Aanpak
Marokkaans-Nederlanse probleemjongeren
PvdA fractie, november 2008
De vrijblijvende aanpak voorbij
Inleiding
Al weer
geruime tijd worden we regelmatig opgeschrikt door berichten over wangedrag van
jongens van Marokkaanse afkomst in kleine en grote plaatsen. In deze notitie
wordt een gezamenlijke lijn uitgezet door de PvdA-fractie die dwars door
beleidsterreinen gaat. Een effectievere benadering vergt veranderingen op
meerdere terreinen en vooral verbeteringen in de uitvoering.
De jongeren
waar het om gaat verkeren in drie verschillende invloedsferen: thuis, school en
de straat. Invloedsferen die volstrekt niet op elkaar aansluiten. Het probleem
is dat de straatcultuur steeds meer een keiharde macho gettocultuur wordt.
Respect voor maatschappelijke instituties, niet in de laatste plaats de
politie, is ver te zoeken. Geweldsdrempels worden steeds lager. Een
intimiderende groepscultuur losgezongen van de maatschappelijke werkelijkheid.
De thuiscultuur, in de zin van de opvoeding en correctie die ouders blijven
aanbrengen, is soms ronduit zwak. Dat heeft te maken met de
migratiegeschiedenis maar ook met klassieke factoren als armoede en lage
opleidingsniveaus van de ouders. De schoolcultuur is niet de dominante factor
in het leven van deze jongens die het, gezien hun leeftijd, zou moeten zijn.
Dat heeft te maken met uiteenlopende zaken als gedragsproblematiek maar ook een
inadequaat schoolaanbod en daarmee samenhangende schooluitval. Om deze trend te
doorbreken zullen we de oprukkende gettocultuur moeten bestrijden, de
thuiscultuur versterken en de invloed van de schoolcultuur vergroten. Hieronder
gaan we daar verder op in.
Terugdringen straatcultuur
Op een
aantal van de hotspots is de vraag echt aan de orde wie er de baas is. Voorop
staat dat die vraag zo snel mogelijk beantwoord moet worden. De openbare orde
moet, met de politie als uitvoerder, als eerste worden hersteld. Zo nodig een
tijdelijke extra politie-inzet. Prioriteit bij de korpsen in die gemeenten waar
de problemen met Marokkaans-Nederlandse jongeren oplopen.
In de
tweede plaats moet de aantrekkingskracht van de harde kern op de nieuwe aanwas
worden verminderd. Statusverlaging kan zeer effectief zijn. Ontneem criminele
winsten, dure scooters en auto’s wanneer de macho’s niet kunnen aantonen hoe ze
aan het geld kwamen. Laat de jonge boefjes zien dat de grotere criminelen er
niet mee weg komen. Ook de veelplegersaanpak moet hieraan bijdragen.
In de derde
plaats moeten de mogelijkheden om gebiedsverboden, specifiek naar persoon,
plaats en tijd, in te zetten vaker en sneller worden benut.
In de
vierde plaats kunnen rechters gedragsmaatregelen opleggen. Zo kan plaatsing in
een van de 9 campussen worden opgelegd voor 6 tot 24 maanden. Een
gedragsmaatregel kan ook als onderdeel van nazorg (na JJI) worden opgelegd.
In de
vijfde plaats moeten de mogelijkheden die rechters hebben om aan een
voorwaardelijke straf cq vrijlating voorwaarden worden verbonden, veel meer
worden benut. (NB Gouda heeft zelf geld gereserveerd voor 30
reclasseringsklanten per jaar; slechts 6 plekken werden benut omdat de rechter
geen verplichte reclassering oplegt!).
Verder
werkt staatssecretaris Albayrak op dit moment aan een sterke verbetering van de
effectiviteit van de behandeling in JJI's. Tot op heden komen de meeste
jongeren er slechter uit dan ze er in gaat.
Er moet een
mogelijkheid zijn om ex-delinquenten niet te laten terugkeren in de buurt waar
ze vandaan kwamen. Maar wat de PvdA fractie betreft kan dit alleen door de
rechter worden opgelegd.
Het
ingezette beleid om justitie dichter bij “plaats-delict” en dichterbij de
‘partners in de keten’ te brengen moet worden versterkt (Justitie-in-de-Buurt,
Veiligheidshuizen, Buurtrechters). De Buurtrechter is een belangrijk voorstel
van de PvdA-fractie omdat deze rechter door de verkokering van de rechterlijke
macht heen kan breken en de gehele situatie van het individu-gezin-buurt in
ogenschouw kan nemen. ‘De studeerkamer uit, de buurt in’ (een initiatief van
Ton Heerts)
Het
bestaande beleid gericht op het langer van de straat halen van veelplegers kan
ook worden ingezet in geval van herhaalde ernstige overlast (initiatief Attje
Kuiken).
