer het thema diversiteit zeer hoog opneemt. Onderzoek heeft
uitgewezen dat het vestigingsklimaat voor beleggingsfondsen in
Nederland kwetsbaar is. Een wettelijke verplichting voor deze fondsen
om een raad van commissarissen in te stellen, zou deze kwetsbaarheid
vergroten. Daarom is gekozen voor de flexibeler vorm van de
gedragscode. Deze code is opgesteld door DUFAS, waarbij 99% van de
Nederlandse beleggingsfondsen is aangesloten.
Nadere gedachtewisseling
Volgens de heer Irrgang (SP)
moet bij aandeelhouderschap voor langere termijn aan een langere
periode worden gedacht dan de drie tot vijf jaar die
private-equityfondsen een aandeel gemiddeld in bezit hebben.
Volgens de heer Weekers (VVD) is de opstelling van de minister ten opzichte van de code te weinig actief, zeker op het punt van diversiteit.
Volgens de minister kan
een minister een commissie die optreedt in het kader van zelfregulering
niet opdragen wat zij moet doen op het punt van diversiteit.
Debat 24 april naar aanleiding van het algemeen overleg op 23 april 2008 over corporate governance.
De
voorzitter: Ik heet de minister van Financiën van harte welkom. Het
betreft een VAO onder het kerstregime. Ik zal heel streng zijn in het
hanteren van de spreektijd van twee minuten inclusief het voorlezen van
de moties. Er mogen geen interrupties worden geplaatst bij het indienen
van een motie. De leden mogen vragen stellen aan de minister, maar
alleen wanneer zij niet begrijpen wat de minister zegt. Gezien uw hoge
opleiding, kan ik mij dat niet voorstellen. Ik doel op de opleiding van
de leden. Ik heb nooit een oordeel over de opleiding van ministers.
De heer Vendrik (GroenLinks):
Voorzitter. Ik begrijp dat toelichtende teksten niet gewenst zijn. Dan
dien ik dus maar kaal een motie in. Dat is een beetje ongezellig, maar
de minister weet hoe dat komt.
Motie De Kamer, gehoord de
beraadslaging, overwegende dat in de huidige code- Tabaksblatnormering
van de topinkomens grotendeels ontbreekt; van mening dat normering
wenselijk is met het oog op matiging van topsalarissen en behoud van
het sociale klimaat in het Nederlandse bedrijfsleven; verzoekt de
regering, maximale druk uit te oefenen op partijen die betrokken zijn
bij de opstelling en uitvoering van de code-Tabaksblat om een concrete
normering van de beloningsverhouding tussen top en werkvloer in de code
op te nemen, en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Vendrik en Karabulut. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Zij krijgt nr.
11 (31083).
Mevrouw Kos¸er Kaya (D66): Voorzitter. Het kerstregime is inderdaad wat ongezellig, maar ook ik zal direct overgaan tot het voorlezen van mijn motie.
Motie
De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat diversiteit binnen
bedrijven gestimuleerd moet worden; verzoekt de regering, met
voorstellen te komen voor een transparant diversiteitsbeleid bij
ondernemingen, en daarbij bijvoorbeeld aan te sluiten bij het ’’comply
or explain’’-principe van Morris Tabaksblat of het voorstel van
oud-minister Dekker dat een vrijwillige maar niet vrijblijvende code
behelst op basis waarvan werkgevers zich vastleggen op meetbare
doelstellingen, gericht op het weerspiegelen van de samenleving in de
raad van bestuur en de lagen daaronder, en gaat over tot de orde van de
dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid
Kos¸er Kaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund. Zij krijgt nr. 12 (31083).
De heer Weekers (VVD): Voorzitter. Ik dien de volgende motie in.
Motie
De Kamer, gehoord de beraadslaging, neemt met dank acte van het zeer
waardevolle werk van de commissie-Tabaksblat en de commissie-Frijns in
de afgelopen jaren en het werk dat zij verzet hebben voor een
transparante en evenwichtige corporate governance in Nederland;
overwegende dat het werk van de monitoring commissie corporate
Governance in de loop van het jaar wordt afgerond; verzoekt de
regering, ervoor zorg te dragen dat dit werk ook de komende jaren op
een vergelijkbare wijze wordt gecontinueerd en de Kamer daarover te
informeren, en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Weekers en Omtzigt. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Zij krijgt nr.
