De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit moet een visverbod voor
paling instellen in gebieden waar de vissen ernstig vergiftigd zijn. Mijn
collega van D66 en ik roepen daartoe op in een motie. Palingen die in de grote
rivieren en de Biesbosch zwemmen zijn schadelijk voor de gezondheid, omdat het
in deze wateren stikt van dioxine en PCB. Om economische redenen is er weerstand
tegen onze motie. Toch hoop ik dat een Kamermeerderheid de gezondheid van mensen
boven economische belangen stelt. Update: De motie van D66 en
mij is verworpen. Een meerderheid in de Kamer wil het nog even aanzien. Ik vind
het zorgwekkend dat deze gezondheidsrisico’s niet direct worden aangepakt.
De palingen die zich in de risicogebieden ophouden kruipen door slib dat vol
zit met dioxine en PCB. Dioxine lost niet op, wast niet weg en verdwijnt niet
zomaar. Mensen die palingen eten die in deze rivieren zwemmen krijgen de dioxine
binnen, die zich vervolgens in het vet ophoopt. Ook daar blijft de stof zitten.
Het resultaat is dat mensen die vergiftigde paling eten erg ziek kunnen worden.
Voor zwangere vrouwen is dioxine minstens zo risicovol: zij kunnen hun ongeboren
kind hierdoor verliezen.
Om die reden vinden veel mensen dat vergiftigde paling niet verkocht moet
worden. De vissers hebben een aantal jaren de kans gekregen om zelf met een
oplossing te komen. Het tv-programma Zembla
toonde
aan dat ze die niet grijpen en dat de minister dat schijnbaar min of meer
accepteert.
Vissers vangen palingen in de grote rivieren of bij de Biesbosch en verkopen
ze rond het IJsselmeer, zodat het lijkt alsof ze niet uit de zwaar
verontreinigde streken komen. Dat lijkt me niet de bedoeling.
Nu een oplossing uitblijft, vind ik dat de minister moet ingrijpen. Vissers
die vergiftigde vangst verkopen zijn niet alleen een bedreiging voor de
gezondheid, ze verbruien het ook voor de vissers die wel verantwoordelijk met
hun vangst omspringen.
Ik vind dat er snel iets moet veranderen. De Voedsel en Warenautoriteit (VWA)
bedacht twee oplossingen voor het probleem. Een vangstverbod was de meest
eenvoudige. De andere oplossing is zeer omslachtig, namelijk een keurmerk voor
de niet-giftige paling.
De minister heeft een voorkeur voor die laatste, nogal ingewikkelde en dure
oplossing. De kosten voor het keurmerk zullen ongeveer een miljoen euro
bedragen. Voor de handelaars en vissers betekent deze aanpak een enorme
hoeveelheid administratieve lasten. Daarnaast legt deze oplossing de
verantwoordelijkheid bij de koper, die dan maar moet hopen dat de gekochte
paling geen bedreiging voor de gezondheid vormt. Ik zie er daarom weinig in.
Wij kiezen liever voor een vangstverbod. Daarmee haal je de vergiftigde
vissen voor veel minder dan een miljoen een stuk effectiever van de markt.
Bovendien weet iedereen dan waar ze aan toe zijn: vissers, handelaars en de
liefhebbers.
Door te reageren stem je in met de huisregels PvdA.nl