Ook de
drugsproblematiek mag hier niet onvermeld blijven: veel problemen en wangedrag
hangen hiermee samen. Het softdruggebruik is zeer hoog. Bij Marokkaanse jongens
lijken vaker psychologische stoornissen en met name schizofrenie voor te komen,
mede als gevolg van softdruggebruik. De PvdA zal initiatieven nemen om dit
hoger op de agenda te krijgen en te voorzien van oplossingen. (initiatief Lea
Bouwmeester, nota ‘Jongeren en genotsmiddelen’)
De
uitdaging ligt erin niet alleen de keiharde straatcultuur te doorbreken maar er
ook een alternatieve cultuur voor in de plaats te stellen. Deels ligt die in de
thuiscultuur en de schoolcultuur maar deels ook in een alternatieve
straatcultuur. Waarin bijvoorbeeld sport en cultuur een aantrekkelijk
alternatief kunnen vormen. Vandaar dat de PvdA-fractie pleitte voor sport terug
in de buurt (initiatief Luuk Blom).
Hoofddoel
is hier dus tweeledig: geef de wijken weer terug aan de bewoners die er wat van
willen maken. Dat vergt gewoonweg als eerste stap de veiligheid op orde
brengen. En doorbreek de aantrekkingskracht van de straatcultuur op jongere
generaties.
Ondersteuning Thuiscultuur
De thuiscultuur
zal moeten worden ondersteund. Daarvoor is niet-vrijblijvend preventief beleid
nodig. Dat betekent: er eerder bij zijn wanneer in de gezinssituatie risico’s
voor een goede opvoeding ontstaan. Niet alleen in het belang van het kind maar
ook in het belang van de directe omgeving en de samenleving.
Soms
volstrekt geïsoleerde gezinnen moeten tijdig worden bereikt, bijvoorbeeld met
opvoedingsondersteuning. Opvoedingsondersteuning moet getrapt worden
aangeboden: (1) Als algemene voorziening, vanuit de centra voor Jeugd en gezin
(2)Als gericht aanbod aan kwetsbare gezinnen vanuit de CJG, de
consultatiebureaus, etc. (3) Als drangmaatregel om ingrijpen vanuit de overheid
te voorkomen. En (4) tot slot als dwangmaatregel: de rechter moet in staat zijn
om in een eerdere fase maatregelen op te leggen aan ouders waarbij het dan ook
om lichtere maatregelen gaat zoals verplichte opvoedingsondersteuning of
gezinscoaching.
Wanneer een
jongere ontspoort zullen in alle gevallen de ouders daarop moeten worden
aangesproken. Dat kan op verschillende manieren. In de eerste plaats hebben we
onlangs in de Kamer bij wet geregeld dat wanneer een minderjarige voor de
rechter verschijnt, zijn ouders daarbij aanwezig moeten zijn (initiatief Aleid
Wolfsen).
In de
tweede plaats is er veel voor te zeggen de ouders ook financieel aan te
spreken. Zo moeten ouders op hun aansprakelijkheid voor schade aangericht door
jongeren tot 18 jaar worden aangesproken (nu veelal tot 16 jaar). Het parkeren
van de kinderbijslag en deze in handen geven van een gezinscoach is een
mogelijkheid wanneer ouders verwijtbaar tekortschieten in de opvoeding. Het kan
een prikkel zijn voor ouders om de verantwoordelijkheid weer wel te gaan nemen.
We moeten echter niet te grote verwachtingen hebben op dit punt.
Een punt
dat door verschillende burgemeesters is bepleit is de doorzettingsmacht voor de
burgemeester wanneer de verschillende hulpverleningsinstantie er niet uit
komen. Nog te vaak werken de hulpverleners langs elkaar of kiezen verschillende
invalshoeken; probleem van kind versus problemen van gehele gezin. In onze
visie moet de burgemeester de mogelijkheid krijgen een dergelijke verzoek
eigenstandig, rechtstreeks en bij voorrang, aan de kinderrechter voor te
leggen. Overigens zijn dit echt noodverbanden; de hulpverlening zal
aanmerkelijk moeten verbeteren zodat dit soort noodsituaties zich niet
herhalen.