13 (31083).
De heer Vendrik (GroenLinks): Voorzitter...
De voorzitter: Nee, mijnheer Vendrik, ik sta geen interrupties toe. Het spijt mij; het kerstregime geldt.
De heer Vendrik (GroenLinks):
Voorzitter. Mag ik dan aan u iets vragen? Ik vraag mij af of ik de
motie van de heer Weekers moet steunen. Het dictum is echter voor
verschillende interpretaties vatbaar. Mag ik de heer Weekers om uitleg
vragen?
De voorzitter:
Nee, mijnheer Vendrik. U kunt naar de heer Weekers toelopen om hem
persoonlijk om uitleg te vragen. Wij hanteren het kerstregime en
iedereen heeft hetzelfde verhaal.
De heer Omtzigt (CDA): Voorzitter. Ik dien de volgende twee moties in.
Motie
De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de commissie-Frijns
waardevolle aanbevelingen gedaan heeft op het gebied van de
vaststelling van het beloningsbeleid, vergoedingen bij ontslag en
change of control en op het gebied van diversiteit; van mening dat deze
aanbevelingen op gelijke wijze als de code-Tabaksblat verankerd dienen
te worden, zodat het ’’pas toe of leg uit’’-principe ook van toepassing
is op deze aanbevelingen; verzoekt de regering, deze aanbevelingen op
zeer korte termijn op voet van artikel 2:391, lid 4, van het Burgerlijk
Wetboek aan te wijzen als officieel na te leven gedragscode voor
vennootschappen, en gaat over tot de orde van de dag.
De
voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Weekers.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Zij
krijgt nr. 14 (31083).
Motie De Kamer, gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het Burgerlijk Wetboek in artikel 2:92 enige ruimte
biedt voor beloning van trouwe aandeelhouders; van mening dat kapitaal
niet anoniem is en vennootschappen de mogelijkheid moeten hebben om
trouwe en betrokken aandeelhouders extra stemrechten en dividendrechten
toe te kennen; van mening dat die extra beloning alleen moet toekomen
aan aandeelhouders die zowel de facto als de jure te allen tijde het
juridische en economische eigendom van aandelen gehad hebben en
aandelen dus niet hebben uitgeleend of via derivaten feitelijk het
eigendom tijdelijk dan wel definitief overgedragen hebben; verzoekt de
regering, voor het einde van het zomerreces aan te geven welk
onderscheid de huidige wetgeving en rechtspraak al dan niet toestaat en
nadere voorstellen uit te werken waarin trouwe aandeelhouders beloond
worden, en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze
motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Kalma. Naar mij blijkt,
wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Zij krijgt nr. 15
(31083).
De heer Kalma (PvdA): Voorzitter ik wil twee moties indienen. De eerste gaat over het beloningsbeleid.
Motie
De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat de relatie tussen
prestaties en beloning soms ver te zoeken is; constaterende dat ook
leden van de commissie-Frijns twijfelen aan de effectiviteit en de
wenselijkheid van variabele beloning of sommige vormen daarvan;
verzoekt de regering, er bij de commissie-Frijns op aan te dringen om
in de eindrapportage uitgebreid te bespreken in hoeverre variabele
beloning of vormen daarvan effectief en wenselijk zijn voor alle
betrokkenen bij een bedrijf, en gaat over tot de orde van de dag.
De
voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Kalma, Tang en
Vendrik. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende
ondersteund. Zij krijgt nr. 16 (31083).
Motie De Kamer, gehoord
de beraadslaging, constaterende dat het aandeel van vrouwen in het
bestuur van grote ondernemingen in Nederland rond de 5% ligt;
constaterende dat dit cijfer erg laag is in vergelijking met het (toch
al lage) Europese gemiddelde; overwegende dat dit zeer beperkte aandeel
zich niet uitsluitend laat verklaren door aanbodfactoren; overwegende
dat ambitieuze streefcijfers, (25%-30% in 2015) de participatie van
vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen sterk
bevorderen en dat de capaciteiten van vrouwen gunstig uitwerken op
bedoelde raden; verzoekt de regering, de binnen de Kamer levende wens
om dergelijke streefcijfers een plaats in de code- Tabaksblat te geven
over te brengen aan de monitoring commissie corporate governance code,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie
is voorgesteld door de leden Kalma, Weekers, Kos¸er Kaya, Vendrik en
Omtzigt. Zij krijgt nr. 17 (31083).
De heer Tony van Dijck (PVV): Voorzitter. Ik probeer het nog maar een keer, met de volgende motie.
Motie
De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de regering als
maatregel heeft aangekondigd, beloningen van bestuurders in de publieke
sector (Rijk, lokale overheid, zbo’s) te maximeren tot het
ministerssalaris; constaterende dat er bestuurders zijn in de publieke
sector die dit maximum overschrijden; verzoekt de regering, de inkomens
van alle bestuurders die werkzaam zijn in de publieke sector nog voor
het einde van 2008 te maximeren tot aan het ministerssalaris en
eventuele voorgenomen uitzonderingen op deze maatregel voor te hangen
aan de Kamer, en gaat over tot de orde van de dag.
De
voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Tony van Dijck. Naar
mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Zij krijgt
nr. 18 (31038).
Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter. Mijn fractie dient één motie in. Motie De Kamer, gehoord de
beraadslaging, constaterende dat de beloningen van topbestuurders in
het Nederlandse bedrijfsleven exorbitante vormen aanneemt;
constaterende dat de hoogte van de salarissen aan de top in geen
verhouding staat tot de hoogte van salarissen aan de basis; verzoekt de
regering om zich in te spannen om te komen tot afspraken met sociale
partners om de salarissen van topbestuurders in het Nederlandse
bedrijfsleven onder een cao te brengen en de Kamer hierover te
informeren, en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut en Vendrik. Naar mij
blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Zij krijgt nr.
19 (31083).
De vergadering wordt enige ogenblikken geschorst.
De minister:
Voorzitter. Via u dank ik de leden voor hun bijdragen. Ik beperk mijn
commentaar kortheidshalve tot de ingediende moties. In de eerste motie
wordt de regering gevraagd maximale druk uit te oefenen op de partijen
die betrokken zijn bij de opstelling en uitvoering van de
code-Tabaksblat, om een concrete normering van de beloningsverhouding
tussen top en werkvloer in de code op te nemen. Ik ontraad die motie,
omdat zij strijdig is met de plaats van de code in het bouwwerk van de
corporate governance. De code is een zaak van zelfregulering. Als ons
niet aanstaat wat daar tot stand komt, kunnen wij besluiten tot
wetgeving. Druk uitoefenen op de partijen die de code maken zou afbreuk
doen aan het karakter van zelfregulering. In de volgende motie vraagt
mevrouw Kos¸er Kaya de regering met voorstellen te komen voor een
transparant diversiteitsbeleid bij ondernemingen. Er zou onder andere
aangesloten kunnen worden bij initiatieven van de heer Morris
Tabaksblat en oud-minister Dekker. Ik ben geneigd deze motie te zien
als ondersteuning van ons standpunt. Op een aantal punten hebben wij
dezelfde wensen. Ik meen dat minister Plasterk in een debat met de
Kamer al heeft aangekondigd wat zijn voornemen op dit gebied is. Ik
laat het oordeel over deze motie graag aan de Kamer.
De heren
Weekers en Omtzigt vragen met hun motie op stuk nr. 13 aan de regering
om ervoor zorg te dragen dat het werk van de monitoringcommissie ook de
komende jaren op een vergelijkbare wijze wordt gecontinueerd en de
Kamer daarover te informeren. De motie begint overigens met uitgebreide
dankzegging voor het werk van de commissie. Het is belangrijk om dat te
memoreren. Uiteraard kan ik met deze motie goed leven.
Met hun
motie op stuk nr. 14 vragen de heren Omtzigt en Weekers de regering om
een aantal aanbevelingen van de commissie-Frijns op voet van artikel
2:391, lid 4, van het Burgerlijk Wetboek aan te wijzen als officieel na
te leven gedragscode voor vennootschappen. Als wij dit zouden doen,
zouden wij handelen in de strijd met wat wij eerder met de Kamer hebben
besproken en met de manier waarop wij omgaan met de code. Het is nu
eerst aan de deelnemende partijen zelf om te besluiten hoe de nieuwe
code er zal uitzien en of men elementen van eerder gedane aanbevelingen
en getrokken conclusies zal verwerken in de nieuwe code. Als die nieuwe
code er is, kunnen wij met het Burgerlijk Wetboek naar die nieuwe code
verwijzen. Het lijkt mij onverstandig om op onderdelen selectief te
gaan shoppen. Wij moeten wachten waar de commissie zelf mee komt. Om
die reden ontraad ik aanneming van deze motie.