Waar in de
context van een gezin de jongere niet meer bij te sturen is een internaat of
campus de ‘next best’ optie. De jongere moet soms uit de buurt worden gehaald,
zowel voor eigen bestwil als dat van zijn omgeving. De aanpak van Rouvoet met 9
pilots moet zsm worden omgezet in structureel beleid. In deze pilots worden
ongemotiveerde jongeren en jongeren met (licht)psychiatrische problemen
geweerd. Dat maakt de opbrengst van de pilots vrijwel zinloos want de meeste
van de jongeren waar het in deze notitie om gaat vallen onder beide criteria.
Die moeten dus per direct ook worden toegelaten tot de campussen. Uit de wijk,
aan het werk.
Wanneer het
gezin zelf het probleem is voor de omwonenden, moeten meer mogelijkheden
(wettelijk) worden gecreëerd om het lokaal bestuur in staat te stellen het
gezin gedwongen te laten verhuizen. Ook ingeval van een eigen woning. De wet
Viktor moet mogelijk worden verruimd op dat punt. Zowel Kamerfractie als
Kabinet verklaarden zich al eerder voorstander.
Versterking schoolcultuur
Dan de
schoolcultuur. Deze moet vanaf jonge leeftijd worden aangebracht. Een offensief
op VVE juist in kwetsbare wijken (aanpak van Sharon Dijksma). Binnenkort wordt
in het Amsterdamse stadsdeel de Baarsjes de VVE voor de doelgroep volledig
gratis. Het belang hiervan voor kinderen met vroege achterstanden kan niet
genoeg worden benadrukt.
We kunnen
helaas de sterk toegenomen gedragsproblemen niet de school ‘uitzetten’. Daarom
moeten we om scholen heen veel meer hulpverlening organiseren zodat
leerkrachten weer aan lesgeven toekomen. Uitbreiding van schoolmaatschappelijk
werk dus. Een strakke handhaving van de leerplicht vergt huisbezoeken al dan niet
samen met schoolmaatschappelijk werk. En snelle afhandeling door de
spijbelrechter. En bij alles geldt; ga erop af. Bel aan. Ga niet achter een
bureau zitten wachten op “de hulpvraag”.
De
schoolcultuur word uiteraard versterkt wanneer we de schooluitval terugdringen.
De PvdA heeft bij de Algemene Beschouwingen voor elkaar gekregen dat er extra
geld komt om de onderwijstijd in het MBO uit te breiden met name ten behoeve
van sport, zodat de jongeren simpelweg meer tijd op school doorbrengen (en
bewegen!).
Vernieuwingen
in het onderwijs zullen zeer kritisch moeten worden getoetst op hun uitwerking
voor kwetsbare jongeren. Dus ook de doelgroep die hier aan de orde is.
Zelfstandigheid nemen en de verantwoordelijkheid dragen voor het eigen
onderwijsproces is niet voor alle leerlingen weggelegd. Leerlingen raken soms
volstrekt uit beeld, zeker wanneer het ook nog eens gaat om anonieme
leerfabrieken. Kennen en gekend worden, vasthouden en structuur aanbieden, doen
soms wonderen.
Initiatieven
als de vakschool en de wijkschool (voor zogenaamde ‘overbelaste’
schoolverlaters, experiment Rotterdam)
dragen bij aan verbeteren van het onderwijsaanbod aan deze groep en dus aan het
terugdringen van schooluitval. Ook de schoolwerkplicht past prima in het
versterken van de school(werk)cultuur.
Om al die
jongeren de hun stinkende best doen op school, op stage of op de arbeidsmarkt
te ondersteunen moet nog veel actiever worden opgetreden tegen discriminatie.
Niemand mag zich verschuilen achter slachtoffergedrag maar discriminatie is ook
aan de orde van de dag. De overheid moet hierin zichtbaar optreden en ook met
positieve maatregelen deze achterstelling doorbreken.
Tot slot
Langs deze
lijnen, aanpakken macho straatcultuur/ondersteunen thuiscultuur/versterken
schoolcultuur, zetten we een herkenbare PvdA lijn neer. Repressie gericht op
wangedrag. Vervolgens altijd een nieuwe kans onder strikte voorwaarden. En veel
nadruk op "er tijdig bij zijn". Preventief beleid dus, maar
niet-vrijblijvend.
Het betreft
een aanpak die Kabinetsbreed moet worden ingezet. Sommige van de voorgestelde
maatregelen zijn al mogelijk maar de uitvoering moet veel beter. En veel van de
maatregelen moeten voor álle jongeren met vergelijkbare problemen worden
ingezet.