De heren Omtzigt
en Kalma vragen met de motie op stuk nr.15 de regering om ’’voor de
eind van het zomerreces aan te geven welk onderscheid de huidige
wetgeving en rechtspraak al dan niet toestaat en nadere voorstellen uit
te werken waarin trouwe aandeelhouders beloond worden’’. Ik verkeer in
dubio bij het geven van een oordeel over deze motie. Ik heb namelijk
geen probleem met het aangeven welk onderscheid de huidige wetgeving en
rechtspraak al dan niet toestaat. Ik hoop echter dat de indieners mij
de ruimte laten om na analyse wellicht tot de conclusie te komen,
waartoe wij steeds zijn gekomen, dat het niet primair de taak is van
het kabinet of de overheid om nadere initiatieven te nemen. De
conclusie zou ook kunnen zijn dat de ruimte met wetgeving en
rechtspraak zodanig is dat de partijen de benodigde initiatieven kunnen
nemen en dat niets ze hierbij in de weg staat, zodat er geen reden is
voor aanvullend overheidsbeleid. Als de Kamer het niet met die
conclusie eens zou zijn, zal zich vanzelf weer een gelegenheid voor
debat voordoen. Dus wij willen deze analyse maken en daaraan vervolgens
zelf een conclusie verbinden met betrekking tot het al dan niet bestaan
van de noodzaak voor het doen van verdere voorstellen. Als ik de motie
zo mag verstaan, kan ik er prima mee leven.
De heren Kalma,
Tang en Vendrik verzoeken de regering met de motie op stuk nr. 16 om
’’er bij de commissie-Frijns op aan te dringen in de eindrapportage
uitgebreid te bespreken in hoeverre variabele beloning of vormen
daarvan effectief en wenselijk zijn voor alle betrokkenen bij een
bedrijf’’. Ik constateer dat de motie niet vraagt om daaromtrent iets
in de code op te nemen, maar om in de rapportage uitgebreid op het
aspect van beloning in te gaan. Ik meen dat ik dit verzoek aan de
commissie over kan brengen als de Kamer mij dat zou vragen. Ik laat het
oordeel over deze motie dus aan de Kamer.
De motie op stuk nr.
17 is van de leden Kalma, Weekers, Kos¸er Kaya, Vendrik en Omtzigt. Zij
verzoeken de regering ’’de binnen de Kamer levende wens om dergelijke
streefcijfers een plaats in de code-Tablaksblat te geven, en die wens
over te brengen aan de Monitoring Commissie Corporate Governance
Code’’. Ik ga ervan uit dat als de Kamer deze motie zou aannemen, zij
twee uitspraken doet. Ten eerste zegt zij dan dat zulke streefcijfers
in de nieuwe code zouden moeten komen en ten tweede dat ik dat moet
doorgeven aan de monitoringcommissie. Als die interpretatie klopt, laat
ik het oordeel graag aan de Kamer.
De heer Van Dijck vraagt
met de motie op stuk nr. 18 om de ’’inkomens van alle bestuurders die
werkzaam zijn in de publieke sector nog voor het einde van 2008 te
maximeren tot aan het ministersalaris en eventuele voorgenomen
uitzonderingen op deze maatregel voor te hangen aan de Kamer’’. Er is
eerder met de Kamer gecommuniceerd binnen welke tijdspanne het kabinet
zijn standpunt over het advies van de commissie-Dijkstal inzake
maximering en normering van salarissen in de publieke en semipublieke
sector met de Kamer zal bespreken. Ik stel voor dat wij aan die
planning vasthouden en ontraad de Kamer dus om die motie aan te nemen.
Tot slot kom ik op de motie-Karabulut/Vendrik met het verzoek aan de
regering zich in te spannen om te komen tot afspraken met sociale
partners met de intentie de salarissen van topbestuurders in het
Nederlandse bedrijfsleven onder een cao te brengen en de Kamer daarover
te informeren. Ik ontraad de Kamer om die motie aan te nemen. De vraag
welke salarissen onder een cao vallen, dient alleen door sociale
partners te worden beantwoord. Dat is dus niet aan het kabinet.


